foto: 123rf, shutterstock, DUB

Een korter studiejaar: aan de UU krijg je het moeilijk voor elkaar

Body: 

Meer rust voor studenten én docenten. Het voorstel van jonge Nederlandse wetenschappers om het academisch jaar te verkorten klinkt logisch. Maar aan de UU lopen discussies over een ander jaarrooster voortdurend spaak. Het blijkt al lastig om de mogelijkheden van het huidige rooster te benutten.

Read in English

Nederlandse docenten besteden gemiddeld twee maanden per jaar meer aan onderwijs dan hun collega’s in het buitenland, zo staat in het rapport van De Jonge Akademie dat eerder deze maand verscheen.

Daar moet verandering in komen, is de conclusie, want: onderzoek en andere kerntaken komen in het gedrang door het vele doceren en toetsen. Studenten en docenten ervaren bovendien een zeer hoge werkdruk in het academisch jaar dat tussen september en juli nauwelijks rustmomenten kent.

Een gevoel van jachtigheid
De oproep van De Jonge Akademie om minder onderwijs- en toetsweken in te roosteren en ‘onderwijsvrije’ weken streng te bewaken, komt zeker niet uit de lucht vallen. Ook aan de Universiteit Utrecht spreken docenten al veel langer die wens uit.

Het Utrechtse systeem van vier keer tien weken ervaren veel studenten en docenten als zeer intensief. Dat geldt in sterke mate voor docenten die werkzaam zijn bij studentrijke faculteiten en/of een grote onderwijsaanstelling hebben. Vaak wordt daarbij ook gewezen naar andere Nederlandse universiteiten waar docenten minder weken onderwijs geven en minder in de knoei komen met hun toetsing en het nakijkwerk.

Veel UU-docenten zouden daarom graag een ander indeling van het onderwijsjaar zien. Tijdens de zogeheten werkdruklunches die het UU-bestuur in 2018 organiseerde, kwam die vraag om een aanpassing van de academische kalender opnieuw op tafel. Docenten hopen “een gevoel van jachtigheid” dat gepaard gaat met het huidige blokkensysteem weg te nemen, zo is in een rapportage te lezen.

Tot nu toe stuitten voorstellen tot aanpassingen echter steevast op onoverkomelijke bezwaren en op verschillen tussen faculteiten. Alleen binnen de grenzen van het huidige blokkensysteem blijken veranderingen mogelijk.

Zelfde studiestof in minder studietijd
Naar aanleiding van de werkdruklunches kreeg in 2018 een werkgroep onder leiding van Peter Schrijver, destijds vicedecaan van de faculteit Geesteswetenschappen, de opdracht om te onderzoeken of het mogelijk was om in Utrecht een semestersysteem in te voeren.

Tijdens de werkdruklunches hadden veel deelnemers een voorkeur uitgesproken voor zo’n systeem met een blok onderwijs tot de kerst en een blok van februari tot en met mei. De werkgroep ging daarover in gesprek met de vicedecanen van de zeven UU-faculteiten.

Lastig daarbij was dat zo’n semestersysteem – dat bijvoorbeeld het Utrechtse University College gebruikt - bij de herziening van het Utrechtse bacheleronderwijs in 2011 ook al eens uitgebreid tegen het licht was gehouden. Behalve de uitbreiding van de onderzoekstijd voor docenten was het vereenvoudigen van internationale uitwisseling van studenten destijds een grote wens. Het Utrechtse blokkensysteem waarbij blok 2 half voor en half na de jaarwisseling is geroosterd, is niet ideaal voor studenten die een half jaar in Utrecht willen studeren.

De invoering van semesters werd destijds in 2011 al snel verworpen omdat gevreesd werd dat studenten tegen problemen zouden oplopen als ze dezelfde studiestof in minder tijd zouden moeten leren. De studeerbaarheid en onderwijskwaliteit zouden mogelijk in gevaar komen in zo’n intensiever systeem. Bijkomend probleem was dat de UU-gebouwen te vaak leeg zouden komen te staan.

Niet de handen op elkaar
In het plan dat tien jaar geleden werd afgewezen, ging het om semesters van vijftien weken. De optie die de werkgroep van Schrijver in 2018 onderzocht, mikte op semesters van 16 tot 20 weken. Ondanks die uitbreiding van het aantal onderwijsweken gingen de handen opnieuw niet op elkaar. Alleen docenten bij Geesteswetenschappen waren een warm voorstander.

Binnen andere faculteiten leefde de discussie in het geheel niet, bleek al snel. Bèta- en geo-onderzoekers zouden in veel gevallen meer werkdruk vanuit het onderzoek dan uit het onderwijs ervaren. Het ombouwen van opleidingen naar een semestersysteem zou bovendien juist veel extra werk met zich meenemen, zo was de angst.

Daarnaast meenden faculteiten als Sociale Wetenschappen en Rebo dat de relatief lage uitval en hoge studierendementen in Utrecht te danken zijn aan het blokkensysteem waarbij studenten zich korte tijd concentreren op een beperkt aantal vakken, meestal twee. In een semestersysteem volgen studenten meer vakken naast elkaar.

Alle onderwijsweken
Een ander idee dat in dezelfde bijeenkomsten met de vicedecanen werd besproken, was om onderwijs en toetsing in vier keer negen weken plaats te laten vinden, in plaats van vier keer tien weken. Daardoor zouden er slechts 36 onderwijsweken zijn en niet 40, en zouden de maanden januari en juni als ‘onderwijsluwe’ weken kunnen worden aangemerkt.

Deze aanpassing werd drie jaar geleden in een opiniebijdrage aan DUB ook bepleit door kunsthistorica Annemieke Hoogenboom, destijds raadslid van de faculteit Geesteswetenschappen en nu lid van de Universiteitsraad.

Ook dit bleek geen haalbare kaart. De invoering van kortere blokken stuitte op een veto bij faculteiten waar docenten en opleidingen zeggen alle onderwijsweken hard nodig te hebben voor hun contactonderwijs en practica. Dit gold vooral voor Geneeskunde en Diergeneeskunde.

Uniform systeem
Je zou je kunnen afvragen waarom de faculteit Geesteswetenschappen niet in haar eentje het semestersysteem invoert. Of waarom de universiteit niet een systeem van vier keer negen weken ontwerpt zonder Geneeskunde en Diergeneeskunde. De Jonge Akademie stelt in haar rapport ook voor om de onderwijskalender flexibeler in te richten en elk vakgebied te laten bepalen hoeveel onderwijsweken nodig zijn.

Maar dat wordt in Utrecht een moeilijke opgave. De UU geeft studenten graag de mogelijkheid om ook aan andere faculteiten onderwijs te volgen en wil bovendien discipline-overstijgende opleidingen aanbieden. Daarvoor moeten in ieder geval het begin- en eindmoment van een onderwijsperioden hetzelfde zijn, is steevast het uitgangspunt.

Creatieve oplossingen
Toen bleek dat radicale aanpassingen van het UU-jaarrooster niet haalbaar waren, ging de werkgroep onder leiding van Peter Schrijver op zoek naar mogelijkheden om binnen het huidige systeem van vier blokken de werkdruk te verlagen. Uitgangspunt daarbij was dat bij de invoering van dat systeem nooit verplicht was gesteld om elk van de tien weken met onderwijs en toetsing gevuld moest worden. In juni 2019 werden twee discussiebijeenkomsten met studenten en docenten georganiseerd over het thema.

Die sessies leidden uiteindelijk tot twee uitkomsten waarmee de vicedecanen in februari 2020 akkoord gingen. In de eerste plaats spraken de vicedecanen af dat alle faculteiten hun onderwijsperioden zouden verkorten tot maximaal negen weken, zodat er in ieder geval een week nakijktijd is.

Geesteswetenschappen en meer recent Sociale Wetenschappen hadden al eerder besloten minder onderwijsweken in te roosteren. Voor docenten van die faculteiten veranderde deze uitspraak feitelijk niets, maar de werkgroep hoopte dat het stellen van een nieuwe norm de discussie over de onderwijsdruk bij andere faculteiten zou aanwakkeren. Ook daar zijn immers studentrijke opleidingen en door onderwijs overbelaste docenten. In de discussiebijeenkomsten hadden studenten bovendien aangegeven geen problemen te hebben met een zwaardere belasting als daar ook meer vrije weken tegenover staan.

De bedoeling was dat docenten al in het jaar 2020-2021 hun cursussen zouden kunnen aanpassen. Wel kwam er toch weer een uitzondering: blok 4, waarin veel feestdagen vallen waardoor er te weinig tijd zou zijn om alle collegestof te behandelen, viel buiten de afspraak. De vicedecanen namen zich voor om na twee jaar te evalueren in hoeverre er zaken veranderd waren.

Zelfs bij Geesteswetenschappen
In de tweede plaats besloten de faculteiten te onderzoeken of docenten door het opknippen van blok 2 een langere onderwijsvrije kerstperiode konden krijgen. Opmerkelijk en wellicht veelzeggend is dat een eerste aanzet hiertoe juist bij de faculteit Geesteswetenschappen tot grote discussies leidde.

