Van bakfiets naar boedelbak, de logica achter een leenstelsel

Body: 

Kinderen van rijke ouders krijgen geen stufi meer. Volgens Fried Keesen is dat een logische en verstandige stap, die eigenlijk nog verrassend lang op zich heeft laten wachten.

Kinderen van rijke ouders krijgen geen stufi meer. Volgens Fried Keesen is dat een logische en verstandige stap, die eigenlijk nog verrassend lang op zich heeft laten wachten.

Ik loop al een paar jaartjes mee in dit bedrijf. In de jaren tachtig was ik deels studentendecaan en mijn core business was ‘loskoppelingen’. In die tijd was er een (zeer ruimhartige) studiefinanciering voor de kinderen van minder draagkrachtige ouders en kinderen met meer bemiddelde ouders kregen niets. Hun ouders werden geacht hun studie te financieren en die ouders werden daarin gesubsidieerd met drievoudige kinderbijslag voor een studeren kind en daarbovenop nog eens belastingaftrek. Dat was inconsistent: arme studenten werden rechtstreeks gesubsidieerd, minder arme via hun ouders. Geen probleem zolang het geld maar bij de student komt, maar dat was niet zo. Het waren de jaren van het generatieconflict, en heel wat ouders dachten hun studerende kinderen te kunnen weghouden van sex, drugs en rock & roll door ze geen toelage meer te verstrekken. Mijn taak als studentendecaan was om vast te stellen dat er sprake was van een ‘duurzaam ontwrichte relatie’. Als dat het geval was werd de student losgekoppeld en kreeg hij/zij studiefinanciering.

Dat was geen houdbare situatie, dus al het geld dat met de verschillende vormen van subsidiering gemoeid was ging in één grote pot waaruit voortaan elke student rechtstreeks stufi kreeg. De ouders waren geen formele partij meer. Er werd zelfs gesproken van ‘studieloon’, wie zou dat woord nu nog mond durven nemen?

Ik herinner me hoe ik in die tijd al hardop vermoedde dat over een aantal jaren het subsidiëren van bemiddelde studenten wel ter discussie zou komen te staan en dat er weer een draagkrachttoets in het systeem zou komen. De politiek zou dan via een omweg bereikt hebben dat per saldo alle voordelen alleen voor voldoende draagkrachtige ouders zouden zijn weggesneden, terwijl dat rechtstreeks politiek onhaalbaar zou zijn geweest. Ik werd weggehoond door collega’s die (toen al!) zeiden dat de politiek niet tot langetermijnstrategieën in staat was. Waarschijnlijk hadden ze gelijk, want het heeft dertig jaar geduurd.

Maar nu is het zo ver. De tijden zijn intussen flink veranderd: als ik in mijn studententijd verhuisde, huurde ik een bakfiets en bedacht na enige tijd dat ik toch eigenlijk mijn ouders wel een keer moest laten weten dat ik verhuisd was. Mijn meubilair kwam voornamelijk uit de container en om met mijn ouders te communiceren moest ik naar de telefooncel op de hoek. Tegenwoordig organiseren studentenverenigingen ouderdagen, studenten whatsappen voortdurend met de hele wereld, hun ouders voorop, en bij een verhuizing rijden vaders met boedelbakken rond en leggen laminaat, terwijl intussen de moeders met hun studerende kinderen bij de IKEA nieuwe meubeltjes en gordijnen gaan uitkiezen. En hoewel niemand betalen leuk vindt, staat investeren in de toekomst van hun kinderen zeer hoog op de financiële prioriteitenlijst van ouders.

Verder, het systeem van studiefinanciering mag de laatste dertig jaar niet meer gewijzigd zijn, het percentage dat de stufi uitmaakt van een studentenbudget is in die dertig jaar van substantieel naar marginaal afgegleden. Alle studenten hebben baantjes, steeds meer studenten lenen, ouders die het kunnen springen bij; stufi op het huidige niveau is niet bepalend voor wel of niet studeren. Op het journaal zag ik deze week een middelbare schoolklas waarin niemand zijn hand opstak toen de vraag gesteld werd wie er nu maar niet ging studeren.

Misschien dus niet zo’n gek idee van een overheid in financiële nood om een voorziening te treffen voor studenten uit armlastige milieus, om eindelijk de rechtsongelijkheid van mbo’ers die al met 16 jaar van het vmbo komen op te heffen door ze een OV-kaart te geven, en verder de schaarse middelen te investeren in de kwaliteit van het onderwijs, waarvoor in diezelfde dertig jaar het beschikbare bedrag per student ruwweg gehalveerd is.

Ik zag in het eerder genoemde journaal-item ook hoe Jet Bussemaker handig om het antwoord heen draaide bij de vraag of we het hiermee nu dan gehad zouden hebben. Ik vermoed deze keer een politieke langetermijnstrategie die erop gericht is om - als over een aantal jaren de kwaliteit verhoogd is - te stellen dat de prijs dan ook wel omhoog mag. En als die dan niet verhoogd is ook.

Facebook Twitter Whatsapp Mail