Foto via Laurien Crump

Rusland-expert Laurien Crump: ‘Voor vrijuit spreken, betaal je soms een hoge prijs’

Body: 

De laatste tijd zie je Laurien Crump overal in de Nederlandse media. Sinds Rusland Oekraïne binnenviel, heeft de telefoon van de universitair hoofddocent in de Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen niet stilgestaan: ze krijgt continu verzoeken om het conflict te duiden. Hoe combineert ze dat met haar al drukke schema? En hoe voelt het om als onderzoeker in de belangstelling te staan?

Read in English

“Hoe tragisch deze oorlog ook is, de eerste dagen in Hilversum waren op een vreemde manier opwindend”, geeft Crump toe. Ze is een expert op het gebied van multilaterale diplomatie en Europese veiligheid tijdens de Koude Oorlog, vanuit zowel een West- en een Oost-Europees perspectief. “Bijdragen aan iemands persoonlijke groei op bijvoorbeeld intellectueel gebied is een echte drijfveer voor mij. Dus ik was blij om mijn interpretatie met het bredere publiek te delen en zo mensen te helpen een dergelijk verwarrende en beangstigende gebeurtenis te duiden”.

De optredens in Hilversum zijn lang niet de eerste mediaoptredens van Crump. Deelnemen aan maatschappelijke discussies met divers publiek is haar niet vreemd. Ze verscheen in kranten als NRC en Trouw maar ook The Clingenael Spectator en Atlantisch Perspectief, die door veel diplomaten gelezen worden. Ook heeft ze workshops voor middelbare schooldocenten en leerlingen georganiseerd. 

Toen DUB op woensdag 16 maart met haar sprak, stond ze op het punt om op het podium van TivoliVredenburg te stappen voor een vraag-en-antwoord sessie, om zo geld in te zamelen voor Oekraïne. De dag erna ging ze naar een cursus Educatief Leiderschap en moest ze zich voorbereiden op een congres in Stockholm. In juni begint ze als Afdelingshoofd Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen van University College Utrecht (UCU), een team van veertig mensen. En dat alles terwijl ze onderzoek doet, lesgeeft en een druk persoonlijk leven leidt.

Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in politiek, en met name de Koude Oorlog?
"Ik ben opgeleid als een classicus aan de universiteit van Cambridge. Ik heb vier jaar op een middelbare school lesgegeven in het Verenigd Koninkrijk en zes jaar op het Utrecht Stedelijk Gymnasium. Daar was ik de coördinator internationalisering en regelde ik de vele uitwisselingen, waaronder met scholen in Oost- en Midden-Europa. Daardoor raakte ik geïnteresseerd in die regio en besloot, buiten werktijd, geschiedenis te gaan studeren. Daarrna volgde ik een master in vergelijkende geschiedenis. Voor deze studie analyseerde ik waarom de Sovjet Unie ingreep in Hongarije in 1956 en niet in Polen in 1981. Kortom, ik werd me meer en meer van bewust hoe de Koude Oorlog nog steeds nagalmt in die landen."

Je bent een academicus die ook graag bijdraagt aan het publieke debat, door opiniestukken te schrijven en interviews te geven voor radio, tv en kranten. Waarom doe je dat?
"Ik denk omdat ik op latere leeftijd toetrad tot de academische wereld en uit het onderwijs kwam. Ik ging lesgeven omdat ik graag communiceer met een publiek. Het maakt niet uit of dat publiek bestaat uit twaalfjarigen of volwassenen, ik wil dat mijn werk een onmiddellijk effect op en nut heeft voor anderen. Als je je strikt focust op het doen van onderzoek, is het aantal mensen dat je daarmee bereikt nogal beperkt.

"Toen ik afstudeerde als 21-jarige kreeg ik een PhD-positie aangeboden in Klassieke Filosofie in Cambridge. Dat aanbod sloeg ik af. Ik was bang het contact met de ‘buitenwereld’ te verliezen. Ik wilde lesgeven omdat ik met andere mensen wilde communiceren. Ik ben een sociaal wezen. Als onderzoeker vind ik het mijn plicht om mijn kennis te delen met de maatschappij. Dit omdat we worden betaald met belastinggeld. Als ik iets onderzoek dat relevant is voor hedendaagse debatten, zoals de uitbreiding van de NAVO of de betrekkingen tussen Oost-Europa en Rusland, dan is mijn diepgewortelde overtuiging dat ik dit moet delen met een zo breed mogelijk publiek."

