De universitaire democratie zit vast in verstikkend poldersyndroom

Body: 

De universiteit heeft een poldercultuur. Vooral met elkaar in gesprek blijven en daarmee zaken onder het tapijt schuiven. Universiteitsraadslid Floris Boudens spreekt van een poldersyndroom die voor een verstikkend klimaat zorgt. Daarom ging hij naar buiten toen hij zicht kreeg op de enorme reiskostenvergoeding van de collegevoorzitter. “Het wordt tijd om het poldermodel naar het verleden te bannen.”

In de publieke sector heerst een verziekende managementcultuur, een gebrek aan transparantie, bestuurlijke arrogantie, een angstcultuur en een gebrek aan democratie. In de recente discussie over de reiskostenvergoeding van collegevoorzitter Anton Pijpers komen veel van die zaken samen. Bovendien is er ook sprake van inkomensongelijkheid, machtsongelijkheid en verkwanseling van belastinggeld. Eigenlijk zou de medezeggenschap zo’n kwestie met verve moeten oppakken. Het hele jaar al probeer ik de raad te redden van haar kritiekloze omarming van het universiteitsbestuur. Dit probleem zou ik het poldersyndroom willen noemen.

Om aantijgingen van plagiaat te voorkomen: ik ontleen de term aan een column van Sheila Sitalsing in De Volkskrant. Twee longarts-activisten zijn uit anti-rooklobbyclubjes gezet omdat zij met hun ‘te activistische’ opstelling ‘het gesprek’ in de polder verstoorden met de tabaksindustrie. Het is paradoxaal hoe ver dit verhaal als roker van mij afstaat maar hoe herkenbaar het toch is. Het poldersyndroom vindt ook uiting in actiegroepen, de vakbond en medezeggenschapsorganen. Hopelijk staat de lezer mij toe dat ik puntsgewijs deze groepen aanstip. Het centrale punt is daarbij: in hoeverre moet je als actievoerder compromissen maken? Ga je opzitten en pootjes geven, in de hoop dat dan meer effect kan worden bereikt aan de onderhandelingstafel? Hoeveel water bij de wijn staan we toe? Is ‘de relatie’ altijd belangrijker dan het doel? Sitalsing: “Want nadat de kruispunten zijn platgelegd, en de stenen door de ruiten zijn gegaan, en de hypocrisie van de machthebbers is blootgelegd, en de publieke opinie is gewonnen, volgt steevast de uitnodiging. De vijand wil praten.”

Ga je opzitten en pootjes geven, in de hoop dat dan meer effect kan worden bereikt aan de onderhandelingstafel?

Zo gaat het inderdaad vaak. De studenten die reuring veroorzaakten met hun protestactiviteit om hun favoriete docent in vaste dienst te nemen zijn al uitgenodigd tot ‘een gesprek’. De actiegroep WOinActie is na succesvolle demonstraties in Den Haag (december, maart) ook aangeschoven bij de minister en commissie Van Rijn. Ik heb er het volste vertrouwen in dat de actievoerders deze onderhandelingen voeren met oog op het resultaat (respectievelijk afschaffen van de promotie-eis en meer investeringen in onderwijs). Petities werden in het leven geroepen om de eisen kracht bij te zetten. Maar na verloop van tijd wordt het steeds spannender. Hoe langer met de machthebbers handjeklap wordt gespeeld hoe moeilijker het wordt om daadkrachtig tegen hen op te treden.

WOinActie laat zichzelf nu al graag voor het karretje van de colleges van bestuur spannen. “[H]et [is] te verwachten dat WOinActie de onderhandelingspositie van de Colleges van Bestuur van de Nederlandse universiteiten in hun gesprekken met de overheid versterkt.” Het is weinig inspirerend, maar zolang onze doelen gelijk zijn niet problematisch. Hoe lang dat zo blijft is nog maar de vraag, in het Nederlandse bestuursmodel vallen de cvb’s veel te veel macht ten deel. 