Het faculteitsbestuur zag mogelijkheden om een ‘winterintermezzo’ te creëren door het kerstreces met twee of vier weken te verlengen. Uiteindelijk werd begin vorig jaar na luid protest van docenten besloten om de verlenging tot slechts één week te beperken.

“Enerzijds is het goed te constateren hoeveel belang docenten hechten aan de kwaliteit en intensiteit van het onderwijs, maar anderzijds valt het te betreuren dat we zelf kennelijk onvoldoende in staat zijn om de onmiskenbare en door velen gevoelde hoge werkdruk te verlichten”, verzuchtte het faculteitsbestuur in een nota aan de faculteitsraad.

Lange weg
Deze korte geschiedenis laat zien hoe moeilijk het kennelijk is om binnen de Utrechtse universiteit tot een lagere onderwijslast voor docenten te komen. Er zijn grote verschillen tussen faculteiten en soms blijken docenten hun eigen grootste vijand. Daarbij maakt de wens om alle UU-studenten een jaarrooster te bieden dat bij alle faculteiten hetzelfde is, de discussie niet eenvoudiger.

Opvallend is dat de werkgroep kort voor het losbarsten van de coronacrisis in rapportages wees op de belofte die online onderwijs bood voor verlaging van de werkdruk. De vraag is of docenten dat zo ook hebben ervaren of misschien in de toekomst nog zo gaan ervaren. En of dat de beleving van een wel erg lang of vol academisch jaar gaat veranderen.

Universiteitsraadslid Annemieke Hoogenboom is in ieder geval blij met het langere kerstreces bij Geesteswetenschappen. Tegelijkertijd concludeert ze dat er nog “een lange weg is te gaan”. De uiteenlopende reacties op haar DUB-opinie gaven eerder ook al aan hoe verschillend er binnen de universiteit wordt gedacht over een kortere onderwijskalender.

Hoogenboom ziet in het rapport van de Jonge Akademie aanleiding om het onderwerp dit jaar opnieuw aan de orde te gaan stellen binnen de U-raad. “Ik vind persoonlijk dat het college van bestuur niet langer van faculteiten kan vragen om dit probleem lekker onder elkaar uit te vechten, want dat is al te vaak niet gelukt.”

Het aantal onderwijs- en toetsweken moet omlaag, de onderwijsvrije periodes moeten streng bewaakt worden en de onderwijskalender flexibeler ingericht. Dat vindt De Jonge Akademie. De reacties op het plan zijn zeker niet eensluidend:

Het ComeniusNetwerk van docenten die zich toeleggen op de vernieuwing van het hoger onderwijs, is nog niet overtuigd van de plannen. Inderdaad, er moet wat aan de werkdruk in het hoger onderwijs gebeuren, vinden ze daar, maar het zomaar inkorten van het academisch jaar is te risicovol.

Het is volgens co-voorzitter Marion Tillema wel mogelijk om dezelfde – of liever nog, betere – onderwijskwaliteit in minder tijd te leveren. Maar daar is volgens haar eerst een grondige herziening van het onderwijssysteem voor nodig. “Het huidige systeem staat al onder druk, dus we vinden onderwijstijd schrappen nu een te groot risico voor de kwaliteit van het onderwijs”, zegt Tillema.

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) zet vergelijkbare vraagtekens bij de plannen. “Het is mooi als het de werkdruk verlaagt, maar het is riskant als je hetzelfde wilt doen in minder tijd”, zegt voorzitter Ama Boahene. Het helpt misschien wel om minder te toetsen en daardoor tijd te besparen. “Maar het vraagt wel een grondige herziening van de opleidingen.”

En het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) benadrukt dat zulke plannen niet uit financiële overwegingen gemaakt moeten worden. “Maar we kunnen het er wel over hebben”, aldus voorzitter Lisanne de Roos.

De Vereniging van Nederlandse Universiteiten is positiever. Voorzitter Pieter Duisenberg wil het voorstel “serieus bespreken” met De Jonge Academie. Ook de Vereniging Hogescholen ziet dat er een hoge werkdruk is bij docenten en onderzoekers en wil het voorstel “met belangstelling” bekijken.

Het meeste enthousiasme komt van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Die is “geheel voor” en noemt het “een geweldig middel om de werkdruk te verlagen”. Er kan volgens de bond best meer gebruik gemaakt worden van digitaal en zelfstandig onderwijs.

Een korter studiejaar kan wat betreft de AOb ook in het hbo helpen tegen de hoge werkdruk, al geldt daar minder dat onderwijstijd direct ten koste gaat van onderzoek. De bond hoopt dat er een vervolgonderzoek komt.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail