De door Billie Savage geadopteerde ex-proefdieren, de foto's in de verhaal zijn aangeleverd door de geïnterviewden

Een veilig thuis voor de kleinste helpertjes in de zorg

Body: 

Soms blijven er proefdieren over bij de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht. Waar de meeste muizen en ratten die niet meer nodig waren voor experimenten of trainingen, de dood vonden is er nu een alternatief. De kleine zorghelden worden voor adoptie aangeboden en daar is interesse voor.

Read in English

Hoewel de Universiteit Utrecht en het UMC het aantal proefdieren proberen terug te dringen, gebruiken de instellingen samen zo’n 19.000 tot 20.000 proefdieren per jaar (jaarverslag 2018). In de meeste gevallen worden de dieren na de experimenten gedood, zodat de onderzoekers de gevolgen van de experimenten aan de lichaampjes kunnen onderzoeken.

Maar wat als experimenten worden afgeblazen, of muizen niet de juiste eigenschappen hebben voor een proef? Dat betekende tot nu toe vaak netzogoed de dood. Maar dankzij een pilottraject van de UU en UMC Utrecht hebben ook deze kleine zorghelden een kans op een betere toekomst: door adoptie.

Waarom laten we wel katten, honden en zelfs varkens adopteren, maar geen ratten of muizen?

Het adopteren van labdieren gebeurt al enige tijd bij grotere dieren zoals honden, katten, cavia’s en konijnen, maar niet bij kleinere knaagdieren. Dat komt onder andere doordat het type proeven waarvoor muizen en ratten worden gebruikt anders is dan die waar grotere huisdieren aan bloot worden gesteld, vertelt Wim de Leeuw, hoofd van de Instantie voor Dierenwelzijn van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht. “Grotere dieren worden op de UU bijvoorbeeld gebruikt om studenten Diergeneeskunde te trainen in de omgang met dieren in de kliniek”, legt hij uit. “Die worden dus niet gebruikt voor experimenten.” Muizen en ratten daarentegen worden vooral gebruikt in preklinische trials en fundamenteel onderzoek, waarbij het bijvoorbeeld gaat om wat een bepaalde ziekte of een bepaalde behandeling doet met het lichaam van het proefdier.

Wim de Leeuw, foto Madelief Boon

De Instantie voor Dierenwelzijn moet volgens de Wet op dierproeven toezien op het welzijn van de dieren die in het onderwijs en in onderzoek van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht worden gebruikt, en adviezen geven om dat te verbeteren. Vanuit die instantie kwam het idee om ook voor kleine knaagdieren een nieuw thuis te zoeken. “Een jaar terug hadden we een interne discussie”, vertelt De Leeuw. “Waarom laten we wel katten, honden en zelfs varkens adopteren, maar geen ratten of muizen? In de wet worden alle dieren hetzelfde behandeld. Ratten en muizen kennen verschillende rollen in de samenleving, maar kunnen heel leuk zijn als huisdier. En het alternatief is afmaken. Dus we wilden dit proberen.”

Om dat te regelen ging de Instantie om tafel met Animal Rights, de Dierenbescherming, de Haagse knaagdierenopvang Het Knagertje en de Stichting Hulp en Herplaatsing Huisdieren. Geen natuurlijke bondgenoten, volgens De Leeuw. “Dierenrechtenactivisten zijn vaak geen fan van instanties die werken met proefdieren, en wetenschappers zijn soms huiverig voor het omgaan met activisten. Maar nu hadden we een gemeenschappelijk doel”, aldus De Leeuw.

Het dier moet een redelijke levensverwachting hebben

Op weg naar dat doel waren er wel een aantal hobbels die genomen moesten worden. Allereerst is het aantal kleine knaagdieren op de universiteit vele malen groter dan het aantal honden en katten. Ook kunnen veel muizen en ratten na de proeven niet altijd meer veilig geadopteerd worden. En hoe komt de Instantie voor Dierenwelzijn aan geschikte baasjes? En zitten ex-labdieren wel te wachten op een menselijke huisgenoot? Bovendien kost het adopteer-traject extra administratie en mankracht op de werkvloer, waar niet iedereen op zat te wachten.

De Leeuw legt uit waarom niet alle muizen en ratten na een leven als proefdier geschikt zijn voor adoptie: “Het dier moet onder andere gezond zijn, een redelijke levensverwachting hebben, geen gevaar vormen voor de omgeving en gewend zijn aan mensen.” Ook mogen ze niet genetisch gemodificeerd zijn. Daardoor komt het grootste deel van de labdieren dat na dierproeven nog leeft niet in aanmerking. Maar dieren die gebruikt worden om aankomende laboranten te trainen in het omgaan met labdieren bijvoorbeeld wel. Ook dieren die zijn overgebleven van het fokken of die zijn gefokt voor proeven die niet doorgaan, komen voor adoptie in aanmerking. De aankomende baasjes hoeven dus niet bang te zijn dat ze straks met getraumatiseerde knaagdieren komen te zitten, zoals soms bij grotere huisdieren wel het geval is. “De dieren zijn gewend aan aanrakingen, en we selecteren alleen dieren met normaal gedrag.”

