Arjan Stegeman over besmetting van het coronavirus van dier op mens, foto: Ivar Pel

Coronakopstuk Arjan Stegeman: ‘Dieren kunnen een coronareservoir worden’

Body: 

Arjan Stegeman is hoogleraar gezondheidszorg landbouwhuisdieren aan de Universiteit Utrecht. Hij zit met Jaap van Dissel in het Outbreak Management Team Zoönosen dat de overheid adviseert over de relatie mens-dier-corona. Op hun advies zijn onlangs 570.000 nertsen geruimd.

Arjan Stegeman, je bent vicevoorzitter van het OMT-Z en geeft adviezen aan de overheid over coronabesmettingen van dier op mens en mens op dier. Waarom is dat nodig?
“Covid-19 komt uit vleermuizen, een dierenreservoir. Nadat een mens besmet werd en die weer andere mensen besmette, wat tot de pandemie leidde, zijn dieren uit de picture verdwenen. Pas in februari werd bekend dat huisdieren van Covid-patiënten besmet konden raken. In Hongkong was een aantal honden en katten geïnfecteerd, vervolgens meldde België een zieke kat. In maart begon in China een onderzoek naar dieren: konden zij het virus onderling verspreiden? De meest verontrustende uitkomst was dat katten de infectie ook aan elkaar kunnen overdragen. Vlak daarna kwam het nieuws dat de hele groep tijgers en leeuwen in een dierentuin in New York besmet was.

“Dieren spelen een ondergeschikte rol in de pandemie, maar het is wel belangrijk om ze te bestuderen, omdat ze potentieel een reservoir van het virus kunnen zijn. Een reservoir in dieren is enorm onwenselijk. Als mensen straks niet meer van elkaar corona krijgen, kunnen ze dat misschien wel van dieren krijgen als we niet opletten. Daar geef ik dus advies over. Jaap van Dissel is bekend van de humane kant, en ik doe de dierkant van de pandemie.”

In Nederland is bij minimaal vijftien nertsfokkerijen het virus vastgesteld en is Covid overgedragen van dier op mens.
“Ja. Er was sprake van zoönose in Nederland. Naast China, waar een dier een mens besmette op de markt in Wuhan, was dat nog nergens beschreven. Tot dit geval in Brabant dus.”

Hoe kan dat?
"Nertsen kunnen grotendeels dezelfde luchtweginfecties krijgen als de mens, en deze dus ook doorgeven. Net toen we een onderzoek hiernaar aan het opstellen waren,  kwamen de eerste berichten uit Brabant, waar zieke nertsen positief testten op het virus. Iemand van de gezondheidsdienst voor dieren was op het idee gekomen om de nertsen te testen op Covid-19 omdat er geen andere oorzaak voor hun ziekte gevonden was.

“Inmiddels is aangetoond dat het virus kan overspringen van mens op nerts, van nerts op nerts, en weer terug naar een mens. Je kunt dit bewijzen door de genetische code (RNA-sequentie) van de virussen te bestuderen. Als deze overeenkomen, is het waarschijnlijk dat twee soorten het aan elkaar hebben overgedragen. Virussen muteren constant en daardoor kun je achterhalen hoe een verspreiding verloopt.”

Waarom zijn niet meteen alle nertsfokkerijen geruimd?
“Op het moment van de eerste besmetting – 23 april - was er nog geen enkele regelgeving voor ingrijpen. Internationaal ook niet. Daarom zijn niet direct bedrijven geruimd. Om te weten te komen hoe het ziekteverloop en de verspreiding bij de eerste vier fokkerijen verliep, hebben we onderzoek gedaan op dieren die door de fokkers vrijwillig waren afgestaan. Met de virus-sequenties wilden we onderlinge besmetting achterhalen. Van bedrijf 1, 3 en 4 zagen we dat ze in dezelfde cluster zaten, en dus gelijke virus-sequenties hadden. Bij bedrijf 1 en 4 was dit logisch: de eigenaren waren familie en kwamen geregeld bij elkaar over de vloer. Maar bedrijf 3 lag op anderhalve kilometer van bedrijf 1 en hiertussen was geen menselijk contact geweest, maar ging het wel om hetzelfde virus.

“Verspreiding via de lucht was ook onwaarschijnlijk. We hadden vanaf het begin luchtmonsters genomen, maar buiten de stallen zat het virus niet in de lucht. Een andere hypothese was dat de boerderijkatten de ziekte verspreidden. Nertsen worden gevoerd op kippenslachtafval, en dat vinden katten ook ontzettend lekker. Met behulp van Stichting Zwerfkat vingen we de katten en toen bleek dat tien van de dertig katten op bedrijf 1 besmet waren. Maar op bedrijf 3 liep geen enkele kat met corona rond. Dus wat de bron van de besmetting van bedrijf 3 is, weten we nog steeds niet.”

Kunnen vleermuizen het virus hebben verspreid tussen de boerderijen?
“Dat is een goede vraag van je, dat zou ook een optie zijn, net als bijvoorbeeld marterachtigen. We zijn nog niet in staat geweest om daar monsters van te verzamelen.”

Als maatregel werd er eerst enkel een wandel- en fietsverbod in de buurt van de stallen ingesteld, maar later zijn alle besmette bedrijven – met een half miljoen nertsen – geruimd. Hoe rigoureus moet je ingrijpen?
“Toen we nog niet zeker wisten of het virus via de lucht verspreid kon worden, was het verbod om in de buurt van de stallen te komen ingesteld. En natuurlijk was er een bezoekverbod bij de bedrijven, ze zijn echt op slot gegaan. Zieke mensen mogen ook absoluut niet in de buurt van de nertsen komen, en nertsontlasting mag niet worden uitgereden over het land.

“Maar ja, wat ga je verder doen met die nertsenbedrijven? Bij de eerste twee bedrijven leek de infectie dood te lopen: meer dan 90 procent van de dieren had antistoffen tegen het virus. Dus er leek wel degelijk groepsimmuniteit te ontstaan. Maar bij de andere twee bedrijven was nog sprake van een heel actieve infectie. En omdat er nauwelijks ziekteverschijnselen waren, was het goed mogelijk dat er onder de andere 130 nertsenfokkerijen in Nederland ook corona heerste. Na uitvoerig testen bleek het virus bij elf andere bedrijven ook aanwezig te zijn.

“Uiteindelijk is gekozen om de besmette bedrijven te ruimen omdat over een maand alle pups dusdanig gegroeid zijn dat ze geen werkende antilichamen meer van hun moeder hebben, en dus een vatbare populatie kunnen zijn voor een nieuwe Covid-golf. Die infectie kan, naar onze inschatting, tot oktober in de stallen blijven circuleren. Wat we niet willen is dat deze nertsen een tweede coronagolf bij de mens kunnen veroorzaken. Om te voorkomen dat de nertsen dus een virusreservoir worden, zijn ze geruimd.” 

Maar er zijn nog 130 nertsenfokkerijen in Nederland. Moeten deze niet ook geruimd worden?
“Die optie hebben we overwogen bij het OMT. Je voorkomt dan dat de nertsen ook geïnfecteerd raken. Ik ben daar zelf geen voorstander van. Ooit heette mijn oratie: ‘Dieren ruimen of blik verruimen?’ Er zijn de afgelopen decennia zo ontzettend veel dieren geruimd waarvan het merendeel gewoon gezond was. Bijvoorbeeld bij de vogelgriep: 30 miljoen vogels zijn toen geruimd. Mensen werden zelfs opgeroepen om hun hobbykippen aan de straat te zetten, zodat de gemeente ze kon ophalen om te vernietigen. Zo’n ontspoorde situatie kun je je niet meer voorstellen.

“Ik prijs me gelukkig dat we nu een overheid hebben die nadenkt voordat ze dieren ruimen. Maar dat staat los van het feit dat ook ik vind dat de nertsensector in Nederland kan stoppen.”

Zijn er buiten Nederland nog grote besmettingshaarden onder dieren?
“Onlangs vroegen Deense collega’s ons om advies wat betreft maatregelen, want daar is nu ook een besmette nertshouderij gevonden. Denemarken is wereldwijd de grootste producent van nertsenbont.”

Wordt er ook nog gekeken naar andere dieren die het virus kunnen doorgeven?
“We zijn nu aan de Universiteit Utrecht begonnen met een onderzoek naar Covid onder katten. Stel dat blijkt dat katten ook zo’n corona-reservoir kunnen vormen, wat doe je dan? Met nertsen hebben mensen niet zo veel, maar die besmette boerderijkatten rond de stallen zijn er ook nog. Moet je die ook ‘ruimen’? Er is nu afgesproken dat de boeren de katten bijvoeren om te voorkomen dat ze de infectie in de omgeving verspreiden.”

Tot slot, wat ging er door je heen op het moment dat je hoorde dat er nertsen besmet waren in Nederland?
“Ik dacht: daar gáát mijn weekend.” Hij lacht. “Nee, schrijf dat maar niet op. Weet je, zo naar als deze hele situatie ook is, het zijn voor ons wetenschappers wel de krenten in de pap. We kunnen laten zien wat we in huis hebben, en werkelijk bijdragen, ook beleidsmatig. Als wetenschapper kun je je niet veel meer wensen.”

Prof. dr. Arjan Stegeman (1963) …
Is hoogleraar gezondheidszorg landbouwhuisdieren
Is voorzitter van de deskundigengroep dierziekten en vicevoorzitter van het OMT-Zoönose
Doet onderzoek naar verspreiding van infecties onder dieren
Komt uit Kampen
Studeerde Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht
Promoveerde in 1995 aan de Universiteit Utrecht
Geeft met veel plezier les

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail