Foto: Shutterstock

UU-alumnus Somaye Dehban: ‘Academici moeten onze nieuwe influencers worden’

Body: 

Om maatschappelijke problemen aan te pakken, moeten we de onderlinge verbondenheid in onze samenleving stimuleren, zegt promovendus en oud UU-student Somaye Dehban. Wetenschappelijke disciplines, overheden, bedrijven en het maatschappelijke middenveld moeten  coalities smeden en contact met het publiek op zoeken, zegt ze. “We kunnen onderzoekers stimuleren een publieke rol op zich te nemen en maatschappelijk relevant onderzoek te prioriteren.”

Read in English

In de Aula van het Academiegebouw presenteerde Somaye Dehban afgelopen oktober haar visie op de groeiende verdeeldheid in de samenleving. Voortbouwend op haar ervaring als internationale student aan de UU, vernederlandste Iraanse, moeder en haar ervaring in de ontwikkelingshulp, stelt ze als oplossing tegen de verdeeldheid dat we coalities moeten bouwen tussen individuen en groepen die normaal gesproken veelal gescheiden blijven.

Dehban kwam in 2005 uit Iran om Liberal Arts & Sciences te studeren op University College Utrecht, waarna ze ook aan de UU een masteropleiding Gender Studies volgde. Sinds 2019 is ze parttime promovenda aan de School of Management van de Erasmus Universiteit, waar ze onderzoekt hoe samenwerkingsverbanden tussen verschillende sectoren kunnen worden opgebouwd en verbeterd.

Foto: Laurian Serno.

Welk probleem pakt u aan in uw huidige promotieonderzoek?
"Mijn persoonlijke motivatie komt voort uit de overtuiging dat iedereen recht heeft op persoonlijke vrijheid en gelijke kansen moet hebben om zich te ontplooien. De zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, zoals het uitbannen van armoede en iedereen toegang geven tot drinkwater en onderwijs, bieden een heel mooi kader om dit te bereiken. Maar de organisaties en de financiering die gericht zijn op het behalen van deze doelen zijn helaas nog niet efficiënt en effectief genoeg.

"Neem bijvoorbeeld de ontwikkelingshulp. Toen ik na mijn afstuderen in deze sector ging werken, merkte ik dat civiele en niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) erg onafhankelijk te werk gaan. In de meeste gevallen financieren overheden deze organisaties om een lokaal project op te starten in een ontwikkelingsland, maar wanneer het project en de financiering aflopen, is er geen follow-up of blijvende verandering. Bovendien vloeit een groot deel van de financiering terug naar de westerse mensen die voor de NGO's werken zonder dat het de mensen in nood ten goede komt.

"In mijn promotieonderzoek kijk ik daarom naar hoe cross-sectorale coalities bestaande uit overheden, de publieke en private sector hun impact kunnen vergroten bij het aanpakken van de Sustainable Development Goals."

Wat voor aanpak is er nodig om deze doelen te behalen?
"We moeten allereerst de onderlinge verbondenheid van de problemen zelf, en van het werk dat we doen, erkennen. Hoewel de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, de academische wereld, regeringen en andere sectoren zeer sterk met elkaar verbonden zijn, doen we nog steeds alsof dat niet zo is. Onze samenlevingen zijn steeds specialistischer geworden en het lijkt alsof iedereen in zijn of haar eigen silo werkt. Onderzoekers praten alleen over hun onderzoek met mensen van hetzelfde instituut, politici gaan vooral om met mensen van hun eigen partij, en zelfs op gezinsniveau wordt de persoonlijke ontwikkeling van een individu vaak los gezien van het gezin als geheel.

"In mijn onderzoek richt ik me op de vraag hoe sector overstijgende coalities deze afzonderlijke bubbels met elkaar zouden kunnen verbinden. Om terug te komen op het voorbeeld van ontwikkelingshulp: regeringen zouden moeten stoppen met het financieren van individuele projecten van internationale NGO's, en in plaats daarvan allianties moeten vormen tussen lokale NGO's, bedrijven, gemeenschappen en regeringen, die deze lokale organisaties gezamenlijk helpen te groeien. Dit is wat bedoeld wordt met 'internationale ontwikkeling'. Het voorkomt dat geld terugvloeit naar de financierende landen, en resulteert in duurzame verandering."

U zegt dat de onderlinge verbondenheid ook in de academische wereld tekort schiet. Heeft u dat ook zo ervaren tijdens uw studies aan de Universiteit Utrecht?
"Mijn bachelor in Liberal Arts & Sciences die ik meer dan 15 jaar geleden begon aan  University College Utrecht was geweldig omdat interdisciplinariteit daar de norm was. Het was heel gewoon om een vak als psychologie van de faculteit Sociale Wetenschappen te combineren met bijvoorbeeld cognitieve neurowetenschappen van bètawetenschappen. Mijn master Gender Studies aan de UU behandelde de studie van cultuur, politiek en literatuur, en was ook erg interdisciplinair. De scheiding tussen de verschillende disciplines was dus minimaal, maar wat betreft de meer praktische elementen, zoals de mogelijkheid om te verkennen wat de Nederlandse samenleving en Utrecht te bieden hebben, was er een duidelijke scheiding tussen internationals zoals ik en de Nederlandse studenten. En als het ging om het overdragen van wetenschappelijke kennis aan het grote publiek, was er toen vrijwel niets."

Wat zou de academische wereld meer verbonden kunnen maken?
"Ten eerste moet academische informatie makkelijk beschikbaar gemaakt worden. Een aanzienlijk deel van het onderzoek in de academische wereld is niet toegankelijk voor de rest van het publiek, wat ironisch is omdat bijna al het onderzoek dat aan de universiteiten wordt verricht, met overheidsgeld is gefinancierd. Zelfs wanneer onderzoek vrij beschikbaar is, zorgen het jargon en de complexiteit van de stof er alsnog voor dat anderen het nauwelijks kunnen lezen. We zouden het onderzoek daarom in open access moeten publiceren, en het moeten delen op een manier zodat het makkelijk te begrijpen is voor onderzoekers in andere disciplines, politici en het grote publiek. Dat zou ons een stuk dichter bij elkaar brengen.

"Daarnaast moeten wij academici ons veel meer gaan bezighouden met het publieke debat. We moeten ervoor zorgen dat het publiek weet wat we onderzoeken en we moeten onszelf bekend maken bij de lokale en nationale nieuwszenders wanneer er een discussie over ons onderwerp is. Momenteel wordt de term "influencer" gebruikt voor beroemdheden die op sociale media zoals Instagram door het publiek gevolgd en geprezen worden. Maar ik walg er gewoon van - er is geen beter woord voor - wanneer zulke beroemdheden hun mening geven over zaken waar ze helemaal geen verstand van hebben, zoals vaccinaties. Wij academici moeten een stap naar voren doen en de nieuwe influencers van onze samenleving worden."

foto: Shutterstock

Hoe wilt u onderzoekers ervan overtuigen om deze publieke rol op te pakken?
"Het gaat er deels om hoe we academici evalueren en hoe we hun contracten invulling geven. Op dit moment zijn de prioriteiten van academici vooral gericht op het geven van onderwijs en het schrijven van nieuwe publicaties, terwijl maatschappelijke betrokkenheid vrij laag op de prioriteitenlijst staat. Maar als we een bepaald percentage van de werkuren van de onderzoekers toewijzen aan contact met het algemeen publiek, creëren we een stimulans voor de onderzoeker om zich daadwerkelijk in te zetten voor de samenleving.

"Maar zoals de meeste maatschappelijke kwesties is dit probleem in hoge mate verbonden met andere factoren en is het aanpassen van alleen de academische wereld niet genoeg. Ook nieuwsmedia moeten hun mentaliteit veranderen en de verantwoordelijkheid nemen om de juiste, gekwalificeerde personen te zoeken wanneer ze een wetenschappelijk onderwerp behandelen. Ze moeten hun items goed onderbouwen zodat ze de kennis in de maatschappij vergroten. Als de pers hier niet toe bereid is, bijvoorbeeld omdat ze afhankelijk zijn van clickbait en advertentie-inkomsten, dan moet de overheid ingrijpen en een financiële prikkel creëren om de kwaliteit te verhogen.

“Het beste zou zijn om al deze factoren tegelijkertijd te veranderen en dan geduldig te wachten tot ze op elkaar inspelen en effect hebben. Je kunt niet slechts één element veranderen en dan een resultaat verwachten; die zal er niet zijn. Als alleen de academici opstaan en hun kennis delen maar de persbureaus doen niet mee, dan blijven noemenswaardige resultaten uit.”

Moet ook de inhoud van het academisch onderzoek veranderen?
“Wat voor onderzoek we ook doen: het is in mijn ogen hoe dan ook belangrijk dat het maatschappelijke relevantie heeft. Bepaalde niveaus van onderzoek kunnen abstract en theoretisch zijn, maar uiteindelijk moet er een duidelijk verband zijn met de maatschappij en dit is momenteel nog niet de manier waarop onderzoek wordt gewaardeerd. Academici moeten zich houden aan de criteria van de tijdschriften wanneer zij hun artikelen publiceren, maar de meeste academische tijdschriften hebben geen criteria voor maatschappelijke relevantie. Veel wetenschappers zien maatschappelijke relevantie nu als een optionele toevoeging, maar als de criteria veranderen, zouden ze het als prioriteit kunnen beschouwen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail