PhD Sietske van Bentum moest herhaaldelijk haar experimenten stopzetten. Foto: Hans van Pelt

Nieuwe klimaatkamers maken einde aan lijdensweg Utrechtse plantenonderzoekers

Body: 

De Utrechtse plantenonderzoekers kijken na een rampzalig half jaar met meer vertrouwen naar de toekomst. Hun dienstweigerende klimaatkamers in het Kruytgebouw worden volledig gerenoveerd. Vijftig benadeelde jonge onderzoekers krijgen bovendien een verlenging van hun aanstelling.

Read in English

We gaan terug naar 19 november. Promovendus Sietske van Bentum assisteert bij een practicum Biologie op de vierde verdieping van de zuidvleugel van het Kruytgebouw als plotseling alle verlichting uitgaat. Even daarna gaat het alarm af. Van Bentums eerste zorg is om de studenten in veiligheid te brengen. Gelukkig zijn de meesten al klaar of aan het werk in de Botanische Tuinen. Als ze naar beneden is gelopen, hoort ze dat de héle zuidvleugel van het gebouw geen stroom heeft en schrikt ze: “O nee, mijn planten.”

Inderdaad treft een grote elektriciteitsstoring die dag het Fytotron, de onderzoeksfaciliteit op de tweede verdieping. Hier worden in zeventien klimaatkamers op 300 vierkante meter planten onder gereguleerde omstandigheden, denk aan temperatuur en licht, opgekweekt en behandeld. Door de stroomstoring zijn de planten niet meer te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Zo’n honderd onderzoekers uit vier leerstoelgroepen zijn hun materiaal kwijt.

Fytotron. Foto: Kees Rutten, UU

Brandbrief
Voor Sietske van Bentum begon die 19de november een kleine lijdensweg. In de daaropvolgende twee maanden waren er nog vaker storingen in het Fytotron, met als gevolg dat ze telkens haar experimenten moest stopzetten en opnieuw moest beginnen. Bij collega’s bemerkte ze eveneens frustraties over de gang van zaken.

De promovendus schreef daarom begin januari een brandbrief aan het bestuur van de faculteit Bètawetenschappen en dat van de universiteit. Deze werd door ruim negentig promovendi, postdocs en studenten ondertekend. De elektriciteitsstoring van november was volgens hen de genadeklap geweest voor het toch al sterk verouderde Fytotron. Bovendien was nog steeds onduidelijk welke gevolgen de problemen voor individuele onderzoekers zouden hebben.

Van Bentum: “In die brief gaven we aan hoe belangrijk het plantenonderzoek is, hoe belangrijk het Fytotron daarin is en hoe ons onderzoek vertraging opliep en daarmee onze carrières op het spel werden gezet. We vroegen de bestuurders met klem al het mogelijke te doen om de problemen op te lossen.”

Steun
Een mailreactie liet niet langer dan een dag op zich wachten. Bètadecaan Isabel Arends bracht daarna in februari tweemaal een bezoek aan het Fytotron, waarvan een keer in het gezelschap van UU-voorzitter Anton Pijpers. Beide bestuurders spraken daarbij hun steun uit aan het Utrechtse plantenonderzoek. Zowel de visites als de steunbetuiging werden volgens Van Bentum alom gewaardeerd.

Op dat moment was er al een crisisteam gevormd met vertegenwoordigers van het faculteitsbestuur, het biologiedepartement, de universitaire directie Vastgoed & Campus en het Facilitair Service Centrum. De facultaire en universitaire bestuurders hadden sinds de zomer sowieso al nauw contact met de onderzoekers in Kruytgebouw. Dit vanwege de argwaan over de nieuwe universitaire plannen om de grondige verbouwing van het Kruyt te laten plaatsvinden met de onderzoekers er nog in. De verschillende storingen en de ernstige gevolgen voor het Fytotron gaven nu opnieuw aanleiding tot cynische commentaren.

Glashelder
Volgens departementsvoorzitter Rens Voesenek kwam dat crisisteam al snel tot de conclusie dat er een structurele oplossing moest komen. De klimaatkamers waren al afgeschreven en ook voor de storing van november hadden zich al problemen voorgedaan, maar de faciliteit werd volgens Voesenek keer op keer weer opgelapt. “Doorgaan op de oude voet was geen optie voor het high end-onderzoek dat wij hier doen. Dat was glashelder.”

Dat er niet al eerder een besluit was genomen over nieuwe investeringen kwam vooral doordat er lange tijd van was uitgegaan dat het Kruytgebouw gesloopt zou worden. Door de storing in november kwam alles volgens de departementsvoorzitter in een stroomversnelling. Toen was ook duidelijk dat er niet een nieuw gebouw voor de biologen en scheikundigen in De Uithof zou komen, maar dat het Kruytgebouw een nieuw leven zou krijgen.

Waardering
Voesenek toont grote waardering voor de wijze waarop het universiteitsbestuur en het faculteitsbestuur uiteindelijk vrij snel een oplossing hebben gevonden. Zo kwam er geld voor een grootschalige renovatie van het Fytotron plus een tijdelijke voorziening. Over de precieze omvang van de investering wil het UU-bestuur nog geen uitspraken doen.

Begin mei startten de werkzaamheden waarbij onder meer de lichtplafonds en de koelmachines van het Fytotron in het Kruytgebouw worden vervangen. Het gerenoveerde Fytotron moet in september weer in gebruik kunnen worden genomen en ook na de aanstaande opknapbeurt van het Kruytgebouw nog enige tijd dienst doen. “We kunnen echt weer een flink aantal jaar vooruit.”

Vanaf deze week staan er bovendien als tijdelijke voorziening vier grote containers met volwaardige klimaatkamers tussen het Kruytgebouw en het Sjoerd Groenmangebouw. Ook komen er twintig zogenoemde klimaatkasten, dat zijn kleine mobiele klimaatkamers, in het Kruytgebouw bij. Deze zullen in gebruik blijven wanneer het Fytotron weer open gaat. Voesenek: “Daardoor hebben we dus een buffer en voorkomen we dat we opnieuw kwetsbaar kunnen worden voor storingen.”

Plaatsing van de eerste tijdelijke klimaatkamer. Foto's: Ilse Schipper-Pols

Verder is Voesenek verheugd dat hij dankzij het universiteitsbestuur en het faculteitsbestuur alle promovendi en postdocs die door het falen van de klimaatkamers vertraging oplopen, een verlenging van de aanstelling heeft kunnen toezeggen. In totaal gaat het om vijftig jonge onderzoekers. Voor de regeling heeft het UU-bestuur een bedrag van acht ton uitgetrokken. “Het gaat om verlengingen van één tot zeven maanden. Dat is maatwerk, we hebben bij iedereen nauwkeurig bekeken of er vertraging is en zo ja welke omvang die heeft.”

Goede kant
Promovendus Sietske van Bentum gaat ervan uit een half jaar extra nodig te hebben. Ze wil zo snel mogelijk verder met haar onderzoek naar goedaardige bacteriën en virussen die de groei van sojaplanten kunnen verbeteren. “Je wilt toch graag veel en mooie experimenten doen. Dat maakt de kans dat je wat nieuws vindt groter en dat kan weer impact hebben op je loopbaan.”

Ze toont zich “tevreden” en “hoopvol” over de maatregelen die nu zijn genomen. “Veel mensen hebben zich ingezet om ons te helpen. Daar ben ik heel blij om. Ik heb nu wel het vertrouwen dat het de goede kant opgaat.”

Beperkingen
Of de plantenonderzoekers meteen gebruik kunnen maken van de tijdelijke plantenkamers is nog de vraag. De universiteit stelt vanaf deze week de onderzoeksfaciliteiten weer gefaseerd open. Promovendi en postdocs krijgen daarbij zoveel mogelijk voorrang. Maar dat onderzoekers de komende maanden te  maken zullen krijgen met beperkingen lijkt duidelijk.

Rens Voesenek: “Maar dit is iets waar álle onderzoekers in de wereld last van hebben.” Volgens hem zijn er inmiddels oplossingen gevonden voor plantenonderzoekers van wie de aanstellingen afliepen. “Verder is het nu even afwachten wat er nu gaat gebeuren en of er op landelijk niveau regelingen worden getroffen.”

Hoogstaand onderzoek
De voorzitter van het departement Biologie wil toch vooral zijn dankbaarheid uitspreken naar het Utrechtse “topbestuur” dat volgens hem oog heeft gehad voor de waarde van het hoogstaande Utrechtse plantenonderzoek en het belang daarvan voor de toekomstige voedselvoorziening van de wereld.

“Zonder planten is er geen leven mogelijk. Het zijn de enige organismen die met behulp van zonlicht suikers kunnen maken. Daar is onze hele voedselketen van afhankelijk. Daar sta je niet bij stil als je in de supermarkt een broccoli koopt.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail