Studiebegeleiding: van het kastje naar de muur

Body: 

Het verschil tussen tutoren en studieadviseurs is onduidelijk. Dat is lastig voor studenten én begeleiders, schrijft Paul Graas, studentlid van de universiteitsraad.

Het verschil tussen tutoren en studieadviseurs is onduidelijk. Dat is lastig voor studenten én begeleiders, schrijft Paul Graas, studentlid van de universiteitsraad.

Hoe vaak heb je met je tutor gesproken? Ben je weleens langs de studieadviseur gegaan? Zou je kunnen uitleggen wát de verschillen zijn tussen beiden?

Als je naar de UU-site gaat en klikt op “studenten” en vervolgens op “bij wie kun je terecht?” staat er een (korte) beschrijving van elke begeleider. Niettemin is het voor de student zowel in theorie als in de praktijk (in het bijzonder bij eerstejaars studenten) niet duidelijk wát het verschil is tussen beiden.

Op de UU-site staat het volgende over beide begeleiders:

Studiebegeleider (tutor)

Bij je tutor kun je terecht met vragen over je opleiding en is je eerste aanspreekpunt bij problemen die je studie beïnvloeden (ziekte, familieomstandigheden, studeerproblemen).

Studieadviseur

Bij je studieadviseur kun je terecht voor vragen over het onderwijsprogramma, persoonlijke studiebegeleiding en studieadvies. Raadpleeg de studieadviseur ook bij problemen die invloed hebben op het verloop van je studie (persoonlijke problemen, ziekte, studievaardigheidsproblemen, studievertraging).

Hetzelfde staat in andere woorden beschreven bij de tutor en de studieadviseur; je kunt bij beiden terecht als het gaat om onderwijsinhoudelijke vragen en als je problemen hebt die je studie beïnvloeden.

Deze onduidelijkheid over de rol van beide begeleiders heeft zowel consequenties voor de begeleiders als voor de studenten. De student weet niet waar hij terecht kan met zijn vragen en wordt daardoor niet goed begeleidt. De studieadviseur verwijst hem naar de tutor en de tutor wijst hem vaak weer door naar de studieadviseur (of naar het Studiepunt), waardoor de student het gevoel krijgt dat hij in een of ander ambtenaarssysteem terecht is gekomen waar hij een simpel nummertje is.

Het komt niet weinig voor dat de student dan maar besluit om het probleem zelf op te lossen, zonder gebruik te maken van de expertise van tutor of studieadviseur, “omdat het toch alleen maar administratief gedoe oplevert”. Ofwel, de student moet het wiel helemaal opnieuw uitvinden.

Het heeft ook consequenties voor het werk van de begeleiders. Ik kan me nog goed herinneren dat, in het eerste jaar van mijn studie, ik naar de kamer van de studieadviseur ging met enkele vragen en dat ik terecht kwam in een lange rij studenten. De studieadviseur moest al onze vragen beantwoorden in een uurtje.

Ik vermoed dat hij soms echt niet waar hij aan toe is, net zoals de tutor, met alle vragen die ze in een uurtje moeten behandelen. Ze steken onnodig veel tijd in het doorverwijzen van de student en in het aanreiken van informatie die de student ergens anders had kunnen vinden als hij beter had geweten. Dit zorgt voor een inefficiënte inzet van de begeleiders en voor een ontoegankelijke indruk bij studenten, omdat ze als het ware bij een gemeentebalie staan waar ze in korte tijd een antwoord willen krijgen op hun vragen.

Het is belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de taken van de tutor en de studieadviseur. Op dit moment wordt de begeleiding zowel universiteitsbreed als facultair geregeld. Je kunt algemene universitaire richtlijnen aangeven aan alle faculteiten en dat deze vervolgens de richtlijnen concretiseren binnen hun opleidingen.

Maar je kunt niet als universiteit enkele vage definities omschrijven op de UU-website en dat de invoering van begeleiding ook verschilt per opleiding. Als het centraal wordt geregeld, moet er werkelijk een uniform systeem worden opgezet waarbij de betreffende taken helder toegelicht wordt. Als faculteiten het zelf regelen, dan moet er geen verwarrende informatie op de UU-site verschijnen.

Er valt nog veel te doen aan de begeleiding van de student. Laten we beginnen met een duidelijke informatievoorziening voor de student (en voor de begeleiders); het komt allen ten goede en het voorkomt veel frustraties. Daarna kunnen we andere aspecten van de begeleiding verbeteren.

Dit artikel verscheen eerder op de website van VUUR, een van de studentenpartijen in de universiteitsraad.

Facebook Twitter Whatsapp Mail