Twee Utrechtse 'nannies' in Zuid-Afrika

Body: 

In de nieuwe reeks Rijk zonder geld gaat DUB op pad met UU-studenten die verrassend vrijwilligerswerk verrichten. Van het adopteren van oma's tot reddingszwemmen, DUB is er bij. Deze week: Bachelors in de pedagogiek Froukje en Karlijn die trainingen maken voor opvoeders in een Zuid-Afrikaanse sloppenwijk. “De moeder wilde wel stoppen met slaan, maar ze kon geen alternatief bedenken.”

In de nieuwe reeks Rijk zonder geld gaat DUB op pad met UU-studenten die verrassend vrijwilligerswerk verrichten. Van het adopteren van oma's tot reddingszwemmen, DUB is er bij. Deze week: Bachelors in de pedagogiek Froukje en Karlijn die trainingen maken voor opvoeders in een Zuid-Afrikaanse sloppenwijk. “De moeder wilde wel stoppen met slaan, maar ze kon geen alternatief bedenken.”

In een sloppenwijk bij Kaapstad staan huisjes met golfplaten daken dicht op elkaar. Kinderen rennen over de paden. De één heeft aids, de ander is wees. Toch zijn ze geluksvogels, want ze mogen naar school, zeggen de 22-jarigen Froukje Boer en Karlijn van der Reest. De net afgestudeerde pedagogiekstudenten wonen een half jaar in Zuid-Afrika. Het doel van hun bezoek: een verantwoordelijke rol spelen in een ontwikkelingsproject. DUB spreekt het duo via skype.

Wat doen jullie in Kaapstad?
Froukje: "We maken hier twee trainingen over hoe je om kunt gaan met beperkingen van kinderen en tieners. De trainingen zijn voor lokale trainers die worden opgeleid door het Medical Knowledge Institute (MKI). Zij geven vervolgens de trainingen aan de mensen uit de sloppenwijken. Het is de bedoeling dat die nog jarenlang door trainers worden gegeven aan de bevolking; dat kunnen verzorgers zijn in een weeshuis, leerkrachten, ouders of de tieners zelf. We dragen op die manier onze kennis over aan de toekomst, dat legt een flinke verantwoordelijkheid op onze schouders."
Karlijn: "Maar zo’n training konden we niet schrijven zonder dat we eerst onderzoek deden. Hoeveel weet de bevolking hier al over de ontwikkeling van kinderen? Hoeveel hulp is er al? We moesten antwoorden vinden op deze vragen. We gingen daarom naar crèches, scholen en weeshuizen. We werkten er en observeerden."

Wat ambitieus! Vorig jaar zaten jullie nog in De Uithof. Hoe komen jullie daar terecht?
Froukje: "Toeval enerzijds en heel veel motivatie anderzijds. We studeerden pedagogiek. We hadden bijna ons bachelordiploma op zak en na al dat studeren, wilden we de wijde wereld in. Toevallig bleken onze voorkeuren allebei naar Zuid-Afrika uit te gaan."
Karlijn: "Een vriendin van mijn moeder kende de directeur van het Medical Knowledge Institute. Dat is een internationale non-profit organisatie die werkt onder het motto Preventie door Educatie. Trainers geven voorlichting en instructie aan allerlei mensen onder wie ook aan hulpverleners, zodat zij de kennis weer kunnen doorgeven. We mailden met het MKI in Zuid-Afrika en kwamen er achter dat wij met onze kennis heel wat konden bijdragen. Er zijn nog weinig trainingen over de vroege ontwikkeling van kinderen en nog minder trainingen aangepast voor tieners."

Het MKI had dus interesse in jullie. Waarom was dat wederzijds?
Karlijn: "Het langetermijndoel sprak me aan. Het MKI maakt de bewoners van de sloppenwijken uiteindelijk minder afhankelijk van westerse hulp. Westerse vrijwilligers dragen kennis over aan de lokale bevolking in plaats van dat eenmalig voorlichting te geven. De organisatie draagt dus structurele oplossingen aan. Zo wisten we dat onze hulp daadwerkelijk iets zou veranderen."

Even terug naar jullie werkzaamheden: jullie observeren de kinderen in sloppenwijken. Licht eens een tikje van de sluier op, hoe ziet zo’n dag eruit?
Froukje: "’s Ochtends vertrekken we vanuit ons studentenhuis in Kaapstad naar een sloppenwijk. We laten de westerse huizen achter ons en rijden de geur van rotte eieren tegemoet. De crèches, scholen en weeshuizen waar we aankomen, bestaan uit een paar muren met een golfplaten dakje. Soms is er een slaapgelegenheid die gesponsord wordt door de kerk, zoals bij een school voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. De meeste scholieren wonen te ver van school af om steeds heen en weer te reizen.
"Eenmaal daar aangekomen lopen we een dagje mee, we observeren en noteren het gedrag van de onderwijzers, leiders en kinderen. We kijken: welk gedrag zie je, welke problemen horen daarbij en hoe kan je dat gedrag voorkomen of de problemen oplossen? Als een kind bijvoorbeeld een ander kind slaat, hoe reageert de juf dan en waarom reageert ze op die manier? We praten daarom ook veel met de mamma’s, de crècheleidsters om hun ideeën daarover te horen."
Karlijn: "Eén van de mamma’s vertelde ons bijvoorbeeld dat een paar kinderen in haar klas altijd aan het vechten zijn en dat ze het lastig vindt om daarmee om te gaan."

