De student Adèle Guinaudie in haar kamer. Foto: Mila Bertens

‘Ik ben de enige international in een Nederlands studentenhuis’

Body: 

Het is een situatie die de meeste internationale studenten maar al te goed kennen. Je bent op sociale media op zoek naar een kamer en je ziet bijna alleen maar advertenties met woorden als ‘no internationals’. Toch is het de Engels-Franse Adèle Guinaudie (24), masterstudent Educational Sciences, gelukt. Sinds september woont ze samen met drie Nederlandse meiden.

Read in English

“Ik was geschokt toen ik zo veel Facebookposts zag waarin ‘Dutch students only’ of ‘no internationals’ stond. Als witte Europese vrouw was dit de eerste keer dat ik zelf meemaakte hoe het is gediscrimineerd te worden. Ik vroeg me daardoor zelfs af of ik studeren in Utrecht nog wel zag zitten”, herinnert ze zich. Maar Adèle was gewoon te enthousiast over de masteropleiding van de UU, die niet bestaat in Berlijn, waar ze in 2018 naartoe verhuisde voor een stage. Bovendien was de verhuizing naar het buitenland, nadat ze ook in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk had gewoond, voor haar een peulenschil.

Emma Kooijman (24) is een van haar huisgenoten. Zij volgt nu een traineeship bij de Universiteit Leiden en zag twee huisgenoten in korte tijd komen en gaan in hun studentenhuis in Ondiep. “Dit was de eerste keer dat we een nieuwe huisgenoot zochten. En de hoofdreden om geen international in dit huis te willen, is dat mensen na een dag studeren of werken geen zin hebben om thuis ook nog eens de moeite moeten te doen om Engels te praten”, legt ze uit. “Bovendien blijven de meeste Erasmusstudenten maar een halfjaar en dan moet je daarna weer gaan zoeken naar een huisgenoot. En niemand vindt een hospiteeravond nou echt leuk.”

a.jpg

Emma Kooijmans in haar kamer. 

Maar een semester in Finland en een Italiaans vriendje hebben Emma’s ogen geopend voor de voordelen om een huis te delen met iemand die een andere achtergrond heeft. En voor het feit dat het moeilijk is voor internationale studenten om een woonplek te vinden. Dus toen de meiden voor de tweede keer een hospiteeravond moesten houden moedigde ze haar huisgenoten aan om niet alleen de mails van Nederlandse studenten te lezen.

Adèle hospiteerde via Skype, want zelf zat ze op dat moment nog in Berlijn. Ondanks de afstand was er meteen een klik. “Het was een leuke sfeer. Er werd veel gelachen en ik kon zien dat we het goed met elkaar konden vinden”, vertelt ze. Toch vond ze het verrassend dat ze werd uitgekozen. “Dat was echt een geweldig moment voor mij. Ik voelde me toen heel gelukkig.”

Voor ze hier kwam studeren, was Adele nog nooit in Utrecht geweest. En haar huisgenoten ontmoette ze pas op de verhuisdag. “Dat was best zenuwslopend. Gelukkig waren ze precies zoals ik had verwacht en we hadden vanaf het eerste moment meteen een klik.” Dat was een groot voordeel, want vanwege het coronavirus waren alle colleges online (behalve elke twee weken een bijeenkomst op de campus, waarbij iedereen 1.5 meter afstand houdt). Dus een goede band met je huisgenoten is op zo’n moment enorm belangrijk.

Het komt wel goed
Maar hoe zit het dan met die moeite om in een tweede taal te communiceren? “Oh, dat loopt wel los”, zegt Emma. “Een van de huisgenoten heeft er soms een beetje moeite mee, als ze moe is. Dan zegt ze ‘ik kan even niet op het Engelse woord komen!’, maar dat is geen probleem, want dan kan ik het vertalen. En Adèle heeft er alle begrip voor. En het is ook handig dat ze Duits spreekt.”

Ondanks de oplossingen, levert de taal soms ook grappige situaties op. Vooral wanneer Adèle probeert te raden waar de anderen het over hebben wanneer ze een woord opvangt wat op een Duitse term lijkt. Vaak blijkt het dan totaal iets anders te betekenen in het Nederlands.

Ondanks dat ze geen plannen heeft om Nederlands te leren (“drie talen zijn meer dan genoeg”), heeft Adèle al wel het een en ander opgepikt. En haar waardering voor de taal is dankzij haar huisgenoten wel gegroeid. “Toen ik hier voor het eerst kwam, vond ik het een lelijke taal. Vooral die gggg (terwijl ze het typische geluid van een harde G nadoet). Maar ondertussen heb ik veel leuke Nederlanders ontmoet, waaronder mijn huisgenoten. Dus vind ik de taal ook een stuk leuker klinken.”

b.jpg

Meer dingen samen doen
Nu Adele in het huis woont, doen de meiden vaker dingen samen. Emma herinnert zich dat zoiets voorheen veel minder vaak gebeurde. “Nederlandse studenten hebben al hun eigen leven buiten de universiteit of in een andere stad, dus die hebben een drukker schema. Omdat Adèle aanvankelijk nog niet veel mensen kende, kwam ze met leuke ideeën die we samen konden doen. Zo hebben we de Netflixserie Emily in Paris gekeken, samen hardgelopen of spelletjesavonden gedaan. En ze houdt veel van koken. Vanwege haar Frans-Engelse achtergrond kent ze veel recepten waar wij nog nooit van gehoord hadden!”

Die activiteiten waren voor Adèle de manier om haar huisgenoten uit hun kamers te krijgen. “We hebben hier geen gemeenschappelijke ruimte, alleen een lange keuken. Dus iedereen eet in hun kamer. Dat vond ik heel raar in het begin, want in Frankrijk is het juist belangrijk om samen te eten en er de tijd voor te nemen. Hier eet iedereen om 18.00 uur en om 18.30 uur is het al weer klaar.” Toch vindt ze het vervelend dat er zelden activiteiten spontaan ontstaan. “We doen dingen samen, maar dat moeten we wel plannen. Dat is typisch Nederlands: ze plannen alles. En jij moet zorgen dat je ergens in dat schema past.”

In december vierden ze Sinterklaas met het hele huis. “Adèle had tijdens haar master al wat gehoord over het racistische deel van de traditie, maar wij wilden haar de leuke kant van het feest laten zien. Alle leuke en hartverwarmende herinneringen uit onze jeugd. Dus hebben we onze schoenen gezet, cadeautjes gekocht en gedichten geschreven voor elkaar. Ze vond het heel schattig!”, vertelt Emma.

En zonder het te weten lukte het ook nog om een heel specifiek Nederlands gevoel over te brengen. “Het was gezellig”, vertelt de internationale student, die ook vertelt dat ze dit wel gaat missen als ze in september terugverhuisd naar Berlijn. “Mijn huisgenoten steken graag kaarsjes aan, zetten muziek op of drinken een glas wijn als ze thuiskomen. Ze hechten veel waarde aan gezelligheid. Dat is geweldig.”

De toekomst
Ondanks deze positieve ervaring in Utrecht, houdt Berlijn altijd een speciale plek in haar hart. Ze heeft daarom ook de intentie om daar weer naartoe te gaan. Gelukkig heeft Ondiep ook een aantal Berlijnse kanten. “Ik had niet verwacht dat deze wijk zo multicultureel zou zijn. Ik kan hier alles vinden wat ik wil. Het lijkt eigenlijk of ik nog steeds in Berlijn woon.”

Of de plek van Adèle opnieuw naar een internationale student gaat, is nog niet te zeggen. Maar het lijkt Emma wel een goed plan. “Ik raad het iedereen aan om samen met een internationale student te wonen. Want je krijgt een andere blik op de wereld. Het is een echte toevoeging ten opzichte van een Nederlandse student.”

Foto's: Mila Bertens

Facebook Twitter Whatsapp Mail