‘Bij behandeling psychisch lijden moeten we meer kijken naar de sociale omgeving’

Body: 

Het thema van de Dies Natalis van de Universiteit Utrecht is kijken over de grenzen van je vakgebied en zo komen tot bijzondere vormen van samenwerking. Hoogleraar psychiatrie Jim van Os van het Universitair Medisch Centrum Utrecht is spreker op de verjaardag van de UU op vrijdag 25 maart en zal daarvan voorbeelden geven uit zijn eigen praktijk. Hij vindt dat de hulpverlening bij psychisch lijden helemaal anders moet. Door samen te werken met wetenschappers uit andere disciplines en door de ervaringswetenschap van patiënten een rol te geven. 

Read in English

Jim van Os ging Geneeskunde studeren in Amsterdam en wist al dat hij zich wilde specialiseren in de psychiatrie. “Je hebt twee type mensen die kiezen voor de psychiatrie: mensen zoals ik  die geneeskunde gaan doen om psychiater te worden en mensen die pas tijdens hun studie die keuze maken. Men zegt dat de eerste groep meer mensgericht is en de tweede groep meer naar de biologisch-medische kant van het brein kijkt.”

De psychiatrie is een medische discipline die mensen behandelen die psychisch lijden. Bij psychiatrie gaat het over ziektes, zoals schizofrenie of een bipolaire stoornis. Waar gaat het mis in het brein? De psychiater kan medicijnen gebruiken of een therapeutische behandeling voorschrijven. Een psycholoog behandelt ook mensen met psychisch problemen, maar dan ligt het accent op therapie en het veranderen van gedrag.

Psychisch lijden is niet zo meetbaar als bijvoorbeeld een gebroken arm.

Toch is dat onderscheid niet altijd duidelijk. Van Os: “De grens tussen wat hoort bij de psychiater en wat bij de psycholoog is niet eenduidig vast te stellen. Ze groeien naar elkaar toe. Dat komt onder meer omdat het vaak moeilijk is vast te stellen wat het probleem is. Het is niet zo meetbaar als bijvoorbeeld een gebroken arm. En als je de diagnose stelt, kun je ook niet voorspellen met welke medicijnen en behandeling de patiënt herstelt. Het bewustzijn functioneert bij iedereen anders en dat functioneren is afhankelijk van de sociale omgeving waarin iemand leeft. Als iemand angstgevoelens heeft, is dat dan een ziekte of komt het voort uit traumatische ervaringen? Het gaat om de wisselwerking tussen hoe je brein in elkaar zit en hoe je reageert op wat je meemaakt of in wat voor situatie je zit, in die wisselwerking komt het bewustzijn tot stand.”

Jim van Os heeft zich in zijn carrière vooral sterk gemaakt voor de mensgerichte aanpak. “Je ziet in de psychiatrie dat men lange tijd heeft gezocht naar het labelen van ziektes. Een patiënt had bepaalde symptomen en dan werd hij ingedeeld bij een bepaalde stoornis. En vaak hoorde bij die stoornis een bepaalde behandelingsmethode of medicatie. Je verliest daarmee wel de mentale component uit het oog. En dat is slecht.

Bij iedereen functioneert het brein anders en dat is afhankelijk van de sociale omgeving

"Bij iedereen functioneert het brein anders en dat is afhankelijk van de sociale omgeving waarin iemand zich begeeft of de geschiedenis die iemand heeft. Is een patiënt getraumatiseerd door gebeurtenissen in het verleden? Of heeft iemand moeite met de eisen die zijn familie aan hem stelt? Het speelt allemaal een rol en die persoonlijke situatie is belangrijk bij de behandeling. Dat inzicht kwam bij mij toen ik in het buitenland studeerde, onder meer in Indonesië, Marokko, Frankrijk en Engeland. Ik was verbijsterd hoe sterk de culturele achtergrond een rol speelt bij de diagnose van het psychisch lijden. In een niet Westers land interpreteren ze het ‘stemmen horen’ heel anders dan bij ons. Maar ook de diagnose en behandeling van een ziekte als schizofrenie is in Frankrijk heen anders dan in Engeland.”

In de loop van tijd ging Van Os zich steeds meer verzetten tegen de internationaal vastgestelde lijstjes van erkende mentale ziektes, verzameld op de zogeheten DSM-5 lijst. Daarbij trapte hij tegen de schenen van de groep hersenonderzoekers die wel voorstander zijn van zo’n lijst. Toen hij in 2017 naar Utrecht kwam, leidde dat tot een richtingenstrijd binnen het UMCU. Bekende wetenschappers als Iris Sommer en René Kahn keerden zich tegen de visie van Van Os. Zij zijn vertegenwoordigers van de biologisch-medische benadering en noemden hem iemand van de ‘antipsychiatrie uit de jaren 70’. Zij zijn nu beide vertrokken en is de afdeling psychiatrie in het UMCU nu meer mensgericht.

“Ik was aangenaam verrast dat de toenmalige decaan Frank Miedema me vroeg om naar Utrecht te komen. Hij is de man van Open Science, het delen van wetenschappelijke informatie en Science in Transition waarin wordt gepleit om in de wetenschap mee rte kijken naar maatschappelijke behoeftes. Daar geloof ik ook in. Samen met Floortje Scheepers, hoogleraarInnovatie in de ggz, hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt aan het delen van informatie en het betrekken van patiënten bij het onderzoek. Je ziet nu zelfs dat binnen het hele ziekenhuis meer oog is voor de context. De impact van een gebroken arm is voor een pianist anders dan voor iemand die minder afhankelijk is van die arm.”

In bepaalde steden het aantal volwassenen dat een antidepressivum krijgt voorgeschreven boven de 12 procent ligt. Dat is ongelooflijk hoog.

Met Open Science bedoelt Van Os naast het delen van informatie door vakgenoten ook dat breder gekeken wordt dan alleen naar de medische behandeling van een patiënt waarbij je alleen kijkt naar de symptomen.  Als je naar de sociale omgeving kijkt, moet je ook de expertise van sociologen, economen, geografen en milieudeskundigen meenemen.

“Het valt mij op dat het aantal volwassenen dat een antidepressivum krijgt voorgeschreven in bepaalde steden boven de 12 procent ligt. Dat is ongelooflijk hoog. Dan moet je gaan kijken hoe dat komt. Zijn het de huisartsen die in hun praktijk zo druk zijn dat ze geen gesprek meer voeren, maar direct mensen met een geestelijke ziekte diagnosticeren en medicamenten voorschrijven? Of komen deze volwassenen uit een omgeving waar de prestatiedruk hoger ligt dan normaal? Zou het komen doordat de geluidsvervuiling in dat gebied hoog is of de sociale cohesie laag? 

"Nu blijft het vaak een individuele zaak, maar door dit soort dwarsverbanden te onderzoeken en met elkaar te delen kun je meer inzicht krijgen. Er wordt gekeken naar de geestelijke kenmerken van het psychisch lijden en die symptomen worden -al dan niet met medicijngebruik- behandeld. Als zo iemand schulden heeft of andere maatschappelijke problemen, moet die persoon weer een heel ander traject in. Daar heb je de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) voor.”

Veelal is het praten over de problemen of er mee leren om te gaan een veel betere behandeling.

Deze kritiek komt ook naar voren in zijn boek De nieuwe ggz uit 2015 waarin hij kritiek formuleert op de manier waarop de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nu is georganiseerd. Hij pleit voor een bredere aanpak van de geestelijke gezondheidszorg. “Bij de GGZ wordt veel te veel aan symptoombestrijding gedaan, zoals ik net heb beschreven. Er wordt veel te weinig samengewerkt, bijvoorbeeld met maatschappelijke hulpverleners. Deze werkwijze is bijzonder inefficiënt. Je moet de hulpverlening samenbrengen. Veelal is het praten over de problemen en het proberen op te lossen of er mee leren om te gaan een veel betere behandeling.”

Van Os maakt zich ook sterk voor een veel grotere rol voor de patiënt zelf in de behandeling. “Bij iedereen liggen de problemen anders en is de sociale omgeving anders. De één heeft baat bij een goede maatschappelijke hulpverlening, de ander bij een spirituele reis en weer iemand anders bij psychotherapeutische gesprekken of bij medicijnen. Mijn stelling is dat een patiënt dat zelf vaak het beste weet. En dat die visie en wensen van de patiënt waar mogelijk een veel grotere rol bij de behandeling moeten spelen.”

Meer mens en minder patiënt is de kern van het Ecosysteem Mentale Gezondheid, dat Van Os heeft opgezet in samenwerking met hulpverleners en zorgverzekeraars. Het Ecosysteem Mentale Gezondheid is een vorm van hulpverlening waar mensen met hun klachten en vragen digitaal, in groepen of 1-op-1 terecht kunnen. Er is een keuzepalet van lotgenotenhulp, sociale hulp en ggz-hulp. De digitale component is bijvoorbeeld via een anonieme chat naar begeleiding in een e-community die past bij hun vraag. In het ecosysteem werken mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, maatschappelijke hulpverleners en mensen uit de geestelijke gezondheidszorg. Er is een begin gemaakt met pilots in verschillende gebieden in Nederland.

De ervaring van patiënten  is voor ons vakgebied van groot belang

Het is niet alleen bij de behandeling waar de patiënt een grotere rol moet krijgen, ook in de wetenschap. “De ervaring van patiënten noem ik ervaringswetenschap en is voor ons vakgebied van groot belang. Wij hebben op het UMCU een User Resource Centre waar we de kennis van patiënten gebruiken om meer inzicht te krijgen in wat het psychisch lijden inhoudt en hoe je het moet behandelen. Daar komen zeer waardevolle inzichten uit. Zo bekijken wij als onderzoekers samen met patiënten naar de beste manieren om te stoppen met antidepressiva. Samen met moleculair geneticus en psycholoog Peter Groot ontwikkelde ik een taperingstrip. De taperingstrip is een methode om stapje voor stapje het medicijngebruik te minderen zonder dat je ontwenningsverschijnselen krijgt. Dankzij drie onderzoeken onder patiënten weten we wat het beste werkt.”

Zo zoekt Van Os steeds nieuwe en bijzondere vormen van samenwerking binnen de wetenschap, met de maatschappelijke organisaties en met patiënten om zo beter zicht te krijgen op psychisch lijden en een meer passende remedie. “In het verleden deed de psychiatrie zijn uiterste best om bij de harde geneeskunde te horen. Nu zie je het omgekeerde en is in de gehele geneeskunde meer oog voor de sociale context en de samenwerking met patiënten zoals de psychiatrie dat al jaren doet.”

 



Wie is Jim van Os

Jim van Os (1960) is geboren in Utrecht en studeerde geneeskunde in Amsterdam. Na zijn studie ging hij zich verdiepen in transculturele psychiatrie in Jakarta en verbleef een jaar in Casablanca. Hij studeerde psychiatrie in Bordeaux en Londen. Tussen 1991 en 1995 studeerde hij epidemiologie aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine. Na Londen ging hij werken in Maastricht. In 2017 werd hij hoogleraar bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Hij is gasthoogleraar aan het Institute of Psychiatry van het King's College in Londen, waar hij in 2016 werd benoemd tot King's College Fellow.

Van 2010-2015 kreeg hij een beurs van de Europese Unie van 12 miljoen euro van de Europese Unie om gen-omgevingsinteracties te identificeren die betrokken zijn bij psychotische stoornissen.

Van Os is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij staat vermeld op de Thomson-Reuter Web of Science list van 'the world’s most influential scientific minds of our time'. 

Hij staat aan de basis van de beweging De nieuwe GGZ en is mede-oprichter van de website en eCommunity PsychoseNet.nl. In november verscheen het boek Wij zijn God niet dat hij schreef met ervaringsdeskundige Myrrhe van Spronsen.
Facebook Twitter Whatsapp Mail