Academische tradities zijn weer hot

Body: 

Van de Dies Natalis tot de paranimfen: de rituelen van de universiteit geven vaak de indruk oeroud te zijn. Maar is dat wel zo? En waarom zijn academische tradities nog steeds zo belangrijk?

Van de Dies Natalis tot de paranimfen: de rituelen van de universiteit geven vaak de indruk oeroud te zijn. Maar is dat wel zo? En waarom zijn academische tradities nog steeds zo belangrijk?

Wanneer je als student aan de Universiteit Utrecht je diploma krijgt, staat in het Latijn welke opleiding je hebt gevolgd. Een speciaal aangewezen latinist moet ervoor zorgen dat moderne vakken als Information sciences een correcte Latijnse vertaling krijgen. Klinkt dat vreemd in de oren? Hoogleraar Universiteitsgeschiedenis Leen Dorsman is niet verbaasd.

Volgens Dorsman zijn tradities de laatste 15 jaar weer helemaal terug, niet alleen aan de universiteit, maar ook in het studentenleven, zoals bij verenigingen. Het feit - of alleen maar de suggestie - dat een gebruik of ritueel oud is, wint aan betekenis in deze moderne tijd, waarin organisaties steeds massaler en zakelijker worden, zegt hij.

Jaloers op ons cortège
Eén van de oudste academische tradities is de optocht van hoogleraren en emeriti op de verjaardag van de universiteit. “In Utrecht doen we dat het mooist in Nederland”, vindt hoogleraar Biomedische Wetenschappen Dop Bär die vorig jaar de voorzitter van de lustrumcommissie was toen de Universiteit 375 jaar werd. “Tijdens de Dies Natalis verzamelen de hoogleraren in de Aula van het Academiegebouw in de binnenstad en lopen met mooi weer over het Domplein naar de hoofdingang van de Domkerk, waar de viering is. Met slecht weer lopen we via de Pandhof. Iedereen is jaloers op onze historische route.”

Ook bij promoties barst het van de rituelen die door de universiteit zorgvuldig worden gekoesterd. De hoogleraren zijn in toga, de promovendus in rokkostuum en de promovenda in mooie jurk of fraai pakje, bijgestaan door twee even zo goed verzorgde paranimfen. Als de promovendus de Senaatszaal binnenkomt, wordt deze begeleid door de pedel met haar staf en moet het publiek opstaan. Dat gebeurt al sinds de 19de eeuw. Het einde van de ceremonie wordt gemarkeerd door de pedel die met haar staf op de vloer stampt en roept: ‘Hora est!’ Het is tijd!

En dan het studentenleven. Vanaf het ontstaan van studentencorpsen bestaan er al ontgroeningen bij. Ook de rivaliteit tussen de studentenverenigingen is geen modern gebruik: al in de zeventiende eeuw vonden er ‘invallen’ plaats tussen verschillende ‘nationes’, een soort regionale studentenclubs.

Joanne Proctor, medewerker Communicatie & Marketing

“Tradities dragen bij aan het unieke karakter van de universiteit. Ze geven mij een gevoel van trots. Het cortège van hoogleraren tijdens de opening van het Academisch Jaar en de Dies Natalis, vind ik de mooiste academische traditie die er is. Het is een prachtig gezicht als de stoet van het Academiegebouw naar de Domkerk loopt. Het past ook zo mooi bij de historische uitstraling van het Domplein.”

Jonge rituelen
Academische tradities geven vaak de indruk gebaseerd te zijn op eeuwenoude rituelen. Maar klopt dat idee eigenlijk wel? “De academische tradities die nu bij de Universiteit Utrecht en het studentenleven horen, zijn een bonte mengelmoes van oeroude rituelen, herontdekte tradities, jonge tradities en tradities die in een modern jasje zijn gestoken”, zegt Dorsman. “Ze zijn lang niet allemaal oud, hoewel die suggestie wel vaak wordt gewekt.”

Een frappant voorbeeld zijn de als middeleeuwse toernooiridders uitgedoste mannen, die tijdens de uitreiking van de eredoctoraten op de Dies Natalis boven in de Domkerk staan te trompetteren. “Een indrukwekkend traditioneel geluid, maar deze traditie bestaat pas een aantal jaren.”

De suggestie dat een traditie al eeuwenoud is, is vooral opvallend bij het afstudeerritueel van het University College. “De studenten dragen zwarte gowns en mortar boards, en wie het meemaakt denkt dat het een lang bestaande traditie is”, zegt Dop Bär. “Dat is in zekere zin ook zo, maar dan op Engelse en Amerikaanse universiteiten, hier zie je het pas een jaar of tien.”

Terug van weg geweest
Sommige gebruiken zijn lange tijd weggeweest, maar weer in ere hersteld. Het laten portretteren van hoogleraren en rectoren van de universiteit bijvoorbeeld. Deze traditie was in de anti-traditionele jaren '60 en '70 volledig van de baan. Tegenwoordig worden rectoren weer netjes op doek geschilderd en krijgen ze een ereplaats in het Academiegebouw.

Floor Kroese, promovenda Sociale Psychologie

“Mijn promotie was een van de belangrijkste dagen uit mijn leven en de tradities en vormelijkheden hebben daar alleen maar aan bijgedragen. Het geeft iets speciaals aan de dag; het hoort bij de ceremonie. Ik had ze niet willen missen.”

Dop Bär: “In de sixties, toen ik studeerde, was het na de Maagdenhuisbezetting en de Franse studentenrevolte not done voor hoogleraren om te oreren. Men droeg in elk geval de toga niet. De 'oraatsie' was passé, rechts, conservatief, niet revolutionair. Dat gebruik, de oratie, is gelukkig weer helemaal terug, en zelfs in vollere omvang lijkt het wel dan eerst. Ook tijdens de promotie is het rokkostuum weer terug, en de paranimfen ook.”

Geschiedenis
De laatste 15 jaar is er volgens Leen Dorsman een verandering gaande in de houding tegenover tradities. Universiteiten willen maar al te graag laten zien hoe oud ze zijn, en zijn sinds de jaren '90 massaal bezig met historische vernieuwingen.

Een mooi voorbeeld is de aanstelling van universiteitshistorici: geschiedkundigen die zich verdiepen in de historie en de oude gebruiken van hun eigen universiteit. Een blik op de website van de Universiteit Utrecht laat de geschiedenis zien van de Alma Mater, van de zevende eeuw tot heden. “Alleen al het idee van een lange doorgaande geschiedenis is erg belangrijk”, verklaart Dorsman. “Ook al werd de universiteit officieel pas in de 17 de eeuw gesticht.”

Vercorpserisering
Maar niet alleen op de universiteit zelf, ook in het studentenleven zijn tradities helemaal terug. “Ik noem het vercorpserisering van het studentenleven”, zegt Dorsman. “Zelfs de meest alternatieve verenigingen hebben nu een traditioneel galabal.”

Martijn Hulsmans, Assessor Utrechtsch Studenten Corps

“Onze verenigingstradities zijn ontzettend belangrijk voor het verenigingsgevoel. Het mooiste vind ik als de hele vereniging samen de Latijnse verenigingsliederen zingt. Elk nieuw lid moet de teksten uit zijn hoofd leren. Als honderden stemmen samen losbarsten, geeft dat een geweldig gevoel van saamhorigheid.”

De oudste studentenvereniging van Utrecht, Het Utrechtsch Studenten Corps, drijft compleet op tradities: de ontgroening, de titels van bestuurders (rector, ab actis), de liederen, het bestaan van een sociëteit (een clubhuis), de jaarclubs en disputen. Volgens assessor Martijn Hulsmans vergroten tradities het gevoel van saamhorigheid. “Iedere student blijft hier maar vijf of zes jaar, daarna is het de beurt aan de volgende generatie. Onze tradities en gebruiken zorgen voor continuïteit.”

Dop Bär, hoogleraar Biomedische wetenschappen

“Een 375-plusser moet geen tradities overboord zetten, maar ze juist koesteren. De meest indrukwekkende en bijzondere traditie vind ik de promotie: die zaal, de ouderwetse vormelijkheid, de mooie combinatie van feestelijk en inhoudelijk, dat is voor iedereen: leken, familie en betrokkenen een hoogtepunt. Ik mag er zo'n 30 per jaar voorzitten, en elke keer is het weer prachtig. De oratie is een goede tweede. En het vieren van een universitair lustrum, kan ik niet nalaten te zeggen, is de moeder van alle tradities.”

Om de tradities van hun voorgangers in stand te houden, moeten de nieuwe leden van het Corps alle gebruiken en highlights uit de illustere verenigingsgeschiedenis uit hun hoofd leren, waarna ze worden overhoord. “Er verdwijnen ook tradities, of er komen nieuwe bij”, zegt Hulsmans. “Het brassen (stoeiend vechten, red.) tijdens de introductie bijvoorbeeld, dat gebeurt niet meer. Het past niet meer in deze tijd. De nadruk ligt meer op het intellectuele, dan op het fysieke. Een nieuwe traditie is dat de studiegezelschappen hun nieuwe leden een lezing laten geven over hun studie.”

Traditie als marketingtool
Romantisering van het verleden en het koesteren van tradities is een tendens die op dit moment alomtegenwoordig is in de Nederlandse samenleving, denkt Dorsman. Het is een bindmiddel tijdens veranderingen. “Universiteiten hebben zich langzaamaan ontwikkeld als grote bedrijven, met massaonderwijs en grootschalig onderzoek. Tradities zorgen voor verbinding, en een duidelijke uitstraling naar buiten.”

Academische tradities als moderne marketingtool? “Ja, in zekere zin wel”, zegt Dorsman. “Het plechtige cortège op de Dies Natalis dient nog steeds hetzelfde doel als 375 jaar geleden: indruk maken op de buitenwereld. Het is een belangrijk moment voor de universiteit om te laten zien dat ze geen in zichzelf gekeerd instituut is. Het succes en de grandeur van de universiteit, en de wetenschap, moeten zo zichtbaar mogelijk zijn.”

“Tegenwoordig heet iets al snel een traditie”, besluit Dop Bär. “Als iets eenmalig gebeurt ‘komt het voor’, als het twee keer gebeurt ‘zie je het regelmatig’, en als het drie keer gebeurt, is het een ‘traditie’. De tijd zal leren of de nieuwe tradities het ook meer dan 300 jaar volhouden.”

‘Een elf aan een parachute?’

Het is een typisch Nederlandse traditie bij een promotie: de twee paranimfen. De promovendus kiest zelf twee vrienden of collega’s uit die hem mogen begeleiden tijdens de verdediging van het proefschrift.

Bestuurskundige Bas de Wit vroeg zijn twee collega-aio’s Eva Knies en Stephan Grimmelikhuijsen als zijn paranimfen, die hem én elkaar op hun beurt ook weer vroegen om paranimf te zijn. “Bij de term paranimf had ik altijd de associatie van een soort elf aan een parachute”, zegt Bas.

De rol van de paranimfen is door de eeuwen heen compleet veranderd. Vroeger ondersteunde de paranimf de promovendus vooral inhoudelijk. Kreeg de promovendus een black out, dan moest de paranimf met zijn kennis van zaken bijspringen. Tegenwoordig is de rol vooral ceremonieel.

“Ik heb er aan gedacht om mijn broers te kiezen als paranimfen, maar ik wilde heel bewust Stephan en Eva vragen, omdat zij mijn onderzoek van dichtbij hebben meegemaakt.”

“Ik vind het toch nog wel een prettig idee dat je paranimfen weten wat een promotieplechtigheid inhoudt”, zegt ook Stephan. Eva: “Het fijne aan collega’s als paranimfen is dat ze ook een rol kunnen spelen bij de inhoudelijke voorbereiding en tijdens de verdediging weten waar het over gaat.” Bas: “Maar de promoties zelf gingen gelukkig prima, niemand van ons heeft hoeven ingrijpen!”

Dat ze elkaar als paranimf vroegen, was niet gepland, ook niet verplicht. Stephan: “Het lag gewoon erg voor de hand.” Eva: “Stephan was de eerste die promoveerde, toen waren we alle drie erg nerveus.” Stephan: “Terwijl we bij de promotie van Eva juist wat relaxter waren. In het zweetkamertje voor de promotie voelden Bas en ik dat we grapjes konden maken. We hebben zelfs nog een tweet over Eva de wereld ingestuurd.” Bas: “De derde promotie voelde bijna als beroepsroutine.” Stephan: “We mogen weer, dacht ik!”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail