'Breek met het idee dat alles altijd maar beter moet kunnen'

Body: 

De initiatieven die voortkomen uit het landelijke Actieplan Studentenwelzijn, zoals het organiseren van een Wellbeing Week of het aannemen van meer studieadviseurs waar studenten hun problemen kunnen bespreken, zullen de studiestress en prestatiedruk niet verhelpen. Dat zegt bestuurskundestudent Kees van der Wel in een betoog. Volgens hem ligt de oorzaak van het probleem in het optimaliseringsdenken:  het idee dat alles altijd maar beter kan en moet

Elke tentamenperiode organiseer ik samen met wat vrienden een sUBoptimale week. In die week proberen we de lange dagen in de UB Binnenstad wat dragelijker te maken. Het motto is dan ook: Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker. Als om acht uur ’s ochtends de poortjes opengaan trekt één van ons een sprintje naar een vierpersoonsstudieruimte (omgedoopt tot ‘blokhok’) om deze te reserveren.

Tijdens de sUBoptimale week wordt het blokhok versierd met vlaggetjes en is er een bel om op te drukken als er weer een deadline gehaald is. Daarnaast is er een wisselend pauzeprogramma voor de nodige afleiding tussen het studeren door. Dit pauzeprogramma bestond onder andere uit rondjes lopen langs de singel, bizarre weetjes-van-de-dag en een competitie gebaseerd op de Mickey-lost-’t-op puzzels uit de Donald Duck. Het klinkt waarschijnlijk allemaal wat kneuterig en, toegegeven, dat is het ook wel een beetje. Toch hebben mijn vrienden en ik er baat bij. Het helpt ons in het omgaan met de studiestress en prestatiedruk die bij een tentamenperiode komen kijken. In de sUBoptimale weken worden momenten van ontspanning en lol ingebouwd die ons door de drukke periodes heen slepen.

Mijn vrienden en ik zijn niet de enigen die met zulke initiatieven komen. Onder de vlag van studentenwelzijn worden studenten aan alle kanten handreikingen gedaan om te leren omgaan met studiestress en prestatiedruk. Dat is niet zonder reden.

De onderzoeken over de mentale druk op studenten stapelden zich op

In de afgelopen jaren stapelden de onderzoeken zich op over de mentale druk op studenten. Uit een onderzoek uit 2017 bleek dat bijna zeventig procent van de studenten van Hogeschool Windesheim ‘vaak tot erg vaak’ last heeft van prestatiedruk. Een onderzoek onder VU-studenten bracht aan het licht dat vier op de tien studenten kampt met zware studiestress. De stress en prestatiedruk worden door studenten gezien als oorzaken van de burn-outklachten waar een kwart van de studenten last van heeft. Daarnaast zou 43 procent van de jongeren kampen met psychische klachten en overweegt 75 procent om de stap te zetten naar de psycholoog. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) berichtte op basis van eigen onderzoek dat 49 procent van de studenten psychische klachten heeft of heeft gehad. Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving stelt dat de mentale druk op jongeren is toegenomen en verwacht dat deze ontwikkeling een belangrijke invloed zal hebben op de zorgvraag van de toekomst. De studiestress en prestatiedruk werken op hun beurt ook andere problemen in de hand. Bijvoorbeeld ongewenste medicalisering doordat studenten hun heil zoeken in concentratie-bevorderende middelen zoals amfetamine en Ritalin

De mentale druk kan zorgen voor risicovol alcoholgebruik om voor even aan de stress te ontsnappen

Bij andere studenten kan de mentale druk aanzetten tot risicovol alcoholgebruik als middel om voor even aan de druk te ontsnappen. Uit onderzoek bleek dat in 2017 het percentage mannelijke en vrouwelijke studenten dat risicovol alcohol gebruikt met respectievelijk 88 procent en 87 procent al schrikbarend hoog is. Andere veelvoorkomende symptomen zijn faalangst, slecht slapen, piekeren en extreme frustratie. Reden genoeg voor de Universiteit Utrecht om actie te ondernemen.

Het vlaggenschip in deze campagne van de universiteit is de Taskforce Studentenwelzijn. Deze Taskforce kwam eind 2018 met enkele aanbevelingen waarvan er al meerdere zijn overgenomen. Zo besloten verschillende faculteiten om extra studieadviseurs aan te stellen en kunnen studenten sinds het studiejaar 2019/2020 online gratis hulp krijgen. Daarnaast reageerde het universiteitsbestuur op de vraag naar meer aandacht voor bewustzijn en preventie door de ‘Wellbeing Week’ te initiëren.In 2019 vond van 18 november tot en met 22 november alweer de tweede editie plaats van deze welzijnsweek met allerlei workshops, lezingen en activiteiten gericht op het welzijn van studenten. Zo waren er een aantal workshops over mindfulness, spreekuren met psychologen en bestond de mogelijkheid om te sporten.

Tot zover niets nieuws onder de zon. De studentenstress is een bekend fenomeen en wordt in tal van nieuwsartikelen en onderzoeken aangestipt. Daarnaast worden de maatregelen vanuit de universiteit veelvuldig onder de aandacht gebracht. Zelf mis ik nog een kritische noot in al deze berichtgeving. Een kritische reflectie op het waarom achter zowel de geobserveerde problemen als de gekozen maatregelen. We kunnen het waarom ontdekken in het landelijke Actieplan Studentenwelzijn. Een actieplan dat de Universiteitsraad ertoe bewoog om de Taskforce Studentenwelzijn op te richten.

 

De missie is bijdragen aan het welzijn, de zelfontplooiing en duurzame inzetbaarheid van de professional van morgen

Het Actieplan Studentenwelzijn werd gepubliceerd op 7 april 2018 door het netwerk Studentenwelzijn. Onder andere het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), de LSVb, Initiatief Gezond HBO, Hogeschool Windesheim, Triodos Foundation, 113 Zelfmoordpreventie en GGZ Nederland zijn onderdeel van dit netwerk. In het actieplan wordt gewezen op de studiestress en prestatiedruk waar studenten onder gebukt gaan en op de (psychische) problemen die hieruit voortvloeien. Vervolgens worden vijf pijlers geïntroduceerd ter bevordering van studentenwelzijn: (1) Bewustzijn creëren voor studentenwelzijn; (2) Binding en een veilig studieklimaat; (3) Preventie en vroegsignalering; (4) Professionalisering van docenten en studentbegeleiders; (5) Hulpaanbod en psychosociale interventies.

Deze pijlers zijn op hun beurt uitgewerkt in een totaal van vijftien aanbevelingen, zoals meer aandacht voor suïcidepreventie bij studenten en investeringen in een online hulpaanbod voor studenten. Dat alles is opgetekend met het oog op de volgende missie: “bijdragen aan het welzijn, de zelfontplooiing en duurzame inzetbaarheid van de professional van morgen. We willen awareness creëren voor studentenwelzijn en het belang van inclusiviteit en hiervoor het onderwijs in stelling brengen. Om dit te bereiken bieden wij handvatten waarmee studenten hun weerbaarheid vergroten.”

Het is een missie waar je niet op tegen lijkt te kunnen zijn. Niemand zal betogen dat maatregelen nodig zijn die het welzijn, de zelfontplooiing en duurzame inzetbaarheid van studenten tegengaan. Dat is ook niet mijn insteek. Wel wil ik beargumenteren dat de aanbevelingen uit het actieplan en de genomen maatregelen door de universiteit wezenlijk niets zullen veranderen aan de bestaande problemen van studiestress en prestatiedruk. Ik noem deze manier van denken: het optimaliseringsdenken.

Studenten zijn ontegenzeggelijk gebaat bij suïcidepreventie aangezien dit nog steeds doodsoorzaak nummer twee is onder studenten

Om het argument uit te werken lijkt het mij gepast om eerst wat nuance aan te brengen. Ten eerste, ik beweer niet dat de maatregelen in zichzelf geen nut hebben. Meerdere onderzoeken hebben bijvoorbeeld al aangetoond dat mindfulness kan helpen om stress, angst en burn-out klachten te verminderen. Daarnaast zijn studenten ontegenzeggelijk gebaat bij aandacht voor suïcidepreventie aangezien dit nog steeds doodsoorzaak nummer twee is onder studenten. Ook het trainen van het zogenaamde doenvermogen (onder andere in actie komen, met tegenslag omgaan, volhouden) is waardevol in een samenleving die veel vraagt van de redzaamheid van burgers. Zelfs de sUBoptimale weken hebben in al hun kneuterigheid een onmiskenbaar positief effect.

De kritische noot die ik hierbij wil plaatsen is dat we deze maatregelen wel moeten zien voor wat ze zijn: gevolgbestrijding. Het zijn, met alle respect, doekjes voor het bloeden. De studiestress en prestatiedruk die aan veel problematiek ten grondslag liggen, zullen er niet door worden verholpen. Dat kan alleen als we bereid zijn om kritisch te reflecteren op en afstand te nemen van het optimaliseringsdenken. In dit gedachtepatroon zijn de genomen maatregelen geen oplossingen voor de problemen, maar middelen die jou in staat moeten stellen om vervolgens nog beter te presteren.

Studiestress en prestatiedruk lijken niet in de eerste plaats voort te komen uit de studielast

Ten tweede kan de vraag worden gesteld of het überhaupt wenselijk is om maatregelen te nemen om studiestress en prestatiedruk weg te nemen. Halbe Zijlstra, voormalig staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, vond van niet. In een interview met DUB reageerde hij op een onderzoek waaruit bleek dat 40 procent van de Nederlandse studenten soms last heeft van zeer grote studiestress door te zeggen: “Het is altijd moeilijk om onderzoeken te vergelijken, maar ik heb niet de indruk dat deze cijfers erg afwijken van onderzoeken onder werkenden. Een beetje stress is helemaal niet erg, daar krijg je straks als je werkt ook mee te maken.”

Je kunt je natuurlijk afvragen of we ons moeten neerleggen bij de mentale druk, omdat er nou eenmaal ook veel werkenden zijn die kampen met stress en burn-outklachten. Bovendien is er bij studenten tegenwoordig iets anders aan de hand. De studiestress en prestatiedruk lijken niet in de eerste plaats voort te komen uit de studielast. Als we kijken naar de studie-uren zien we namelijk iets opmerkelijks. Landelijk studeert maar liefst 70 procent van de hbo’ers minder dan dertig uur. Voor wo’ers is dit 55 procent. Ik durf de stelling aan dat de studielast zelf niet de bron is van de problemen, maar het optimaliseringsdenken. Oftewel, de gedachte dat het altijd beter kan. Er wordt op deze wijze niet alleen nagedacht over de studie, maar over elk aspect in het leven. Naast het studeren zijn veel studenten erop gebrand het maximale te halen uit werk, vriendschappen, extracurriculaire activiteiten en hobby’s. Het kan altijd beter. Zo niet in het studeren, dan wel in andere aspecten van het leven. Dit optimaliseringsdenken is de bron van een constante stress en prestatiedruk die ook bestaat los van de studielast zelf.

 

Ik ben niet tegen een vooruitgangsdenken. Zelfontplooiing is een menselijke behoefte die raakt aan het diepe verlangen naar zingeving. Deze behoefte is dan ook terug te vinden in het topje van de behoeftepiramide van Maslow. In de huidige samenleving waarin er al in zoveel andere behoeften wordt voorzien, is het niet gek dat wij meer dan ooit op zoek zijn naar persoonlijke ontwikkeling. De genoemde problemen onder studenten suggereren alleen dat zij er niet op een gezonde manier mee omgaan. Zelfontplooiing is geen topje van de behoeftepiramide meer dat wordt gezien als ‘extraatje’ bovenop de andere behoeften. Zelfontplooiing is noodzaak geworden. Een doel op zichzelf dat van alle kanten aan studenten wordt aangeprezen. Het streven naar groei en excellentie is gecultiveerd. Je wordt geacht je uiterste best te doen om de beste versie van jezelf te worden.

De heersende gedachte is dat je altijd tekortschiet en beter je best moet doen

Mijn kritiek is gericht op het optimaliseringsdenken dat, anders dan de studielast zelf, een bron is van constante stress en prestatiedruk. Daarnaast heb ik al iets laten doorschemeren van wat dit optimaliseringsdenken in mijn optiek inhoudt. Het is kortgezegd de gedachte dat het altijd beter kan in nagenoeg elk aspect van het leven. De andere kant van de medaille is dan ook de gedachte dat je altijd tekortschiet en beter je best moet doen.