De eigentijdse vakbond is echter om je voor kapot te schamen

De vakbond heeft het pas echt verkloot. Vroeger trok zij nog weleens de straat op. Zij stimuleerde collectieve actie tegen de overheid en werkgevers om op die manier eisen af te dwingen. De 40-urige werkweek, betaald overwerk, ziekteverlof, AOW, pensioen, vrij in het weekend, schadevergoeding bij werkongeluk, vrouwen op de werkvloer, afschaffing van de kinderarbeid: het zijn allemaal verworvenheden van deze strijdkrachtige vakbond van de vorige eeuw.

De eigentijdse vakbond is echter om je voor te schamen. Zij dienen vooral vergeleken te worden met Orwelliaanse varkens die rechtop zijn gaan lopen. De bonden schurken zodanig tegen de machthebbers aan dat zij erop beginnen te gelijken, en de leden zich er niet meer in herkennen. Het poldersyndroom heeft tot gevolg gehad dat het ledenaantal bij de bonden drastisch is gedaald en haar invloed is gemarginaliseerd. Ironisch genoeg maakt dat collectieve actie moeilijker en is polderen de enige invloedrijke strategie: een negatieve spiraal is eind jaren ‘50 al ingezet. Daardoor staan oude verworvenheden nu weer onder druk, we bewegen weer de verkeerde kant op.

Deze tendens zien we ook bij de studentenvakbonden. Van studentenprotest is al enige tijd geen sprake meer. Het actievoeren is geofferd voor ‘het gesprek’ met de minister. We hebben er de afschaffing van de basisbeurs aan overgehouden. En bedankt. De landelijke studentenvakbond gooide begin dit collegejaar haar voorzitter Geertje Hulzebos eruit omdat ze ‘te activistisch zou zijn’. Typisch.

In de U-Raad bereiken we precies niks: we zijn “in gesprek”

De Utrechtse medezeggenschap is het spoor ook bijster. In Groningen weigerde men in te stemmen met de begroting totdat 10 miljoen werd geïnvesteerd in het verlagen van de werkdruk. Hier is dat anders. Ondanks de uitvoerige aandacht voor het thema tijdens de opening van het academisch jaar bereiken we precies niks: we zijn “in gesprek”. Dat komt door de collega’s die het langst zitting nemen in de U-raad. Zij roepen het sterkst de associatie op van de Orwelliaanse metafoor.

Laat ons de reiskosten van de collegevoorzitter als casus nemen. Aan de hand van een vergelijking kon ik aantonen dat de UU buitensporig declareert: wel enkele malen het gemiddelde van elders. Nu moeten ze wel mee, dacht ik. Maar nee: er mochten geen vragen over gesteld worden want stel dat men de UU in een kwaad daglicht stelt. Het moest en zou onder het tapijt. Zij hadden liever gezien dat ik alles binnenshuis had gehouden, een ‘informeel gesprek’ was aangegaan en braaf pootjes zou geven. VUUR heeft die route in het verleden eerder bewandeld, toch blijven de reiskosten van het UU-bestuur van recordomvang. Dat deed ik dus niet, het leek me een te weinig daadkrachtig antwoord op de buitensporige declaraties. Enkelen nemen mij kwalijk dat ik in de dagen die daarop volgden de Tweede Kamer en pers op nota bene openbare documenten heb gewezen. De schuld van het feit dat de Universiteit negatief in het nieuws is gekomen, zo oordeelde de raad nadat zij gevonnist had, ligt niet bij Anton Pijpers (de man van €124.000,-), maar bij mij.

Waar de Utrechtse medezeggenschap zijn mond niet open durfde te doen, steunde de Tweede Kamer een debat over de reiskostenvergoeding met 117 zetels. Alleen de VVD stemde tegen. Maar ook zij zijn verontwaardigd, liet Judith Tielen mij per mail weten. Omdat het aantal in te plannen debatten meer dan 100 is, steunde ze het debat niet. Tielen (VVD) mengde zich wel het openbaar debat: “Een universiteit die dit accordeert moet zich schamen. Het universiteitsbestuur moet worden aangesproken door de medezeggenschapsraad, de medewerkers, de studenten, en - eigenlijk - door de heer Pijpers zelf.” Een absolute parlementaire meerderheid, maar de U-raad schoof geen millimeter.

In de Orwelliaanse wereld verzieken de varkens het voor de rest van de dieren: zo ook in de raad. Deze figuren, in de minderheid maar toch toonaangevend, stonden klaar om de reiskosten te verdedigen en zelfs “sober en doelmatig” te noemen. Wat een grap. Mijn mailbox is niettemin overspoeld met steunbetuigingen van wetenschappers binnen en buiten de UU dus mijn idee is dat de myriade opvattingen van het personeel van de UU, niet geheel vertegenwoordigd zijn. Ten overvloede: in relatieve zin zijn de reiskosten niet proportioneel, sober of doelmatig. Dat is het belangrijkste argument: een ton is in vergelijking veel.

We moeten met het poldersyndroom en al haar excessen afrekenen

De bal ligt nu bij de Minister en de Raad van Toezicht. Om het draagvlak binnen mijn partij (VUUR) te behouden zal ik een knieval maken voor de Raad van Toezicht, het komt dus toch weer op polderen aan. Maar daarnaast zal ik tevens strijd blijven leveren. Op mijn manier. Voor een democratische en coöperatieve universiteit. De reiskostendeclaraties zijn een heerlijk en veelzijdig onderwerp waar veel zaken samenkomen, zoals eerdere fraude, bestuurlijke arrogantie, angstcultuur, poldersyndroom, gebrek aan democratie, inkomensongelijkheid, machtsongelijkheid en verkwanseling van belastinggeld. De strijd heeft overigens effect: extra vergadertijd op korte termijn, en een inzagemoment in de ongelakte bonnen van de collegevoorzitter.

Geertje Hulzebos begrijpt mijn strijd. In de Volkskrant trok ze het declaratiegedrag van Pijpers in een breder kader. De in 1997 ingestelde wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB) heeft opportunisten de ruimte gegeven om een top-down bestuur te organiseren. De wetenschap functioneerde in de eeuwen daarvoor als coöperatie: samenwerkende wetenschappers die collectief beleid maken. Dat is voorbij, maar niet voorgoed als we de strijd niet opgeven. Daartoe moeten we wel met het poldersyndroom en al haar excessen afrekenen. Geertje snapt dat. De raad is nog steeds vergeefs, maar onafgebroken bezig de kwestie onder het tapijt te vegen. In een verslag van de raad werd niet over het onderwerp gerept ook al besteedde we er ruim vergadertijd aan. Het zou leuk zijn als niet alleen studenten, maar ook het personeel zich afzet tegen de Nederlandse bestuurscultuur. In dat opzicht zijn de inzichten van UU-docent Pieter Huistra (geschiedenis) verfrissend.

Iedere strijd van enige betekenis begint bij iemand die zegt: tot hier en niet verder

Het is al met al hoog tijd dat we het poldermodel en de propagandistische onderwijzing daarover tot het verleden verbannen. Zij begint een ongemakkelijk anachronisme te vormen die vooruitgang in de weg staat. We zijn vergeten wat het activisme heeft opgeleverd. Zoveel moois. Waaronder de medezeggenschap zelf; verdiept u eens in 1969. Collegae klinken als ‘aanschuivers die zijn vergeten dat zij nooit aan tafel zou hebben gezeten zonder het lef van activisten’ (Sitsaling).

Door het poldersyndroom is de enige levensvatbare route voor een harde, activistische, collectivistische of kritische opstelling uiteindelijk dissidentie. Dat is heus niet altijd zo erg. Nelson Mandela: ‘A winner is a dreamer who never gives up’ en ‘I never lose, I win or I learn’. Iedere strijd van enige betekenis begint bij iemand die opstaat en zegt: tot hier en niet verder.

Facebook Twitter Whatsapp Mail