illustratie: DUB

Afschaffen ambtsjubileum zorgt voor verwarring en boosheid

Body: 

Een onsympathieke boodschap op een onsympathieke wijze gebracht. Zo werd de mededeling op het intranet van de UU over het vervallen van het ambtsjubileum per 2020 door een aantal lezers opgevat. Vooral omdat het voor hen uit de lucht kwam vallen: ‘Werk je al bijna 50 jaar voor de UU en dan dit!’ Voor deze jubilarissen die al een halve eeuw in dienst zijn, is nu afgesproken een langere overgangsperiode aan te houden.

Het bericht Aanpassing regeling ambtsjubileum op het intranet van de Universiteit Utrecht zorgde bij verschillende lezers voor grote verwarring. In het bericht dat alleen met een Solis-id te lezen is, staat dat het ambtsjubileum wordt afgeschaft en dat de universiteit alleen nog maar gratificaties geeft bij een dienstjubileum. De boodschap werd gekoppeld aan de nieuwe wet die zegt dat universitaire medewerkers geen ambtenaar meer zijn per januari 2020, de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra).

Dat werknemers van de Universiteit Utrecht nu onder het private arbeidsrecht vallen, zou toch geen gevolgen hebben?, reageren werknemers op intranet. Dat was toch wat werd gecommuniceerd? DUB zocht het uit en het één blijkt slechts zijdelings te maken te hebben met het ander.

Er is het ambtsjubileum en het dienstjubileum
Het ambtsjubileum stamt uit het verleden en telt níet het aantal jaren dat je in dienst bent bij de Universiteit Utrecht maar het aantal jaren dat je bent aangesloten bij pensioenfonds ABP. Wie bijvoorbeeld in militaire dienst heeft gezeten, daarna bij een gemeente is gaan werken en vervolgens een baan bij de UU heeft aanvaard, heeft al die jaren pensioen opgebouwd bij ABP. Wie 25, 40 of 50 jaar bij het ABP zat, had een ambtsjubileum en kreeg een ambtsjubileumgratificatie. Wie bijvoorbeeld 40 of 50 jaar bij het ABP voor zijn pensioen spaarde, kreeg een brutomaandsalaris netto uitgekeerd bovenop het gewone salaris.

In 2005 werd in de CAO Nederlandse Universiteiten de gratificatie voor een ambtsjubileum veranderd in dienstjubileum. Niet het aantal jaren bij pensioenfonds ABP waren leidend voor een gratificatie, maar het aantal jaren dat een werknemer in dienst was bij een universiteit. De Universiteit Utrecht hield echter het ambtsjubileum nog in stand. De invoering van de Wnra was nu voor de UU aanleiding om deze regeling tegen het licht te houden. Besloten werd om alleen nog gratificaties te geven voor een dienstjubileum, omdat die helemaal past binnen de fiscale grenzen en de cao.

Het dienstjubileum telt het aantal jaren dat een werknemer een aanstelling heeft van de Universiteit Utrecht. Wie 25 of 40 jaar in dienst is bij de UU, krijgt een gratificatie. Wie een zilveren jubileum heeft, krijgt netto een half bruto maandsalaris extra en wie 40 jaar in dienst is een heel bruto maandsalaris netto uitgekeerd. Deze regeling heeft voor de UU géén fiscale consequenties. Ook niet nu de UU’ers geen ambtenaar meer zijn. Gratificaties voor een ambtsjubileum kunnen wél fiscale gevolgen hebben.

Bijna 50 jaar in dienst van de UU: ‘Ik kom nu drie maanden te kort’
De boosheid van een aantal lezers richtte zich niet alleen tegen de wat ongelukkige formulering van een mededeling, maar vooral op het feit dat de overgangsregeling van twee jaar te kort bevonden werd. Eén van hen is Herman Hendriks die op 16-jarige leeftijd als typist bij de salarisadministratie begon. “Op 1 april 1972 kwam ik op mijn Zundapp naar mijn eerste werkdag.”

Op 1 april 2022 is Hendriks 50 jaar aangesloten bij pensioenfonds ABP. Hij rekende al op zijn gratificatie, maar door het afschaffen van het ambtsjubileum met een overgangstermijn van 2 jaar, vist hij net achter het net. “Het scheelt drie maanden.”

Hendriks heeft veel regels zien komen en gaan aan de universiteit. Zo groeide het aantal vakantiedagen toen een loonsverhoging in de cao er niet in zat en ruilde hij dagen in tegen een loonsverhoging in de afgelopen jaren. Ook de optie om vervroegd met pensioen te gaan (fpu) heeft hij zien komen en gaan. Net als het opbouwen en weer inleveren van de zogeheten leeftijdsdagen die in de volksmond de oude-lullen-dagen heetten. “En deze maatregel voelt opnieuw als het afbrokkelen van iets wat is opgebouwd.”

De medewerker, die nu bij de afdeling Administratieve systemen zit en werkt met SAP, voelt zich wel gewaardeerd door zijn collega’s, maar vindt ook dat de universiteit trouwe dienst moet belonen. “Ik snap dat er grenzen zitten aan een overgangsregeling, maar een overgangsperiode van twee jaar voor een regeling die tientallen jaren heeft bestaan, vind ik wel kort. Ik zou het sympathieker hebben gevonden, als de universiteit eerst had geïnventariseerd hoeveel mensen er de komende jaren voor dit jubileum in aanmerking zouden komen, voor ze de overgangsregeling hadden vastgesteld. Zoveel mensen zullen er toch niet de 50 jaar halen?”

Hij vindt het bovendien wat lafjes dat de universiteit het 50-jarig ambtsjubileum afschaft door zich te verschuilen achter een fiscale regeling. “Tot nog toe hoefde de universiteit geen belasting te betalen over een gratificatie. Dat moet nu dus wel. Ik vind dat de UU best de belasting kan betalen voor degenen die 50 jaar in dienst zijn. Wie zo lang hier werkt, is als tiener binnengekomen. Dat zijn meestal niet de medewerkers die in de hoogste salarisschalen werkzaam zijn. Op de miljoenenpost van alle salarissen is deze som peanuts.”

‘Ik werkte hier, maar was in dienst van NWO’
Ook Theo Sinnige is iemand die buiten de boot valt door het afschaffen van het ambtsjubileum. In maart 2023 heeft hij 40 ABP-jaren opgebouwd. In tegenstelling tot Hendriks is hij niet als tiener de UU-poorten binnengereden. “Na mijn dienstplicht ben ik via onderzoeksorganisatie NWO als chemisch analist bij Diergeneeskunde terecht gekomen. Ik was dus officieel in dienst van de onderzoeksfinancier maar had mijn werkplek bij de UU. In maart 2023 ben ik 40 jaar bij het ABP, maar pas 35 jaar in dienst van de UU. Ik krijg dus geen ambtsjubileumgratificatie, maar ook geen dienstjubileumgratificatie, want door mijn NWO-jaren haal ik ook de 40 dienstjaren als werknemer van de UU niet voor mijn pensioen. En met mij wellicht ook anderen, want veel onderzoekers zijn niet altijd in dienst geweest van de UU.”

Sinnige heeft vijf jaar via NWO bij Diergeneeskunde gewerkt. Behalve dat hij de communicatie via intranet slecht vindt, vindt hij ook dat de overgangsregeling veel te kort voor een regeling die zo lang heeft bestaan. “Kan het niet wat meer geleidelijk? De UU verschuilt zich achter regels, maar waar is het menselijke gezicht? Loyale werknemers moet je belonen en ik denk dat de meeste werknemers die lang in dienst zijn OBP’ers zijn die meestal niet het meeste verdienen. Door zich te verschuilen achter fiscale regels, komt het afschaffen van het 40- of 50-jarige ambtsjubileum op mij over als een ordinaire bezuinigingsmaatregel.”