Geen enkele van de vijftien voorstellen uit het Actieplan Studentenwelzijn richt zich op dit gedachtepatroon. Wel komen alle vijftien voorstellen uit dit gedachtepatroon voort. Het doel van het Actieplan Studentenwelzijn is om studenten te helpen hun weerbaarheid te vergoten en “hun talenten te leren kennen en deze optimaal te ontplooien”. Op zichzelf zijn dat nastrevenswaardige doelen, maar het is dweilen met de kraan open als het onderliggende optimaliseringsdenken niet wordt tegengegaan. Het loont de moeite om eens uit te denken waar dergelijke maatregelen op uit zullen lopen.

Veel studenten zullen baat hebben bij de aangeboden hulp en de welzijnsweken vol workshops, lezingen en andere activiteiten. Maar met welk doel? Het lijkt nu enkel te worden gebruikt als middel om de student weer op te lappen voor een nieuwe ronde in de boksring tegen hun eigen onrealistische verwachtingen. Een gevecht dat zij onherroepelijk zullen verliezen waarna zij zich weer uitgeput en opgebrand naar hun eigen hoek begeven om opgelapt te worden. Er valt nu misschien relatief veel winst te behalen aangezien de hulp nog flink geprofessionaliseerd kan worden en studenten weinig (wetenschappelijk gefundeerde) kennis hebben over omgaan met stress en prestatiedruk, maar deze verbeteringsruimte zal steeds kleiner worden. Er zal een punt komen waarop het optimaliseringsdenken de student opjut om te presteren op een niveau waar alle maatregelen, coaching, mindfulness, life hacks en stressmanagement tekortschieten. Het is een ratrace waarin de naarstig gezochte voldoening steeds tussen de vingers door glipt.

Wat als een gebrekkig mens de beste versie van jezelf is?

Ik wil afsluiten met de volgende gedachte: Wat als een gebrekkig mens de beste versie van jezelf is? Het klinkt cynisch en haast oneerbiedig in een samenleving waarin we zijn gaan geloven in de ‘Homo Deus’. Toch wil ik deze gedachte verdedigen. Niet in de laatste plaats omdat het een vervanging kan zijn voor het optimaliseringsdenken. Ik noem het daarom maar even het ‘suboptimaliseringsdenken’.

De mens als suboptimaal wezen is in mijn optiek ook geen cynisch beeld, maar een realistisch uitgangspunt. Vanuit deze gedachte is gestuntel de norm en succes een zegen. Het biedt een gezond uitgangspunt voor zelfontplooiing en maakt het mogelijk gebruik te maken van de zelfhulpinitiatieven zonder dat er vervolgens nog beter gepresteerd hoeft te worden. Ik mis maatregelen waaraan dit suboptimaliseringsdenken ten grondslag ligt. Zowel de Universiteit Utrecht als de overheid beperken de maatregelen tot oplaptechnieken onder het mom van weerbaarheid, optimalisering en excellentie.

Opvallend genoeg gaven zowel rector magnificus Henk Kummeling als voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra beiden al eens aan in de DUB dat studenten de lat voor zichzelf misschien wat lager moeten leggen. Daar sluit ik mij helemaal bij aan. Daarnaast zouden zowel de universiteit als de overheid zelf met initiatieven moeten komen die verankerd zijn in het suboptimaliseringsdenken. Een voorbeeld hiervan zou zijn studenten helpen hun grenzen te ontdekken en deze te accepteren. Of lezingen organiseren waarin studenten worden aangemoedigd om zich in te zetten voor zaken waar de nadruk niet ligt op punten scoren. Dan kan gedacht worden aan het leveren van een positieve bijdrage aan de familie, stad, buurt of gemeenschap waar je deel van uitmaakt.

De hoge prevalentie van studiestress en prestatiedruk onder studenten rechtvaardigt de toenemende aandacht voor studentenwelzijn. Hoewel de huidige voorstellen en initiatieven zeker een positieve uitwerking kunnen hebben, zullen deze maatregelen de problemen niet wegnemen. Om de problemen bij de wortel aan te pakken, moeten we breken met het optimaliseringsdenken en vervangen door het realistische beeld van de mens als suboptimaal wezen. Immers, de beste versie van jezelf is een gebrekkige jij.

Facebook Twitter Whatsapp Mail