Nu het belangrijkste: jullie maken zelf trainingen. Klinkt stoer, maar wat houdt zo’n training eigenlijk in?
Froukje:
"Een trainer geeft aan de hand van een powerpointpresentatie informatie over de belangrijke mijlpalen in de ontwikkeling van kinderen in combinatie met de leeftijd die daar bij hoort. Van elke training maken ze iets leuks en spelen ze in op de kennis en behoeften van de deelnemers. Af en toe nemen ze een zijpad en maken grapjes met elkaar. Het voordeel is dat de trainers praten in de taal van de deelnemers; dat is meteen de reden waarom wij ze alleen maken en niet uitvoeren. We merkten dat trainingen soms nog niet praktisch genoeg waren. We hebben er daarom alvast een paar aangepast bijvoorbeeld met rollenspel. De deelnemers reageerden daarop heel enthousiast, ze waren geboeid en deden goed mee."

En wat is jullie pedagogisch gezien al opgevallen?
Froukje: "De kinderen hier krijgen totaal geen structuur. In de klas hangt heel ambitieus een groot bord met de planning van de dag erop. Vervolgens negeert de leidster het bord totaal. Alles loopt door elkaar. Hierdoor weten kinderen niet zo goed waar ze aan toe zijn. In het trainingsprogramma besteden we straks extra aandacht aan het geven van structuur."
Karlijn: "De voedingsgewoonten vallen me trouwens ook op. Kinderen krijgen hier enorme porties met eten voorgeschoteld. Waar ze in andere delen van Afrika dus met hongerbuiken lopen, bestaan die buikjes hier uit vet. Kinderen krijgen als snack tussen het ontbijt en de lunch zes boterhammen op hun bord. Zijn ze klaar? Dan krijgen ze als toetje een zak chips."
Froukje: "Iets interessants is hier bovendien de pedagogische tik. Als een kind stout is, krijgt het vaak nog simpelweg een klap. Er zijn daar sinds kort strengere regels over gemaakt en op scholen is een tik geven nu verboden."

Hebben jullie de ouders gesproken over die tik?
Froukje: “Ja. Eigenlijk vertellen moeders me steeds dat ze graag minder willen slaan. Maar hoe? Ze weten niet hoe ze hun kind beter kunnen begrenzen. Als we ze vragen of ze op een andere manier willen leren disciplineren, zeggen ze ja. Ze kennen heus wel wat strafmethoden; ze slaan uit een soort onmacht.”

Het klinkt alsof er nog heel wat werk te doen valt.
Karlijn: "Het is niet alleen maar narigheid, hoor. De kinderen genieten ook veel en van die momenten kunnen wij in Nederland weer wat leren. Een voorbeeldje: als lichaamsbeweging tussendoor op school mogen kinderen vaak even dansen en zingen. Ze klappen en springen dan een eind weg. Niet als pauze, maar gewoon als tussendoortje tijdens de lessen."

Desmond Tutu; li Karlijn; re FroukjeJe maakt wel wat mee. Wat heeft jullie in het werk nu het meest geraakt?
Karlijn: "Het contrast tussen arm en rijk. Dat is zo imponerend dat ik er stil van word. Wij wonen hier in een internationaal studentenhuis. Als we dan de sloppenwijken inrijden zie je de armoede; zo zie je delen waar geen stromend water is en waar de wc een Dixi is. Zo verschillend."
Froukje: "Maar die armoede begrenst ze niet. Integendeel. Iedereen is optimistisch en vanaf dag één worden al onze verzoeken beantwoord met: ‘No problem!’ Wil je ons rondleiden? ‘No problem!’ Kan je ons iets aangeven? ‘No problem!’ Dat vrolijke zinnetje hebben we op een gegeven moment overgenomen en het is nu ons stopwoordje. Een andere bijzondere ervaring is de ontmoeting met Desmond Tutu afgelopen week. Hij is een goede vriend van de directeur van het MKI en was bij een opening van een winefarm die het MKI gaat sponsoren. Een heel mooie ontmoeting!
"Als we het over bijzondere ervaringen hebben, wil ik tot slot één verhaal noemen dat me raakte. Dat is het verhaal dat Mama Phumla vertelde. Zij was vroeger een student ICT, maar na haar studie zag ze kinderen doelloos op straat ronddolen en dacht: hier moet iets veranderen. Ze schraapte al haar centen bij elkaar en zette een crèche op voor de kleine kinderen. Ze heeft nu zes klasjes voor kinderen van nul tot zes jaar. De kinderen lachen daar zo veel. Ze dansen, zingen en klappen de hele dag. De vrouw ratelde maar door over haar plannen, ze wilde nu ook een huiswerkbegeleidingklasje beginnen, trainingen voor ouders, alles erop en eraan. Geld is het enige obstakel, maar ze is vastbesloten door te gaan. Wat een prachtige vrouw, ik kreeg er tranen van in mijn ogen!"

Nemen jullie die ervaringen straks mee in je rugzak naar Nederland?
Karlijn: "Elk moment nemen we mee als we in maart weer terugvliegen. Ik besef vooral dat we ontzettend veel geluk hebben dat we kunnen studeren. Als je ziet dat sommige mensen hier krom liggen om collegegeld te betalen, besef je dat je er optimaal van moet profiteren. In september gaat Froukje de master Orthopedagogiek doen, zelf twijfel ik nog over mijn studiekeuze. Maar als ik weer ga studeren heb ik me voorgenomen met een zesje geen genoegen meer te nemen. Dan ga ik net even een uurtje meer leren voor een lastig tentamen."

En mocht je toch een onvoldoende halen?
Beiden: "No problem!"

Facebook Twitter Whatsapp Mail