Digitalisering van het onderwijs nam door corona een vlucht. Archieffoto van het opnemen van een kennisclip door docent Maaike van der Veen, foto Ivar Pel

Corona of niet, plannen met basisbeursmiljoenen “gaan gewoon door”

Body: 

Vloeien de miljoenen euro’s van het nieuwe leenstelsel in de coronacrisis vooral naar het online onderwijs? Dat beweert minister Van Engelshoven, maar de universiteiten en hogescholen ontkennen het.

Read in English

Het afschaffen van de basisbeurs in 2015 heeft studeren duizenden euro’s duurder gemaakt, maar met dat geld zouden universiteiten en hogescholen hun onderwijs gaan verbeteren. Daarvoor maakten ze ‘kwaliteitsafspraken’ die door de medezeggenschapsraden moesten worden goedgekeurd.

Aan de Universiteit Utrecht ging de Universiteitsraad in maart 2019 akkoord met de plannen. Al eerder, in december 2018, was in Utrecht afgesproken aan welke vier thema's de basisbeursmiljoenen uitgegeven zouden gaan worden: de toegankelijk van de universiteit vergroten om gelijke kansen te creëren, kleinschalig en intensief onderwijs, de professionalisering van docenten en meer en betere begeleiding van studenten. Het geld dat de UU krijgt, loopt jaarlijks op. Van circa 300 euro per student per jaar in 2019 tot 900 euro i 2024.

Maar toen kwam de coronacrisis, die het hele onderwijs overhoop gooide. Bijna alles moest opeens online. Wat komt er dan van die kwaliteitsplannen terecht? Zijn die inmiddels achterhaald?

Verbeteren
“Uit gesprekken met de hogescholen en universiteiten blijkt dat het geld voor de kwaliteitsafspraken is ingezet voor de omschakeling naar online onderwijs”, schrijft demissionair minister Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer: “Die omschakeling was versneld nodig door de coronapandemie”.

En ze vindt het prima. “Binnen de huidige goedgekeurde plannen is er ruimte om te schuiven met het beschikbare budget, om de kwaliteit van online onderwijs te verbeteren”, voegt ze eraan toe.

Maar de universiteiten en hogescholen weten niet waar ze het vandaan haalt. “In principe worden de kwaliteitsplannen gewoon gevolgd”, zegt voorzitter Pieter Duisenberg van universiteitenvereniging VSNU. “Door de coronacrisis maken we wel veel kosten, natuurlijk. Maar dat geld komt niet uit de kwaliteitsafspraken.”

Volgens hem kunnen de meeste kwaliteitsplannen ook gewoon doorgang vinden. Meer docenten, betere begeleiding, kleinschaliger onderwijs… “Daar is in een pandemie ook behoefte aan. Maar er is wel iets aan de hand met de bekostiging van het universitaire onderwijs. We komen 1,1 miljard euro te kort en de bekostiging per student wordt steeds minder. Het geld van het leenstelsel heeft die daling alleen maar een beetje vertraagd.”

Ook in het hbo gaan de plannen niet overboord. “Uiteraard niet”, zegt voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen. “Die plannen zijn met grote zorgvuldigheid in samenspraak met de medezeggenschap samengesteld en de investeringen worden gedaan in verschillende thema’s.”

Uitgaven aan digitalisering zaten bij veel onderwijsinstellingen al in de plannen. Versnelde investeringen in ict kunnen dus gewoon in de kwaliteitsafspraken passen, meent hij. “De kwaliteitsafspraken zijn meerjarige plannen, en er is ruimte om, in samenspraak met de medezeggenschap, te schuiven met budgetten.”

Snel besluit
En kan de medezeggenschap inderdaad goed meepraten over dergelijke aanpassingen? Ja, zeggen ze zowel in het hbo als in het wo. “In het begin van de coronacrisis was dat anders”, zegt Karl van der Linde van de stichting Hbo Medezeggenschap, die de inspraak van hbo-studenten ondersteunt. “Toen moest het bestuur soms snel een besluit nemen en werd er niet altijd goed overlegd.”

Maar de plannen worden wel degelijk aangepast, meent hij. “Veel goede plannen verdwijnen in de prullenbak, is ons vermoeden, want de coronacrisis kost veel geld. Een aantoonbare verbetering van het onderwijs zal er nu gewoon niet komen. De hogescholen moeten al hun best doen om de lessen door te laten gaan.”

Het geld van de basisbeurs was nooit bedoeld om dit soort klappen op te vangen, zegt hij. “De volgende minister van Onderwijs zal daar iets mee moeten.”

De Utrechtse kwaliteitsplannen
Bij de universiteiten lijkt soms zelfs het omgekeerde het geval en mag er vooral géén geld van de kwaliteitsafspraken naar de ict. Zo’n verhaal hoorde Stijn van Uffelen van het Landelijk Overleg Fracties (LOF) vorige week. “Een student van een faculteitsraad had voorgesteld om een deel van het geld voor de kwaliteitsafspraken aan ict uit te geven, maar dat zou volgens de regels niet mogen. Dat plan is toen niet doorgegaan.”

Een landelijk beeld wil hij niet schetsen, maar in een LOF-webinar met medezeggenschappers van vijf universiteiten herkende niemand het beeld dat er meer geld van de kwaliteitsafspraken naar ict was gegaan.

Op de medezeggenschapssite van de Universiteit Utrecht is vandaag de voortgangsrapportage Kwaliteitsgelden verschenen (pdf bereikbaar met Solis-ID). Hierin verantwoorden de verschillende faculteiten en university colleges van de UU de uitgaven die zij hebben gedaan van de basisbeursmiljoenen. De conclusie luidt dat de faculteiten grotendeels op koers liggen met de uitvoering van de plannen waaraan de faculteitsraden hun zegen hebben gegeven. Sommige plannen zijn vertraagd door de coronamaatregelen zoals op het gebied van veldwerk. Het geld dat door de pandemie in 2020 niet kon worden besteed, worden toegevoegd aan het budget voor 2021.

Wel is duidelijk dat hier en daar geld uit de basisbeurspot is ingezet om de omschakeling naar online onderwijs te maken. Vaak betrof het een versnelling van plannen die er al lagen voor het digitaliseren van het onderwijs. Faculteiten hebben verder geïnvesteerd in het aannemen van extra docenten of docenten meer uren gegeven waardoor onder meer studentgroepen kleiner konden worden. Ook de begeleiding van studenten is geïntensiveerd door het inzetten van docent-assistenten en het tutoraat te versterken. Ook is er ingezet op de professionalisering van docenten door hen bijvoorbeeld een cursus Engels aan te bieden.

Ministeriële bronnen
De vraag is dus waar het ministerie van OCW haar idee vandaan haalt? Uit ‘gesprekken’ met universiteiten en hogescholen dus. Maar in een toelichting houdt de woordvoerder van het ministerie een slag om de arm: de uitgaven aan online onderwijs worden pas echt duidelijk in de jaarverslagen van 2020 en 2021.

En dan doen ze volgens de woordvoerder niets verkeerd. “De plannen worden hiermee niet overboord gegooid.” Instellingen hebben de ruimte om bepaalde uitgaven naar voren te schuiven, “passend bij de aangepaste behoeften van het onderwijs tijdens de coronacrisis”. Alle verschuivingen dienen overigens goed te worden afgestemd met de medezeggenschap en de raad van toezicht, onderstreept hij.

De coronacrisis is voor niemand leuk, maar het ministerie ziet wel één voordeel: er wordt nu veel kennis en ervaring opgedaan met digitaal onderwijs. Dat kan “ook na corona een rol spelen in de verbetering van de onderwijskwaliteit”.

Facebook Twitter Whatsapp Mail