Top-integriteit

Body: 

De Nederlandse media waren bijkans trots over de benoeming van een Nederlander die een commissie mocht samenstellen om falende wetenschappers te beoordelen. Maar is die trots wel gepast?

De Nederlandse media waren bijkans trots over de benoeming van een Nederlander die een commissie mocht samenstellen om falende wetenschappers te beoordelen. Maar is die trots wel gepast?

Een van Nederlands betere wetenschappers, Robbert Dijkgraaf, ooit mijn collega achter de deskundigentafel van het tv-programma Hoe?Zo! en thans president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, werd door Teletekst en later in het journaal gepresenteerd als de Nederlander die – op verzoek van de Verenigde Naties - leiding ging geven aan een internationale club van de topwetenschappers. Zij zouden het klimaatrapport van het zogenaamde Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) kritisch onder de loep nemen. Deze IPCC-club was negatief in het nieuws omdat de conclusies van het rapport niet door de data werden gedekt, conclusies zwaarder waren aangezet dan wetenschappelijk verantwoordbaar en misschien wel versleuteld met als doel de publieke en politieke opinie te manipuleren. Het nieuws van Dijkgraafs taak werd gebracht met een vleugje trots: Nederland levert een topwetenschapper die zal zorgen dat het kaf van het koren wordt gescheiden.

Hier past evenwel enige terughoudendheid. Natuurlijk mogen we trots zijn dat een Nederlander dit vertrouwen krijgt en deze opdracht gaat monitoren, maar tegelijkertijd is het een donkere dag voor de wetenschap. Wanneer een organisatie als de VN wetenschappers moet vragen te controleren of collega’s integer te werk zijn gegaan is er iets fundamenteel fout.

In de academische wereld geldt normaliter dat je werk door kritische deskundigen wordt gevlooid. Publicatie betekent dat je onderzoek aan de wetenschappelijke normen voldoet. Dit vangnet lijkt niet goed te functioneren – als het al bestaat – in de wereld waarin de IPCC-club actief is en waarin gevoelig beleid wordt gemaakt.

Dat een Nederlander dit onderzoek mag leiden zou het idee kunnen geven dat ons land deze problemen niet heeft. Helaas is dit niet het geval. Zo moest het onderzoeksinstituut Nyfer onlangs met de billen bloot omdat het fouten had gemaakt bij het doorrekenen van de koopkrachteffecten van de verschillende verkiezingsprogramma’s. Nog pijnlijker waren de aanwijzingen die onderzoekers van de TU Delft vonden waaruit lijkt te blijken dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat bijna structureel gerotzooid heeft met data over de gevolgen van de groei van Schiphol. De beschuldigingen zijn fors: kennelijk zijn onderzoekers onder druk gezet om hun conclusies aan te passen. Er is ook sprake van achtergehouden of gemanipuleerde informatie (‘selectief herschreven’ heet dat in die wereld). Nog erger is echter dat wetenschappers niet protesteren en andere belangen prevaleren boven wetenschappelijke. Toekomstige opdrachten en daarmee geld van ministeries zijn voor sommigen een noodzakelijke aanvulling  op hun inkomsten. Die noodzaak zal door Plasterks naïeve ombuiging van eerste naar tweede geldstroom zeker niet minder worden.

Als integriteit wordt ingeleverd voor geld of politiek gewin heeft dat grote consequenties voor de wetenschap. Want als de maatschappij niet meer kan vertrouwen op de wetenschap staat willekeur om de hoek en de deur voor charlatans open. Dijkgraaf meent het probleem op te kunnen lossen door het werk van de IPCC te laten beoordelen door mensen die ver genoeg verwijderd zijn van het rapport om onafhankelijk te kunnen oordelen. Prima, want je moet een slager nooit zijn eigen vleeswaren laten keuren, maar dat systeem bestaat al. Helaas is het vertrouwen ondermijnd en zonder vertrouwen komt het evaluatieve homunculus probleem op de proppen. Wie controleert namelijk de controleurs? De inzet van toponderzoekers is dus niet de oplossing.

Voor de oplossing moeten we terug naar de vloer. Uiteindelijk moet het predicaat ‘wetenschappelijk’ met de eigen wetenschappelijke toetsen en zeden genoeg zijn. Dat houdt in dat iemand die zich wetenschapper mag noemen garant moet staan voor  kwaliteit en integriteit. Een goede opleiding tot wetenschapper zou dat als bagage mee moeten geven en als blijkt dat bepaalde elementen die zware verantwoordelijkheid niet aan kunnen, dan moet er een (zelf)reinigend systeem zijn. Het zou toch bizar zijn als je het eerst tot president van de KNAW moet schoppen om het predicaat ‘betrouwbare en integere wetenschapper’ te krijgen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail