Kennis is van iedereen

We laten ons nog veel te veel leiden door uitgevers die nog leven in de tijd van de boekdrukkunst. Volgens Harold van Rijen moet je in het digitale tijdperk zorgen voor gratis toegankelijk onderwijsmateriaal.

Een paar maanden geleden had ik een interview met een bureau dat in opdracht van Stichting Pro een onderzoek uitvoerde over de nieuwe mogelijkheden rond verspreiding van (wetenschappelijke) literatuur in het hoger onderwijs. Deze stichting beschermt het copyright van uitgevers en int eventuele royalties. De universiteiten hebben een readerregeling getroffen en betalen jaarlijks een bedrag voor herdistributie van korte gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken. Dat lijkt me heel redelijk als in readers inderdaad delen uit boeken worden gekopieerd die niet door studenten worden gekocht. Maar waar ligt de grens?

Als ik een college geef voor 360 studenten die allemaal het aanbevolen boek hebben gekocht, mag ik dan de plaatjes die de uitgever mij gratis heeft doen toekomen gebruiken voor mijn colleges? Waarschijnlijk wel. Mag ik mijn dia’s dan als pdf-handouts verspreid via BlackBoard aan dezelfde studenten? Waarschijnlijk niet. Mag ik het hoorcollege opnemen en uitzenden als weblecture voor dezelfde studenten? Waarschijnlijk ook niet. Strikt genomen is dit namelijk redistributie van materiaal, maar je zou het ook kunnen aanmerken als onderdeel van het primaire onderwijsproces.

Ook de onderzoekers doen mee aan dit spel. Je mooie wetenschappelijke studie waar soms tienduizenden of misschien wel honderdduizenden euro’s in zijn gestoken kan alleen tegen betaling (page charges, een soort advertentietarief) worden gepubliceerd in een tijdschrift, waarbij je via een copyright transfer agreement ook meteen de uitgever eigenaar maakt van jouw materiaal. Wil je hierna je eigen figuur hergebruiken in een review, moet je de uitgever vragen om toestemming.

Deze vorm van informatieverspreiding stamt nog uit de tijd van de boekdrukkunst, waarna het boek dé dominante verspreidingsvorm van kennis was, ook in het onderwijs. Daar waren uitgevers voor nodig die het druk- en distributieproces voor hun rekening namen. Maar de nieuwe media, zowel internet, software als hardware hebben dit model onder druk gezet. Publiceren via het internet is vrijwel kosteloos en de content is wereldwijd gratis beschikbaar en continu actualiseerbaar.

Waarom laten we ons in dit digitale tijdperk eigenlijk nog zo leiden door de uitgevers? Misschien door de monopoliepositie van wetenschappelijke tijdschriften en tekstboeken? Ik sprak onlangs een collega van een bevriende faculteit aan de UU die mij vertelde dat zij vanuit hun staf een heel boek hebben gemaakt over hun vakgebied. Zij twijfelen of ze dit via een uitgever willen uitgeven of (gratis) in eigen beheer uitbrengen. Een collega van het VUmc kwam met een vergelijkbaar idee over zijn vakgebied: het maken en gratis verspreiden van iBooks voor studenten om zo zonder tussenkomst van een uitgever kennis te delen met studenten en collega’s.

Wat zou er gebeuren als wij de kennis die op onze universiteit aanwezig is onder de docenten en onderzoekers per vakgebied digitaal zouden bundelen en dit gratis ter beschikking zouden stellen aan studenten op een digitale onderwijsportal? Daar kan waarschijnlijk ieder curriculum mee gevuld worden zonder tussenkomst van een uitgever. Waarom geen Proceedings of Utrecht University als open access journal? Misschien is het zelfs wel onze plicht om onze kennis gratis ter beschikking te stellen aan de gemeenschap in plaats van aan een uitgever. Kennis is immers van iedereen.

Advertentie