Minder nieuwe studenten voor Scheikunde en Farmacie

Body: 

Het aantal eerstejaars aan de Universiteit Utrecht groeit ook dit jaar weer. Twee opleidingen in de bèta-hoek schieten echter opvallend in de min. Het is soms gissen naar de oorzaken, maar met de sluiting van Organon heeft het met zekerheid niets te maken. 

Het aantal eerstejaars aan de Universiteit Utrecht groeit ook dit jaar weer. Twee opleidingen in de bèta-hoek schieten echter opvallend in de min. Het is soms gissen naar de oorzaken, maar met de sluiting van Organon heeft het met zekerheid niets te maken. 

Informatica met de opleiding game-technologie en Economie zijn de Utrechtse succesverhalen dit jaar. Bij Farmacateutische Wetenschappen en Scheikunde zijn minder opgetogen geluiden te horen. “We halveren bijna. Ik ben blij als we de vijftig halen”, verzucht onderwijsmanager van Scheikunde Egbert Mulder. Zijn opleiding die in eerdere jaren tussen de 75 en 90 studenten trok, blijkt plots weinig geliefd.

Als Scheikunde nu overal in Nederland was gedaald, had de oorzaak voor de hand liggen. De potentiële instroom is immers met een derde teruggebracht door de beslissing Wiskunde B niet meer verplicht op te nemen in het middelbareschoolprofiel Natuur en Gezondheid. Voor de opleiding Scheikunde is Wiskunde B verplicht.

De zuster-opleidingen in het land laten echter nauwelijks krimp zien. De landelijke daling van het aantal studenten komt vrijwel geheel voor rekening van Utrecht.

Mulder moet daarom op zoek naar andere verklaringen. De concurrent zou zomaar in eigen huis kunnen zitten. Biologie en Biomedische Wetenschappen doen het in Utrecht goed. “Misschien moeten we beter laten zien dat wij ook prachtig life science-onderwijs hebben. De biochemie komt op de middelbare school alleen bij de biologielessen aan bod. Dat je voor de moleculaire aspecten bij Scheikunde moet zijn, wordt daar onvoldoende duidelijk. We hebben al een project waarbij we een groep scheikundedocenten regelmatig naar de universiteit halen om kennis uit te wisselen, dat zouden we ook met biologiedocenten kunnen doen.”

Of is er een meer triviale reden? De voorlichting is sinds dit jaar niet meer in handen van het departement Scheikunde maar in die van de facultaire voorlichters. “Daar zijn we niet gelukkig mee. Bij de voorlichtingsdagen blijven zij bijvoorbeeld op de achtergrond. De uitvoering wordt grotendeels overgelaten aan student-assistenten. Er ontbreekt dus iemand met voor de opleiding specifieke expertise.”

Mulder probeert nog een positieve kant te ontwaren. “De studenten die wel komen, hebben bewust gekozen voor wiskunde B op de middelbare school. Misschien betaalt die voorselectie zich uit in ons eerste jaar.”

Bij Farmacie is de oorzaak van de daling van het aantal studenten duidelijker aanwijsbaar. In de media is veel aandacht geweest door de verslechterde financiële positie van apothekers. Van de overheid mogen apothekers geen bonussen van medicijnfabrikanten aannemen, van de zorgverzekeraars moeten ze goedkope medicamenten voorschrijven. 

Voorlopig krijgt Farmacie niet eens zijn numerus fixus vol. Die was voor dit jaar juist opgehoogd van 225 naar 250 vanwege de start van de nieuwe bachelorvariant College of Farmaceutical Sciences waarbinnen meer gemotiveerde studenten een stevigere wetenschappelijke basis krijgen. In totaal zijn er nu 183 aanmeldingen waarvan 12 voor het college.

De Utrechtse farmaceuten hopen nog op wat spijtoptanten die zich bij de enige andere Farmacie-opleiding in Groningen hebben aangemeld. Daar geldt geen numerus fixus. En misschien komen er nog meer studenten op het laatste moment aanwaaien. “Maar dit is gewoon lager dan het moet zijn en een trendbreuk met voorgaande jaren”, erkent departementsvoorzitter De Boer.

Toch kijkt De Boer met vertrouwen naar de toekomst. “Er is veel aandacht voor de inkomsten van apothekers. Vanuit ons departement dringen wij erop aan dat apothekers net als artsen en tandartsen een zorgfinanciering krijgen. De kans is groot dat dat ook gaat gebeuren. Zo’n maatregel zou ook passen bij de trend waarin het apothekersvak inhoudelijk verandert en veel interessanter wordt. De apotheker krijgt steeds meer de status van ‘mede-behandelaar’.”

Maar is het toeval dat twee bèta-opleidingen op het snijvlak van de gezondheidszorg en chemie in de problemen zijn, nu de Nederlandse farmaceutische industrie harde klappen krijgt? Volgens De Boer en Mulder kan de Organon- link niet gelegd worden.

“De industrie is niet het meest voor de hand liggende werkveld voor afgestudeerde farmaciestudenten”, weet De Boer. “De meesten willen apotheker worden of in ieder geval binnen de gezondheidszorg blijven.” Mulder stelt dat het nieuws domweg te laat kwam om van invloed te zijn. “Uit gesprekken met de nieuwe studenten weten we dat de meeste studenten al in januari besloten om Scheikunde te gaan studeren.”

Overigens zijn Farmacie en Scheikunde niet de enige Utrechtse opleidingen die krimp laten zien. Zo laat bij Sociale Wetenschappen de opleiding Onderwijskunde een zorgwekkende daling zien.  Mogelijk gaan slechts dertien bachelorstudenten aan deze opleiding beginnen.

XB

Facebook Twitter Whatsapp Mail