Een ambtsjubileum is niet meer van deze tijd
Aletta Huizenga, directeur van de Directie Human Resource, heeft de reacties op het besluit om het ambtsjubileum af te schaffen, ook gelezen. Ze geeft toe dat de communicatie naar de UU-werknemers wellicht wat “te beperkt” is geweest, maar dat de boodschap wel correct was.

“De universiteit vindt gratificaties bij jubilea een sympathieke regeling. Het feit dat we vanaf 1 januari 2020 geen ambtenaar meer zijn, was voor ons aanleiding om de regelingen rondom gratificaties onder de loep te nemen. We vinden het dienstjubileum – dus het aantal jaren dat iemand bij de UU werkt – de moeite waard om te memoreren, maar een ambtsjubileum past niet meer bij deze tijd, mede omdat we geen ambtenaar meer zijn.”

Langere overgangstermijn 50-jaar in dienst
Dat het ambtsjubileum gaat verdwijnen, staat vast, zegt Huizenga. “We gaan over naar het dienstjubileum zoals ook andere universiteiten doen of al gedaan hebben.”

Ook houdt de universiteit vast aan de overgangstermijn van 2 jaar. Dat het ambtsjubileum al heel lang bestaat en de overgangstermijn naar verhouding kort is, verandert daar niets aan. “Elke termijn is moeilijk te bepalen en er zullen altijd mensen zijn die er net buiten vallen. Twee jaar vinden wij redelijk.”

Een uitzondering wordt wel gemaakt voor wie het ambtsjubileum van 50 jaar net niet haalt. Voor deze groep wordt de overgangstermijn met drie jaar verlengd. Wie voor 2025 een halve eeuw een aanstelling heeft bij de UU, krijgt toch nog een gratificatie. Het brutoloon wordt dan netto bijgeschreven. Om hoeveel jubilarissen het gaat, is niet helemaal duidelijk. “Toen we de regeling tegen het licht hielden, hebben we niet eerst geteld wie wel of niet buiten de boot zou vallen.”

Voor werknemers die bij de UU werken en onder contract stonden van bijvoorbeeld NWO wordt geen uitzondering gemaakt. “Dat past niet in de fiscale regeling dienstjubileum en dat is jammer, want er zijn natuurlijk veel mensen die bij verschillende universiteiten werken of gewerkt hebben. Voor mensen die via NWO gefinancierd worden, geldt dat helaas ook, al wordt deze categorie medewerkers kleiner, omdat werknemers die via NWO komen, tegenwoordig meteen bij de universiteit in dienst treden.”

Geen bezuinigingsmaatregel
Dat de regeling om de gratificaties voor ambtsjubilea af te schaffen, een financiële kwestie is omdat er wellicht belasting over deze gratificaties betaald moet worden, is geen reden volgens Huizenga. Ook het feit dat de overgangstermijn voor het 25- en 40-jarig jubileum twee jaar, heeft geen financieel motief, zegt Huizenga. “Ik kan me wel voorstellen dat sommige mensen denken dat er financiële overwegingen spelen om over te stappen naar het dienstjubileum, maar dat was niet ons uitgangspunt. Wel willen we graag vasthouden aan een netto-gratificatie omdat we dat het meest sympathiek vinden. Wij hebben de belastingdienst overigens wel gevraagd wat de fiscale mogelijkheden zijn voor gratificaties voor jubilea voor sectortijd (dat zijn aanstellingen bij organisaties die onder de CAO-NU vallen), maar daar hebben we nog geen antwoord op gekregen.”

Theo Sinnige vindt de reactie van de personeelsafdeling mager: “Ik mis ook in deze reactie het menselijke gezicht van de universiteit en ik vind nog steeds dat de overgangstermijn te kort en slecht onderbouwd is. Dat er geen rekening wordt gehouden met werknemers die door externen werden betaald zoals NWO, maar niet altijd een dienstverband van de universiteit hadden, is juist een extra reden om voor deze werknemers het ambtsjubileum nog wat langer te laten voortduren.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail