IBB-studenten adopteren een oma

Body: 

Een oma adopteren. Dat leek masterstudent Astrid (21) wel wat. Samen met haar voormalige huisgenoten van de IBB houden ze oma Annie gezelschap. “Lekker touren met de rolstoel of naar een langspeelplatenmiddag; niets is te gek.” Deel 2 uit de serie Rijk zonder Geld, over studenten en vrijwilligerswerk.

Een oma adopteren. Dat leek masterstudent Astrid (21) wel wat. Samen met haar voormalige huisgenoten van de IBB houden ze oma Annie gezelschap. “Lekker touren met de rolstoel of naar een langspeelplatenmiddag; niets is te gek.” Deel 2 uit de serie Rijk zonder Geld, over studenten en vrijwilligerswerk.

Logopediestudente Astrid hoorde in 2008 tijdens haar UIT-week van het project Adopteer een Oma van studentenvereniging Spontaan. Zelf heeft ze geen grootouders meer en het idee om een oudere te helpen, staat haar aan. Een jaar later besluit ze er echt werk van te maken. Omdat ze niet in haar eentje een oma mag adopteren, vraagt ze haar huisgenoten van de IBB om mee te doen. Er wordt een hele avond serieus over gepraat. Een oma adopteren is tenslotte niet hetzelfde als het aanschaffen van een nieuw vloerkleed. Het is de bedoeling dat de studenten minimaal eens in de twee weken oma bezoeken.

De adoptie van oma Annie
Uiteindelijk willen negen huisgenoten meedoen. Ze spreken af dat Astrid het ‘opperkleinkind’ wordt. “Je weet hoe het gaat bij studenten als er niemand de leiding heeft…Dat schiet niet op.” Zij heeft daarom de verantwoordelijkheid en zal degene zijn die wekelijks de afspraken inplant. Na het besluit meldt het huis zich aan bij Studentenvereniging Spontaan.

Blind date
De eerste afspraak met oma Annie is in Zorgcentrum Swellengrebel aan de Burgemeester Fockema Andrealaan, vlak bij de IBB. Van te voren is Astrid een beetje gespannen. Maar dan schudt ze de hand van de forse, vriendelijke vrouw in de rolstoel en vliegen de kriebels weg. Vanaf de eerste seconde is duidelijk dat er een klik tussen de twee is. “We zijn allebei lekkere kletskousen. Het is dan ook geen moment stil”, illustreert Astrid.

Oma Annie is 73 jaar en weduwe. Jong van geest en een actieve vrouw. Ze woont in het verzorgingshuis, omdat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ze heeft zelf twee kinderen en een stel kleinkinderen, maar die wonen zo ver weg dat ze niet vaak langs kunnen komen. Gelukkig dus dat het zo goed klikt met Astrid en later ook met haar huisgenoten.

Zowel oma als de ‘kleinkinderen’ hebben er plezier in. Is oma jarig? Dan proppen ze zich gezellig met z’n allen op de bank. Vindt er een activiteit plaats in Swellengrebel? Dan mengt het studentenhuis zich gerust aan tafel tussen de bewoners. “Onderbroekenveilingen, modeshows, dansmiddagen, koken, bloemschikken; er worden echt leuke dingen georganiseerd en we doen er graag aan mee”, zegt Astrid. Als het geen noodweer is, gaan de huisgenoten en oma Annie naar buiten. Een ijsje eten of koffie drinken.

Maar ze zijn elkaar ook tot steun in moeilijke tijden. Zo ging Astrid met Annie mee toen zij een hersenscan moest laten maken. Andersom steunde oma Annie haar adoptiekleindochter toen die in IJsland woonde en heimwee in de decembermaand kreeg. Astrid lacht bij de herinnering: “Ik had een kaart geschreven waarop ik schreef dat ik zelfs de pepernoten miste. Een tijdje later trof ik ineens een postpakket van een kilo in mijn IJslandse brievenbus aan. Wat bleek? Oma Annie had haar dochter opdracht gegeven mij een familieverpakking kruidnoten te sturen.”

Een dag met oma Annie
Vandaag gaat DUB met Astrid mee naar oma. Het is drie uur als de studente door de draaideur stapt. De bewoners in de ontvangsthal kijken alert op. Een kale man in een rolstoel zegt: “Daar heb je weer een adoptiekind van Annie!” Een vrouw met grijs kroeshaar vult aan: “Ze zit boven, kind!” Astrid groet vriendelijk en lift naar boven. “Alle bewoners kennen ons. Van de activiteiten waar we aan meedoen, of van de verhalen die oma Annie ze vertelt.”

De deur van oma’s kamer staat wagenwijd open. “Zo houdt ze het hele gebouw in de gaten.” Oma Annie is alwetend als het om  Swellengrebel gaat. Ze is op de hoogte van alle roddels. Ook bezoekt ze altijd de nieuwe bewoners om ze welkom te heten. Vandaag zit de forse vrouw met witte krulletjes in haar rolstoel in de deuropening te wachten. “Ha, gezellig dat jullie er zijn!”

Astrid legt een hand op haar oma’s schouder, groet vrolijk en loopt mee de kleine kamer in. Ze hangt haar jas op alsof ze thuiskomt. Oma Annie kijkt haar na en zegt: “Ze is hier kind aan huis, hoor.” Het appartement met de grootte van een gemiddelde studentenkamer hangt vol foto’s. Niet alleen zwartwit-kiekjes van vervlogen tijden, maar ook glanzen er overal afdrukken van studentenhuisfeesten en van lachende adoptiekinderen samen met hun oma. De verzorgster brengt kopjes thee en koffie.

“Vannacht heb ik een club in Amsterdam bezocht, oma. Ik wist niet wat ik zag”, begint Astrid als ze net zit. “Anouk (ander adoptiekind, red.) was jarig en we zijn dus Amsterdam ingegaan naar de hippe Supperclub. Nou, ik ben echt niet wereldvreemd, maar hier voelde ik me weer een klein meisje uit Utrecht dat in de grote stad komt.” Oma Annie lacht en vraagt naar de foto’s van het laatste huisfeest. Ze kletsen daarover verder en dan is oma aan de beurt haar avonturen te vertellen. Ze brengt Astrid op de hoogte van de huisroddels. “Die tiran van beneden is volgens mij naar het ziekenhuis. Dat komt vast van de stress. Och, dat is toch zo’n vinnige vrouw, ze tiranniseert het hele huis met haar geklaag en gezeur. Enfin, ze werd vanochtend volgens mij in zo’n ziekenhuisbusje geladen.” Astrid vraagt door en grabbelt gulzig in de snoeppot.

Het is tijd voor actie als alle dagelijkse beslommeringen tot in detail zijn besproken. Dit keer wordt het een middagje naar Intratuin met de elektrische rolstoel. De rolstoel is nieuw en oma mag er alleen mee rijden onder toezicht van Astrid. ‘Lekker touren’, noemen de dames dat. Onderweg wordt er vooral gekeuveld en gekletst. Eenmaal in het tuincentrum aangekomen shopt oma Annie een hoop spulletjes bijeen. De trip eindigt tevreden sippend aan een kop dampende chocolademelk in een café. Even later, als ze weer terug zijn in Swellengrebel, bladert Astrid in haar agenda. “Oma Annie, laten we volgende week woensdag iets leuks gaan doen. Schikt drie uur?” Oma Annie knikt en haalt haar schouders op. “Jij beslist, ik vind alles gezellig”, zegt ze knipogend.

Niet voor iedereen
Astrid vertelt dat niet iedereen begrijpt dat de studenten de tijd nemen om oma Annie te bezoeken. Zo nam ze ooit twee jongens mee die, zodra ze weer buiten stonden, met een lang gezicht verzuchtten: ‘Eens en nooit weer’. Ze voelden zich helemaal depressief door de sfeer in het tehuis: al die schuifelende bejaarden zonder doel. Ze vonden het veel te grauw.
Astrid en haar huisgenoten hebben daar geen last van. “Ik vind het juist prettig dat het hier zo rustig is. Natuurlijk is het leuk dat ik oma Annie blij maak, maar dat is niet het enige. Ik geniet er zelf ook van en ik leer veel over vroeger als oma Annie over haar jeugd vertelt. Bovendien is oma Annie als persoon een plezier om mee om te gaan. Ze is een zeer liefdevol, warm en vrijgevig. Ze wil graag iets doen voor anderen en haar deur staat altijd open. Kortom: ze is een geweldige adoptie-oma!”

Ook oma Annie vindt het project geslaagd. “In dit tehuis zitten alleen maar ouderen. Ik vind ouderen helemaal geen leuk gezelschap. Mijn adoptiekleinkinderen brengen leven in de brouwerij, daar kan je tenminste mee lachen. Bovendien houden ze me bij de tijd, met die mobieltjes en verhalen. Ik ben door de studenten op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt. Dat past bij mij, ik ben een actief persoon. Ik moet er niet aan denken weinig contact te hebben met de buitenwereld.”
Oma Annie vindt zichzelf een geluksvogel. “Niemand hier heeft adoptiekleinkinderen en ik ben dan ook hartstikke trots. Ze zijn hier altijd welkom en horen er echt helemaal bij. Als er iets met bijvoorbeeld Astrid is, vertel ik het ook gelijk aan mijn dochter. Mijn adoptie-kleinkinderen zijn onderdeel van mijn inboedel.”

Adopteer een oma

Studentenvereniging Spontaan, een club voor vrijwilligerswerk en sociale betrokkenheid, bedacht jaren geleden al het project Adopteer een Oma. Veel ouderen zijn eenzaam en veel studenten hebben te weinig contact met ouderen. De ouderen krijgen gezelschap, de studenten leren van de levenservaring van de ouderen, denkt Annelies van Spontaan.

Studenten die meedoen adopteren als vriendengroep een oma of opa bij wie ze minimaal eens in de twee weken op bezoek gaan. Het IBB-huis van Astrid is het enige dat op dit moment is gekoppeld aan een oma, maar Annelies denkt dat er binnenkort meer zullen volgen nu er een nieuwe commissie is.

De adoptieprocedure lijkt een beetje op die van een datingbureau. Annelies: “Als je een oma wil adopteren, komen we eerst langs bij je studentenhuis of vriendengroep. Dan praten we over je wensen: wat voor oma heb je in gedachte? Wat wil je samen ondernemen, welke interesses heb je? De wensen geven we door aan een medewerkster in Zorgcentrum Swellengrebel. Zij vraagt dan aan de bewoners wie interesse heeft in adoptiekinderen.

 

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail