Lisanne van Sadelhoff. Foto: Willemieke Kars

Lisanne van Sadelhoff schrijft columns alsof haar leven ervan afhangt

Body: 

Als jurylid van de DUB-Columnistenwedstrijd werpt columnist en UU-alumna Lisanne van Sadelhoff haar kritische blik op de aanstormende Campuscolumnist van 2022. Zelf draait ze na zeven jaar columns schrijven haar hand er niet meer voor om. Met ons deelt ze de kneepjes van het vak: Hoe schrijft ze haar columns? En waar haalt ze haar inspiratie vandaan?

Read in English

Lisanne van Sadelhoff (32) is, naast journalist voor onder andere De Correspondent, RTL Nieuws en de Volkskrant, columnist voor het AD Utrechts Nieuwsblad, Flair en Intermediair.  Anekdotes of actualiteiten in een Utrechts jasje gestoken, vormen de basis voor haar wekelijkse columns in het AD Utrechts Nieuwsblad. Ook schrijft ze over het vrouw-zijn - soms schurend tegen het feminisme aan – in haar columns voor Flair.

Begin 2020 bracht Lisanne haar boek uit ‘Je bent jong en je rouwt wat’ over haar rouwproces na het verlies van haar moeder. Haar persoonlijke columns voor het AD Utrechts Nieuwsblad vormden het beginpunt voor het boek. 

Onderbuikgevoel
Lisannes columns ontstaan niet achter haar laptop, maar in haar hoofd. De gedachtestroom staat nooit uit. Sterker nog, het zijn de momenten van stilte wanneer de gedachten van Lisanne gaan tuimelen. Tijdens bezinnende momenten onder de douche of tijdens een autorit op standje automatische piloot.

“Alles wat ik die week heb meegemaakt, gelezen, gedacht, gevoeld, laat ik de revue passeren”, vertelt Lisanne. Daaruit rolt een aanleiding voor een column: het moment dat ze belandt in een autobotsing, een pitbull haar hond aanvalt of haar bezoekje aan de coronateststraat meer wegheeft van een festival. “Soms is het een onderbuikgevoel dat weer wegebt en waar ik geen fuck mee kan. Maar meestal vind ik altijd wel één columnonderwerp. Dat kan iets heel kleins zijn of iets groots.”

Zonder idee blijft het Word-document wit en leeg, en daarmee een angstaanjagend eindeloze reeks mogelijkheden. Maar met een clou vormen de woorden en zinnen op het papier zich als vanzelf. “Ik schrijf alsof iets engs mij op de hielen zit. Soms ben ik in een half uur klaar. Ik zie dat niet als een prestatie, maar als pure noodzaak geboren uit een soort faalangst; de angst dat de column er niet uitkomt. Het enige wat ik doe is: doorschrijven, doorschrijven, tempo maken. Zo snel mogelijk wil ik weten of het een goede column is. Pas als die af is, heb ik rust: hij is er.

Eigen mening
Onderwerpen die innerlijk schuren of een gevoel in de samenleving aanwakkeren, prikkelen Lisanne voor een column. Dat lef om de randjes op te zoeken is met de jaren gekomen. Ze vertelt: “Ik voel nu meer vrijheid om over urgentere en gevoeligere onderwerpen te schrijven. Bijvoorbeeld dat ik het beschamend vind dat we nog steeds over witte en zwarte scholen spreken. Twee jaren geleden durfde ik mijn vingers niet te branden aan dit soort onderwerpen.”

“Toen ik net begon zei ik tegen de chef van het AD Utrechts Nieuwsblad: ‘Ik heb toch helemaal geen mening.’ Ik schreef vooral over dingen die ik had meegemaakt. Dat heb ik lang volgehouden, maar op een gegeven moment besefte ik: ‘wacht eens, ik heb wel een mening’. Ik durf nu stelliger te zijn en zet mijn columns scherper aan.”

Soms komen daar ook nare reacties op. “Dat is nog steeds wel even slikken”, bekent Lisanne. “Maar ik denk ook: ‘Ik wilde over dit onderwerp schrijven, het is het goed recht van mensen daarop te reageren.” Mensen mogen het er niet mee eens zijn of het kortzichtig vinden, die andere mening waardeert Lisanne ook. “Soms voelt een column schrijven als eenrichtingsverkeer. Ik denk dan: ‘Jeetje, wie ben ik dat ik dit allemaal mag verkondigen. De mensen aan de ontbijttafel moeten het maar slikken.’ Het is leuk om mee te krijgen dat mensen je columns lezen en de moeite doen om erop te reageren.” 

Openhartig
Dat Jan en alleman veel over Lisannes persoonlijke leven afweet, staat ze na zeven jaar columns schrijven niet meer bij stil. “Ik houd de regie in handen door veel af te wegen tijdens het schrijven. Elke keer denk ik: ‘Het is maar 350 of 600 woorden’, maar als je al mijn columns in een keer zou lezen weet je echt super veel van mij. Dat is wel vreemd. Maar het maakt mij echt niet uit of mensen weten welke onderbroeken ik draag of dat ik mijn gezonde verstand aan het verliezen ben”, vertelt ze.

Blijf dichtbij jezelf en blijf eerlijk, is het advies van Lisanne. “Dan zit je altijd goed en veilig. Mensen kunnen ervan zeggen wat ze willen, maar dat is hoe jij het ervaart en ziet. Wees ongenuanceerd als je durft, maar wees ook genuanceerd als het onderwerp dat nodig heeft.”

Alles mag
Voor de columnisten die net beginnen, heeft Lisanne de tip: “Qua onderwerpen kun je kiezen om te schrijven over wat je zelf hebt meegemaakt. Als je niks hebt meegemaakt, kijk dan wat er gaande is in de samenleving. Je kan schrijven over een onderbuikgevoel bij mensen of over een grote actuele gebeurtenis. Of kijk naar waar je zelf over nadenkt en schrijf een analytische of zelfs filosofische column.”

“Het allerbelangrijkste om te weten is dat een column altijd korter kan. Soms weet een eindredacteur er toch weer een paar zinnen uit te halen, dan denk ik: ‘Verrek, het kan gewoon.’” En wat zo leuk is aan columns schrijven? “Er zijn geen regels: te veel woordherhalingen, te poëtisch, rare enters gelden niet voor een column. Je kan zelf woorden bedenken of met gedachtestreepjes aan de haal. Daar ben ik dol op, laat mij er maar lekker mee strooien. Je kan alle kanten op qua inhoud, maar ook qua zinnen en woorden. Voor mij is een column schrijven vrijheid.”


Word jij de Campuscolumnist van 2022?

Facebook Twitter Whatsapp Mail