Screenshot: Studium Generale - De Duiders - Russische dreiging aan de Oekraïnse grens (09-02-2022)

Wat vind je van de berichtgeving over de oorlog in Oekraïne?
"Het debat is soms zo verhit dat ik het gevoel heb dat er weinig ruimte is voor nuance, vooral in sommige kranten. Het is erg zwart-wit, dat heeft misschien te maken met de MH17 ramp en het feit dat Nederland een sterke anticommunistische en later ook anti-Russische geschiedenis heeft. Ik word ook gevraagd door Belgische media, en het debat wordt daar wat breder gevoerd, er is meer ruimte voor verschillende perspectieven. Aan de andere kant heb ik ook het idee dat het meer genuanceerde perspectief wel steeds meer wordt verwelkomd op de Nederlandse radio en tv.

"Ik denk soms wel dat je voor vrijuit spreken soms een hoge prijs betaalt. Wanneer je wat nuance probeert in te brengen in het debat – zonder de inval van Rusland te rechtvaardigen – dan word je – en met name door mannelijke columnisten van een bepaalde leeftijd - meteen aanvallen. Recentelijk betoogde ik dat westerse landen zich moesten onthouden van retoriek om op die manier geen olie op het vuur te gooien. Columnist Max Pam van de Volkskrant schreef daarna een erg vreemde column daarover waarin hij mij vergeleek met Theo van Gogh, de journalist die door een geradicaliseerde man op straat werd neergestoken terwijl Van Gogh zei ‘wacht, we kunnen hier over praten'.

"De dag dat de oorlog uitbrak, kwam ik één van deze columnisten tegen in Hilversum, en die zei me dat ik me moest schamen - alsof ik bloed aan mijn handen had. Dat is jammer, want dit zijn mensen die tegen Poetin zijn onder meer omdat ze claimen te strijden voor de vrijheid van meningsuiting en de vrije pers, maar tegelijkertijd mensen met een iets andere analyse in een hoekje duwen. Ik lig er niet wakker van, maar het is zorgwekkend omdat het consequenties heeft voor de toon van het debat, en mogelijk ook de beleidsvorming.

"Uit hun houding spreekt denk ik ook seksisme. Sommige mensen waarderen het niet als jongere vrouwen zich uitspreken."

Heb je tips voor collega academici die zich ook meer in de media willen laten horen?
"Een goed begin is om opiniestukken naar kranten te sturen. Naar aanleiding daarvan word je soms uitgenodigd voor een radioprogramma en als je het daar goed doet, neemt men aan dat je ook op tv kan. Je moet dapper zijn, je nek uitsteken – ik heb dingen in kranten geschreven of op tv gezegd waarvan ik wist dat ze me niet heel populair zouden maken. Mijn tip is daarom ook om sociale media te vermijden zodat je niet kunt zien wat mensen over je zeggen. Je moet de moed hebben om te staan voor je overtuigingen.

"Een ander belangrijk aspect is dat je je commentaar kort moet kunnen formuleren, en daarin toch een zekere hoeveelheid nuance aanbrengen. Je moet compacte analyses kunnen geven in plaats van stellige uitspraken doen. Dat is soms moeilijk voor onderzoekers, omdat ze het gewend zijn om hun argumenten met veel bronnen en data te onderbouwen, maar op tv of de radio heb je gewoonlijk maar drie minuten te tijd.

"Daarnaast moet je een goed gevoel hebben voor verschillend doot publiek. In mijn geval kwam mijn ervaring als middelbareschool-docent goed van pas: ik gaf les aan leerlingen van verschillende niveaus en gaf een serie colleges voor mensen van boven de 60 aan het Hovo (hoger onderwijs voor ouderen). Kijkers van Nieuwsuur, Goedemorgen Nederland of RTL-Z verschillen van elkaar, dus dan pas ik mijn manier van spreken aan want ik vind het belangrijk om al die mensen te voorzien van context."

Je zegt dat je het lezen van sociale media vermijdt, maar je weet dat er mensen zijn die de kritieken van de columnisten herhalen en je ervan beschuldigen een “Poetin-versteher” te zijn. Hoe voelt dat?
"Ik zie het als iets symptomatisch dat mensen een zeer complexe situatie proberen te versimpelen op een manier die niets oplost. Gewoon luid roepen dat Poetin niet spoort en de oorlog slecht is gaat niets oplossen, ook al ben ik het met beide uitspraken eens. Het is zorgwekkend als mensen niet kunnen differentiëren tussen nuance of context en een oorlog verdedigen. Laat me duidelijk zijn: ik denk dat Poetins agressie in Oekraïne afgrijselijk en absoluut onrechtmatig is, maar om deze situatie op te lossen hebben we een bredere context nodig."

Het wordt steeds gebruikelijker voor Nederlandse academici om bedreigingen te krijgen. Is jou dat ooit overkomen? Krijg je haatmail?
"Na de bizarre column van Max Pam in de Volkskrant wel wat. Mensen zeiden bijvoorbeeld dat God me zou straffen. Maar dat soort reacties droogde snel op."

Je hebt vast benijdenswaardige tijdmanagement skills. Hoe slaag je erin zoveel verschillende dingen tegelijk te doen?
"Het geheim van mijn tijdsmanagement is dat ik erg proactief ben. Ik wacht niet, ik doe gewoon. Je kunt veel tijd verliezen met twijfelen en beslissen, dus als er iets in mijn schoot geworpen wordt, doe ik het vaak meteen. Ik ben een snelle denker en ik leg makkelijk verbanden, dat helpt met het goed gebruiken van mijn tijd. Ik ben niet zo’n planner, moet ik zeggen, meer go with the flow. Er is geen orde in mijn chaos, maar het lijkt te werken!

"En ja, ik slaap gewoon én zorg ervoor dat ik tijd vrij neem. Ik denk dat vrij nemen belangrijk is omdat het je efficiënter maakt wanneer je wel werkt. In de avonden en weekenden probeer echt ik niet te werken. Onze zoon Tommy is gehandicapt en heeft veel zorg nodig. Hij is acht, maar heeft nu het niveau van een kind van twee."

De balans tussen werk en leven is nu een belangrijk thema bij de UU. Hoe vindt jij die balans?
"Ons kind heeft dus intensieve zorg nodig, en wanneer hij niet op school is, geven wij hem die zorg. We zijn voor hem naar de Achterhoek verhuisd omdat het daar een geschiktere omgeving is voor een mentaal gehandicapt en zwaar autistisch kind. Dus ik woon 120 kilometer van het werk en Hilversum vandaan, wat het moeilijker maakt om dit alles te combineren.

"Mijn zoon zal nooit mentaal volwassen worden, wat betekent dat zijn zorg alleen maar intensiever zal worden in de komende jaren. Ik wil een goede moeder zijn, maar ik wil ook een gelukkige moeder zijn, dus ik denk dat het combineren van al deze dingen en zijn handicap niet zien als een obstakel voor mijn carrière me op de lange termijn helpen het aan te kunnen.

"Sinds februari huur ik wel een kamer in Utrecht zodat ik er kan overnachten wanneer dat nodig is. Dat is ook beter voor onze zoon, omdat het vor hem gemakkelijker is te begrijpen dat ik werk wanneer ik op het werk ben. Voor hem is het moeilijk te begrijpen waarom wanneer ik thuis ben hem toch geen aandacht kan geven.

"In het weekend is hij mijn eerste prioriteit. Ik reserveer ook mijn woensdagen voor Tommy. En tenslotte hebben mijn man en ik afgesproken dat ik geen interviews doe op vrijdagavonden en in het weekend, tenzij het voor Nieuwsuur is. Dat programma heeft zo’n hoge kwaliteit, dat ik dat niet laten schieten."

Laurien Crump gaat binnenkort voor DUB bloggen over het houden van de balans tussen werkend en privé-leven.

Facebook Twitter Whatsapp Mail