De personeelsgeleding van de Universiteitsraad 2021-2022. Foto Wieke Eefting

Personeelsleden U-Raad over aanpak stress, het onderwijs en verbeteren duurzaamheid

Body: 

Aanpak van de werkdruk, de terugkeer na corona, de verdeling van het geld tussen faculteiten en het duurzamer maken van de universiteit. Het zijn enkele thema’s waar de personeelsleden van de Universiteitsraad zich druk over maken. Dat blijkt uit de antwoorden op vragen waar de leden op verzoek van DUB antwoord op geven.

Read in English

Dit voorjaar werden weer twaalf personeelsleden gekozen voor de Universiteitsraad. Zij vertegenwoordigen twee jaar de belangen van het Utrechts personeel bij het universiteitsbestuur. Ze controleren beleid, adviseren over plannen en agenderen dat wat zij belangrijk vinden. Ze doen dat samen met twaalf studentleden

De personeelsgeleding bestaat uit acht wetenschappers, drie leden uit ondersteunende diensten en één lid van het UMC. Maar wie zijn die twaalf medewerkers eigenlijk? Sommigen zijn net nieuw, andere zitten al vele jaren in de raad. DUB vroeg ze om een korte introductie en legde ieder drie vragen voor over een actueel thema waarbij ze één vraag mochten uitkiezen om te beantwoorden.


 

Wie ben je?
“Ik ben Annemieke Hoogenboom, de fractievoorzitter van Vlam. Ik ben docent en onderzoeker bij kunstgeschiedenis, en verzorg ook onderwijs bij Liberal Arts & Sciences. De interdisciplinariteit van die opleiding past goed bij mijn belangstelling voor wetenschap in het algemeen. De Universiteit Utrecht is mijn Alma Mater sinds 1974.”

Bèta- en gammaopleidingen krijgen op dit moment meer geld per student dan alfaopleidingen. Vind je dat in de toekomst elke opleiding evenveel geld moet krijgen?
“Het huidige bekostigingssysteem van het onderwijs is gebaseerd op het OCW verdeelmodel. In dat bekostigingsmodel is de verhouding als volgt: alfa/gamma - bèta - medisch = 1 - 1,5 - 3 (dus alfa en gamma tellen allebei voor 1). Dus krijgen de bètafaculteiten 1,5 keer zoveel geld als de opleidingen bij alfa en gamma, en de medische opleidingen drie keer zoveel. De gedachte hierachter is dat sommige faculteiten dure practica nodig hebben voor hun onderwijs. Dat dupeert opleidingen uit de sociale- en geesteswetenschappen die om goed onderwijs te kunnen geven ook laboratoria nodig hebben of bijvoorbeeld tentoonstellingsfaciliteiten, of andere arbeidsintensieve onderwijsvormen verzorgen. Het zou zo moeten zijn dat opleidingen worden bekostigd voor wat nodig is voor goed onderwijs, en niet volgens de archaïsche indeling in faculteiten.”


 

Wie ben je?
“Ik ben Dian Enting en sinds dit jaar één van de nieuwe raadsleden van de Personeelsgeleding van de Universiteitsraad. Ik geef sinds een jaar met veel plezier onderwijs als junior docent bij de afdeling Methoden en Statistiek van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Onderwijs gaat me aan het hart. Ik ben van de Academische Pabo aan Rijksuniversiteit Groningen via de research master Educational Sciences aan de UU tot - de voor mij - ideale combi van onderwijs en onderzoek gekomen. Als raadslid wil ik me daarom hard maken voor het onderwijs binnen de universiteit en de positie van tijdelijke docenten.”

Moet de universiteit het bindend studieadvies afschaffen en waarom?
“Ik vind dat het bindend studieadvies afgeschaft moet worden omdat het de verantwoordelijkheid van studievoortgang op de student afschuift. Studenten staan onder een grote druk omdat de studententijd een periode is van grote persoonlijke ontwikkeling waarin studeren niet het enige is wat van de student wordt verlangd. Ik vind dat je als onderwijsinstelling en student samen de verantwoordelijkheid van studievoortgang moet dragen en dus als onderwijsinstelling de student actief moet begeleiden door de studie. Door wederzijdse inzet met mogelijk situatie-afhankelijke verplichtingen denk ik dat er een grotere kans is op studiesucces dan door een eenzijdige maatregel als bindend studieadvies.”


 

Wie ben je?
“Mijn naam is Erna van Wilsem (57) en ik mag namens het UMCU zitting nemen in de U-raad. Ik ben beleidsmedewerker onderwijs & onderzoek (dLAB) en coördinator van het PhD programma Infectie & Immunity (GS-LS). Alhoewel ik opgeleid ben voor het doen van wetenschappelijke onderzoek (medische biologie UU en PhD aan de VU) vond ik praten over onderzoek toch leuker. Na een beleidsjaar bij NWO/MW in Den Haag wilde ik op de fiets naar mijn werk en ben ik terug gekomen naar Utrecht. “

Vind je dat medewerkers het komend jaar de hele week thuis mogen werken of dat ze minstens twee dagen op het werk moeten zijn?
“Zelf ben ik extreem allergisch voor het woord moeten. En daarnaast ben ik van mening dat het gebruik van dit woord doorgaans vooral aanzet tot een enorme creativiteit in het omzeilen van datgene waar het moeten op toegepast dient te worden. Mijn voorkeur gaat uit naar het voeren van het gesprek waarbij ik dan vooral graag wil vaststellen welk doel we willen bereiken. Dus willen we met de verplichte twee dagen op het werk de samenwerking  bevorderen, gaat het ons om het geestelijk welzijn van onze collega’s of willen we gewoon controle op de werkzaamheden? Pas als duidelijk is wat we willen bereiken kunnen we afspraken maken over hoe we dat gaan doen.”


 

Wie ben je?
“Mijn naam is Gert Folkers en ik behoor al bijna tot het meubilair van de U-raad. In de acht jaar dat ik werkzaam heb mogen zijn als U-raadslid voor VLAM heb ik mij met name bezig gehouden met financiën. Dit waarschijnlijk omdat van een docent-onderzoeker uit de bètafaculteit enige affiniteit met cijfertjes verwacht mag worden. In mijn vrije tijd ga ik graag een eindje fietsen op mijn "racefiets" maar nog liever sta ik op skilatten of in een pingponghal.”

Met welke maatregel zou jij de universiteit meer duurzaam maken en waarom?
“Ik denk zelf dat de grootste winst te behalen valt op het huisvestingsdossier. De universiteit staat op dit moment aan het begin van zeer belangrijke her- en verbouwingsopdrachten. Dit vraagt om een visie op duurzaam bouwen. De U-raad heeft de laatste jaren in goed onderling overleg met de directie Vastgoed & Campus op allerlei manieren kunnen bijdragen aan het duurzamer maken van ons vastgoed. Je moet nadenken over de afweging tussen duurzaam, goedkoop, flexibel en ruime huisvesting. Ook moet de U-raad afwegen of geld ingezet gaat worden voor onderwijs en onderzoek enerzijds of ondersteuning en huisvesting anderzijds. Naar mijn bescheiden mening zou het een goede keuze zijn om nu meer te investeren in duurzame huisvesting om de universiteit nu en in de toekomst duurzamer te maken.”


 

Wie ben je?
"Mijn naam is Jochen Hung, ik ben 44 jaar oud en ik vertegenwoordig UUinActie in de Universiteitsraad. Ik werk vanaf 2015 als universitair docent Cultuurgeschiedenis bij het departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis. Ik kom uit Duitsland en voordat ik naar Utrecht kwam, leefde ik in Berlijn waar ik studeerde en werkte als journalist. Ik ben in Londen gepromoveerd."

Met welke maatregel zou jij de werkdruk willen verlichten?
"Ik zou het aantal contacturen in het onderwijs willen verlagen. De meeste cursussen bij onze faculteit Geesteswetenschappen hebben twee keer zoveel contacturen als een vergelijkbare cursus bij het University College London, waar ik als postdoc lesgaf. Dit verhoogt de werkdruk voor zowel de docenten als de studenten en ik heb niet het idee dat de leerervaring hier beter is dan daar. In tegendeel, uit onderzoek blijkt dat te veel contact slecht kan zijn voor de onderwijskwaliteit. Ik begrijp dat studenten het idee hebben dat ze meer ‘krijgen’ wanneer ze de docenten vaker zien, maar meer contact betekent ook meer werk om te lezen en meer opdrachten. Mijn ervaring is dat veel studenten moeite hebben om bij te blijven, omdat er nauwelijks ruimte is om werkelijk de informatie tot je te nemen en echt te begrijpen."


 

Wie ben je?
“Mijn naam is Joop Schippers (65). Ik zit in de raad voor Vlam, werk als hoogleraar Arbeidseconomie bij de faculteit Rebo en ben daarnaast werkzaam als een van de coördinatoren van de hub Future of Work van het onderzoekspeerpunt Instituties van de Open Samenleving. Ik hoop in maart 2022 mijn 40-jarig jubileum bij de UU te vieren.”

Vind je het goed dat de UU de wetenschapper niet meer afrekent op de impactfactor van zijn publicaties?
“De wetenschap is de afgelopen decennia veel te individualistisch geworden, met te weinig aandacht voor teamwork en te veel aandacht voor prima donna’s die excelleren in onderzoek. Daarmee heeft het onderzoek zich vervreemd, niet alleen van de grote maatschappelijke vragen, maar ook van het onderwijs. Gelukkig zijn we inmiddels een andere weg ingeslagen, met aandacht voor interdisciplinair onderzoek dat oog heeft voor maatschappelijke impact en, meer nog dan nu, zijn vertaling moet vinden in het onderwijs. Dat vergt teamwerk, waarbij iedereen een steentje bijdraagt aan het geheel en niet alleen de rondewinnaar de bloemen krijgt. De waterdragers, de mecaniciens en de chauffeur van de bus en de kok dragen net zo goed bij aan de overwinning en moeten daarvoor ook de credits krijgen. Ik ben dan ook groot fan van het project Erkennen & Waarderen dat daaraan werkt. Wel is belangrijk dat het ook daadwerkelijk tot in de haarvaten van de organisatie geïmplementeerd wordt.“


 

Wie ben je?
"Ik ben Katell Lavéant (42). Ik ben Française, hoewel mijn naam eerder Keltisch klinkt want ik kom uit Bretagne. Ik begon bij de UU als tijdelijke docent in 2005, en ben nu universitair hoofddocent Franse taal en cultuur bij de Faculteit Geesteswetenschappen. Ik was eerder lid van de faculteitsraad Gesteswetenschappen, en vanaf september vertegenwoordig ik UUinActie in de U-Raad."

Met welke maatregel zou jij de werkdruk willen verlichten?
“Het verkorten van het academische jaar is weer een hot topic, naar aanleiding van een recent rapport van de Jonge Akademie. Dat is volgens mij terecht, zeker aan de UU waar het onderwijsjaar nog langer is dan bij andere Nederlandse universiteiten. In faculteiten waar het personeel werkdruk ervaart vanwege een zware onderwijslast, zou een korter jaar meer lucht geven voor onderzoek en voor individuele begeleiding. Het zou goed zijn wanneer faculteiten zelf kunnen bepalen welk rooster het best bij hun specifieke onderwijsbehoeften past. Het argument dat hiertegen vaak wordt aangevoerd, is dat het de mobiliteit van studenten tussen faculteiten zou belemmeren: ik denk dat er beter onderzocht moet worden of dat echt een probleem voor veel studenten zou zijn.”


 

Wie ben je?
“Ik ben Liesbeth Potters, 61 jaar, moeder van een dochter en een zoon en werkzaam bij Rebo als IT’er. Ik zit al een aantal jaren in de raad namens Vlam. Ik heb theologie gestudeerd in Utrecht (bij de KTU) en technische informatica in Endhoven. Dochter Laura (werkt bij ITS) heeft mijn hobby al eens gefilmd en in het bestuursgebouw rond laten gaan, ik ben er de crazy catlady: Ik heb zes katten en vier konijnen, en een half oerwoud aan planten, maar ja: ik ben dan ook al 20 jaar geprofest in de Orde van Franciscaanse Seculieren. We vieren niet voor niets op 4 oktober dierendag (de sterfdag na de heilige Franciscus).”

Moet de universiteit om echt duurzaam te zijn, gebruik van vlees in de kantines verbieden?
“Nee, dat moet niet. Ik ben sinds de zomer van 1995 vegetariër, ik eet geen dieren (ik koop zelfs geen kattenvoer waar konijn in zit), maar voor mensen die bij mij thuis komen eten wil ik best vlees klaarmaken. Dwang helpt niet, bied een alternatief dat echt heel erg lekker is en mensen stappen vanzelf over. De UU is best al duurzaam bezig, al kunnen we nog altijd beter. Wat de UU veel meer kan doen, is uitleg geven over duurzaamheid en klimaat in het maatschappelijke debat. Ik vind de discussies over elektrische auto’s, zonnepanelen, windmolens, bossen kappen voor biomassacentrales en dergelijke vaak kant noch wal raken. Ook een elektrische auto is geen perpetuüm mobile en beslist niet ‘goed’ voor het milieu/klimaat. Er zit een accu in, er gaat stroom in. We slopen oerbossen voor biomassacentrales, ik vind dat totale gekte. We hebben zoveel deskundige (natuur- en geo-)wetenschappers die uit zouden kunnen leggen waarom wij – ondanks dat de we ook een ijstijd hebben gehad – toch iets aan het klimaat moeten doen. En wat we zouden moeten doen. Ik zou het heel mooi vinden als onze wetenschappers veel meer naar buiten zouden treden en uitleg zouden geven over het hoe en wat van klimaat.”


 

Wie ben je?
"Ik ben Linge Li, 27 jaar oud en van de Utrecht PhD Party (UPP). Het is mijn vierde jaar als promovendus in de Ecophysiology groep van het departement Biologie. Mijn onderzoek gaat over de reactie op celniveau van tomaten in de schaduw. Na drie jaar is dit voor mij nog steeds een fascinerend onderwerp. Mijn master heb ik in Leiden gedaan en ben toen naar Utrecht gekomen om te promoveren. Ik ben verheugd dit jaar deel uit te maken van de Universiteitsraad."

Moet de voertaal op de universiteit Engels worden? Wanneer wel en wanneer niet?
“De voornaamste voertaal zou Nederlands moeten zijn, maar we moeten steeds meer toegroeien naar een duaal taalsysteem om onze internationale gemeenschap zich welkom te laten voelen. Wij van UPP zijn blij dat je op de campus steeds meer in het Engels ziet, omdat bij onze aanstelling alleen naar de Engelse taalvaardigheid is gevraagd. Ik zou voorstellen om vaker Engels te spreken als we zoveel mogelijk mensen aan ons willen binden, bijvoorbeeld op social media. Internationals missen makkelijk informatie in het Nederlands en als we de hele universitaire gemeenschap willen bereiken, is het beter om in het Engels te communiceren. Bij vergaderingen of cursussen waar alleen Nederlanders aanwezig zijn, is het efficiënter om het Nederlands te gebruiken. Zelfs een duaal taalgebruik in een Engelse omgeving zou goed kunnen werken om de internationals in zekere mate bekend te maken met de Nederlandse taal. Voor de internationale medewerkers en studenten is het belangrijk om het Nederlands en de Nederlandse cultuur te leren kennen."


 

Wie ben je?
"Ik ben Romy Riemersma, 26 jaar. In de universiteitsraad vertegenwoordig de Utrecht PhD Party. Daarnaast ben ik promovendus bij de onderzoeksgroep Inorganic Chemistry and Catalysis, waar ik onderzoek doe naar katalysatoren voor CO2 omzetting. In mijn vrije tijd speel ik graag bordspellen of ben ik te vinden in de sportschool.”

Vind je dat de UU ook goed beoordeelde docenten die niet gepromoveerd zijn een vaste aanstelling moet geven?
“Ja, dat vind ik zeker. Op dit moment hebben we op onze universiteit nog een te hoog aantal tijdelijke contracten. Dit heeft als gevolg dat een groep werknemers die toch al veel werkdruk ervaart, namelijk docenten en wetenschappers, nog eens wordt geconfronteerd met een onzeker toekomstperspectief. Daarnaast zal het geven van vaste aanstellingen aan goed beoordeelde docenten ook de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen; ze hebben al bewezen dat ze goed zijn in hun vak. Ook is het efficiënter, omdat niet steeds nieuwe medewerkers moeten worden ingewerkt. Daarbij komt wel dat de huidige voorwaarden van dergelijke contracten ook onder de loep genomen mogen worden. Omdat de problemen die hier spelen nou eenmaal erg complex zijn zal het simpelweg omzetten van de contracten naar vaste aanstellingen nog niet alles oplossen. We zien bijvoorbeeld nog te vaak dat onderwijs aanstellingen van 0.7fte in de praktijk gewoon een full-time baan inhouden. Ook zou ik graag zien dat er meer ruimte komt voor onderzoek in deze aanstellingen."


 

Wie ben je?
“Mijn naam is Valéry Oude Groen-van Rijswijk (44 jaar) en ik zit namens partij Vlam in de raad. Bij de UU ben ik werkzaam als communitymanager en docent voor Interdisciplianire Sociale Wetenschap (met name in de masterfase). Daar ben ik verantwoordelijk voor alumnibeleid en arbeidsmarkt- en loopbaan oriëntatie bachelors en masters. Ik heb ook een groot hart voor verbinding tussen afdeling(en) en samenwerkingspartners buiten de UU en ben betrokken bij diverse EDI-projecten (onder andere Opmaat en StartNuu). Zelf heb ik ASW gestudeerd in Utrecht en na 18 jaar werken in het bedrijfsleven ben ik weer teruggekomen op de universiteit. Mijn hobby’s zijn: fotografie, hardlopen (in verenigingsverband), en ik ben actief lid van Soroptimist International (Club Hilversum e.o.).”

Moet de universiteit, net als roken, gebruik van alcohol binnen de eigen gebouwen verbieden?
“Nee. Sinds 1 september 2019 heeft de UU al een uniform alcoholbeleid ingevoerd. Tot 17 uur wordt - met uitzondering van het Academiegebouw, de Faculty Club, Parnassos en de Botanische Tuinen- geen alcohol geschonken. In lijn met de adviezen van bijvoorbeeld het Trimbos Instituut is al gezorgd voor een (zoveel) mogelijk alcoholvrije campus. De adviezen die voortkwamen uit hun onderzoek (Verkenning Effectief Alcoholbeleid) zijn ter harte genomen. Vooral ontmoedigingsbeleid op de campus is van daaruit het devies, met sterke alternatieven (alcoholvrije borrels/aanbod, verlaging prijzen alcoholvrij aanbod) in combinatie met goede voorlichting voor en begeleiding van studenten (en medewerkers). Deze lijn is ook passend bij het preventieakkkoord. Op de campus, in de binnenstad en op het terrein van UCU geldt binnen gebouwen vanzelfsprekend een rookverbod: in het bijzijn van een roker verkeren schaadt immers direct de gezondheid van een ander. Buiten wordt gewerkt met de term ‘smokefree area’. Terecht. Dat er op spaarzame momenten, zoals bij afstuderen, promotie, inauguratie of afscheid, vrije keuze is om na 17 uur wel of niet een alcoholische versnapering te drinken, lijkt mij een belangrijk goed.”


 

Wie ben je?
"Ik ben Wim de Smidt, 57 jaar en zit namens Vlam in de U-raad. Ik ben werkzaam bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie als HR-adviseur. Na mijn lerarenopleiding heb ik in deeltijd twee jaar onderwijskunde gestudeerd aan de UU (alles gehaald), maar niet afgerond omdat ik destijds de overstap heb gemaakt naar HR. Naast mijn werk ben ik regelmatig te vinden in zwembad De Krommerijn en wandel en lees ik graag."

Vind je dat medewerkers het komende jaar de hele week thuis mogen werken of dat ze minstens twee dagen op het werk moeten zijn?
“Wat mij betreft zou het niet goed zijn als medewerkers voortaan alleen nog vanuit huis zouden werken. Zelf heb ik de afgelopen anderhalf jaar gemerkt dat het, noodgedwongen, prima lukt om vanuit huis te werken, maar dat je kring van collega’s wel erg klein wordt. Ik miste het spreekwoordelijke gesprekje bij de koffieautomaat (de koffie zelf overigens niet). Als UU willen we graag een community zijn, daarvoor is het ook noodzakelijk om fysiek contact met elkaar te hebben. En uit een kort toevallig gesprekje krijg je vaak een betere indruk van wat er speelt dan uit een formele Teams vergadering. Medewerkers die alleen nog vanuit huis werken, gaan op den duur het contact met de organisatie verliezen. Niet goed voor de organisatie maar vooral ook niet goed voor de medewerker zelf.”


Op 30 september publiceerden we een artikel met een introductie van de studentleden  van de Universiteitsraad.

Facebook Twitter Whatsapp Mail