Van links naar rechts: Gert Folkerts (Lijst Vlam), Sven Rouschop (Lijst Vuur), Nico Naus (UPP), Job Veldhuis (De Vrije Student) en Nicky Cornelissen (PvdUS)

Nieuwe partijen medezeggenschap brengen discussie op gang

Body: 

Kleine werkgroepen, meer rechten voor de U-raad, steun voor promovendi en Engels als voertaal. Hierover discussieerden de vijf partijen die een gooi doen naar een zetel in de U-raad. Het debat werd op 3 mei georganiseerd door Vidius en DUB, naar aanleiding van de U-raadsverkiezingen die vandaag van start zijn gegaan.  

Dit jaar valt er meer te kiezen nu twee nieuwe partijen voor de eerste keer deelnemen aan de strijd: de Utrechtse Promovendi Partij (UPP) en De Vrije Student. “Een verrijking van het academisch debat”, vindt Nicky Cornelissen, lijsttrekker van de Partij voor de Utrechtse Student (PvdUS). De nieuwe partijen wisten in ieder geval genoeg discussie uit te lokken.

Het debat, dat plaatsvond in cultuurcentrum Parnassos, trok veel bekijks. Al snel bleek onder de toeschouwers een groot ons-kent-ons-gehalte te bestaan, want vrijwel iedereen was op enige wijze betrokken bij één van de vijf partijen.

"Medezeggenschap zuigt? Dat is slechts sterke taal op een poster"
Het debat werd opgebouwd aan de hand van vier stellingen. Twee hiervan waren in het Engels geformuleerd op voorspraak van de UPP. De eerste stelling betrof de invloed van de U-raad. Want kan de raad eigenlijk wel een rol van betekenis spelen? Of moet zij hiervoor meer instemmingsrecht krijgen?

Nee, vindt Job Veldhuis van De Vrije Student, de landelijke partij die dit jaar voor het eerst meedoet. “De U-raad heeft voldoende macht. Het gaat er om hoe je die macht gebruikt.” Ook Cornelissen is het niet met de stelling eens. “De PvdUS heeft een goede vertrouwensrelatie met het College van Bestuur. Meer macht betekent niet meer betekenis. Je hebt meer aan een goed gesprek met elkaar.”

Sven Rouschop van Lijst Vuur lijkt zich het meest te kunnen vinden in de stelling. “Ik vind de stelling impliceren dat de U-raad nu niks kan, en dat is onwaar. Maar ik zou wel graag meer rechten willen. Ik denk dat dat helpt om de binding van studenten met de medezeggenschapsorganen te vergroten. Meer rechten geeft een duidelijker beeld van wat we doen. Ik zie dat als een manier om het stempercentage te verhogen.”

Als De Vrije Student haar plannen uit de doeken doet om het stempercentage te verhogen, krijgt Veldhuis het zwaar te verduren. “Met effectief Facebookgebruik en een directe benadering kun je meer studenten bereiken”, stelt hij. Waarop een zelfbenoemd factchecker uit het publiek aangeeft dat de FB-pagina van De Vrije Student nog geen honderd likes heeft. Een huidig lid van de U-raad vraagt zich af waarom de partij de raad in wil, als ze posters verspreid waarop ‘medezeggenschap zuigt’ staat. Veldhuis: “Dat is slechts sterke taal voor op een poster.” Hij krijgt bijval van een ander lid van zijn partij. “Die posters hangen niet in Utrecht maar in Amsterdam en Nijmegen. Daar is de medezeggenschap van een lager niveau.”

Waarom moet de universiteit investeren in mensen die niet doorgaan in de wetenschap?
De tweede stelling van de avond betreft de weinige ontwikkelingsmogelijkheden voor promovendi. Kan dat beter? En als dat gebeurt, moet het geld daarvoor uit het onderwijsbudget komen? Nee, vindt Gert Folkerts van medewerkerspartij Lijst Vlam. “Promovendi zijn medewerkers van de universiteit, en het onderwijsbudget is om studenten op te leiden.” Volgens de UPP is het echter niet nodig om geld uit het onderwijsbudget hieraan te besteden. “Er is budget gereserveerd voor de ontwikkeling van promovendi”, stelt lijsttrekker Nico Naus. “Het geld is er, er zijn alleen geen cursussen of trainingen.”

Een organisatorisch probleem dus, concludeert Folkerts. Hoewel hij denkt dat dit probleem de komende twee jaar op te lossen is, vindt hij het niet per se een onderwerp voor de U-raad. “Als het geld er is, kunnen promovendi dit toch ook zelf regelen?”

De cursussen voor promovendi zijn hard nodig, vindt Naus. Volgens hem gaan er steeds minder PhD’s na hun promotietraject door in de wetenschap, en maken velen de overstap naar het bedrijfsleven. “Er zijn cursussen nodig om hen hierop voor te bereiden.” Folkerts is het niet met hem eens. “Waarom moeten we investeren in mensen die niet doorgaan in de wetenschap? We zijn een universiteit!” Volgens Naus komt dat vooral omdat er lang niet voor iedere promovendus een postdoc-plek is weggelegd. Folkerts: “Misschien moeten we dan selectiever worden in het aanbieden van promotietrajecten.”

Meer hoorcolleges dan werkgroepen niet bevorderlijk voor onderwijskwaliteit
Het derde onderwerp van de avond behelst de grootte van werkgroepen. Die moeten zo klein mogelijk zijn, bij voorkeur maximaal 25 studenten. De consensus onder de studentenpartijen is groot. Rouschop van Lijst Vuur denkt dat je met een te grote werkgroep inlevert op interactie met de docent. De Vrije Student en PvdUS zijn het daarmee eens. “Individuele aandacht is heel belangrijk.” Een kleine steekproef onder het publiek leert dat een redelijk aantal ervaring heeft met te grote werkgroepen. “Dat gebeurt als er maar één docent is voor een bepaald vak”, klinkt het.

Als werkgroepen verplicht klein moeten blijven, zijn meer hoorcolleges dan een alternatief? Rouschop en Veldhuis vinden dat geen ideale oplossing. “Van hoorcolleges steek je minder op, dus dat is niet bevorderlijk voor de onderwijskwaliteit." Lijst Vlam ziet overigens niks in een vast aantal studenten voor een werkgroep. “Dit moet je niet voor de hele universiteit gelijktrekken. Maak de werkgroepen zo groot als redelijkerwijs mogelijk is. Soms zijn dat tien studenten, en soms vijftig. Ik zie meer in de kansen die digitalisering biedt.”

Nuances verdwijnen bij discussies in het Engels
Als laatste onderwerp staat de talenkwestie op het programma. Want moet de voertaal binnen de medezeggenschapsraden Engels worden, zoals de UPP hoog op haar verkiezingsprogramma heeft staan? “45 procent van de promovendi is internationaal. Zij worden te vaak buitengesloten omdat informatie enkel beschikbaar is in het Nederlands. Denk aan Intranet en andere communicatie-uitingen, maar ook aan besluitvorming. Belangrijke stukken moeten in het Engels verkrijgbaar zijn”, stelt Naus.

Vlam is het niet helemaal met de UPP eens. “Wij zijn een grotendeels Nederlandstalige universiteit, geen internationale onderwijsinstelling. Misschien worden we dat in de toekomst, maar nu nog niet. We leiden bachelorstudenten niet op voor een internationale carrière. Studenten die wel een Engelstalige opleiding willen, kunnen naar University College." Folkerts vermoedt ook dat het niveau van de discussies in de medezeggenschapsraden lagerr wordt als er overgestapt wordt op het Engels. “Nuances verdwijnen."

Naus benadrukt op zijn beurt dat de UPP wil dat de universiteit tweetalig wordt, in plaats van geheel Engels. Hij krijgt steun van een internationale promovendus in het publiek. “Heb je weleens op de knop ‘English’ geklikt op de UU-website? 60 tot 70 procent van de inhoud verdwijnt.” Lachend: “It’s a great experience!

Facebook Twitter Whatsapp Mail