Bij het vinden van nieuwe baasjes gaan de organisatoren niet over één nacht ijs. Elke adoptant komt op gesprek en als de adoptie via Het Knagertje loopt vraagt die organisatie voor elke geadopteerde rat of muis een klein bedrag, om impulsaankopen te voorkomen. “Of om te voorkomen dat iemand ze als slangenvoer gebruikt bijvoorbeeld”, zegt De Leeuw. Bovendien blijven de dieren zoveel mogelijk in groepen die ze al kennen, en gaat het bij muizen in eerste instantie alleen om vrouwtjesexemplaren. “Mannetjes kunnen onderling agressief zijn”, verklaart De Leeuw. Ook krijgen de adoptanten, geheel medisch verantwoord, een bijsluiter met informatie mee.  

Ik zie ze niet als huisdieren, maar als dieren die een huis nodig hebben

Tot nu toe hebben ongeveer honderdvijftig muizen en een tiental ratten via de pilot een nieuw huis gevonden. De baasjes zijn vooral dierenrechtenactivisten, die via het netwerk van Animal Rights werden gevonden.

Erwin Vermeulen

Zo ook Erwin Vermeulen, campagneleider bij Animal Rights. Samen met zijn partner heeft hij zich ontfermd over tien ex-fokmoedermuizen en vier ratten, die nu in een groot hok leven. De dieren leven in een aparte ruimte, zodat ze geen last hebben van de vier honden en drie katten die ook bij Erwin inwonen. “Ik zie ze niet als huisdieren, maar als dieren die een huis nodig hebben”, vertelt Erwin. “Ik ben alleen met ze bezig als ze verschoond moeten worden.” Hij houdt de muizen in een waar paleis, een houten hok met drie niveaus, loopplankjes, een buizensysteem, renrad en wc-rollen om mee te spelen. “Ze zijn erg leuk om naar te kijken. Het gaat goed met ze, de ratten lijken wel meer te moeten wennen.” Hij merkt niet dat ze tot vorig jaar nog in laboratoria woonden. “Ze hebben alleen wat hapjes uit hun oren als merkteken, en de ratten hebben ringen op hun staart.”

Billie Savage

Ook de Amsterdamse yogalerares Billie Savage heeft een tiental muizen geadopteerd. Voor haar was het adopteren van de labdieren een logische keuze. “Ik ben sowieso al erg actief als vrijwilliger voor verschillende doelen”, vertelt ze. “Maar door deze muizen te adopteren, doe je eigenlijk iets veel concreters. Je maakt het verschil in tien individuele leventjes.” De muizen wonen nu in een tank van een meter lang, waar ze regelmatig nieuwe speeltjes krijgen. Billie is erg enthousiast. “Muizen zijn niet zoals een kat mijn beste vriend, maar ik vind het heerlijk om naar ze te kijken. Ik kan ze inmiddels uit elkaar houden, al gelooft niet iedereen dat. En ze eten voor een deel hetzelfde als ik, wat erg praktisch is.” De Amsterdamse droomt ervan een micro-asiel voor allerhande dieren te starten.

Het zijn hele intelligente huisdieren en je krijgt er snel een band mee

Manon Verheem

De Groningse studente Manon Verheem heeft het bescheiden gehouden. Zij is sinds november de trotse kamergenoot van twee ratten, Koe en Poes. “Ik wilde al een tijdje huisdieren”, vertelt ze. “Maar in mijn studentenhuis zijn er niet zo veel opties.” Ratten mochten wél. Via haar vader hoorde ze van het initiatief van de Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht. Nadat haar huisgenoten overtuigd waren, verhuisden de twee ratten naar het noorden. “Ze wonen in een kooi van anderhalve meter hoog, ongeveer even groot als ik”, lacht Manon. “Het zijn hele intelligente huisdieren en je krijgt er snel een band mee. Ze hebben allebei wel een heel ander karakter. De één wil altijd mee en alles ontdekken, de ander doet het rustiger aan.” Ze koos bewust voor voormalige labdieren en hield daar ook rekening mee. “Je moet in het begin heel rustig met ze doen. Ik liet ze in de kooi, maar maakte wel dagelijks contact met ze.”

Elk leven is er één

De Instantie wil het adoptieprogramma de komende tijd verder uitbouwen. Het uiteindelijke doel van het adoptietraject moet er is niet alleen dat muizen en ratten een nieuw thuis vinden, maar adoptie moet er ook voor zorgen dat onderzoekers bewuster omgaan met proefdieren. “Elk leven is er één”, zegt Wim de Leeuw. “Door dit traject krijgen we ook beter zicht op waar er overschotten ontstaan en hoe we die kunnen voorkomen. We moedigen hergebruik van proefdieren aan, of als dat niet kan, herplaatsing. Ook hopen we dat organoïds , mini-organen, een deel van het onderzoekstraject kunnen vervangen, waardoor er eerder op mensen getest kan worden en er minder proefdieren nodig zijn.”

Meer weten over het adopteren van ex-proefdieren? Kijk dan op de site van de Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht. De site van Proefdiervrij heeft meer informatie over grotere proefdieren.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail