Foto Pixabay

Universiteit ziet geen reden om samenwerking met Israëlische universiteiten te stoppen

Body: 

De Universiteit Utrecht is niet van plan hun samenwerking met Israëlische universiteiten op te schorten. Zowel het universiteitsbestuur als de faculteiten Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (Rebo) en Sociale Wetenschappen leggen de kritiek hierop naast zich neer en volgen het standpunt van universiteitenvereniging VSNU. 

Read in English

Op DUB riepen Layal Ftouni, Assistant Professor Gender Studies and Critical Theory, en Itaï van de Wal, masterstudent Legal Research de universiteit op om alle banden met universiteiten in Israël te verbreken. In hun opiniestuk schrijven ze dat het niet te verantwoorden is dat er wordt samengewerkt met instituten die de mensenrechten in Palestina schenden.

Bij de vraag van DUB om op die kritiek te reageren, verwijst het universiteitsbestuur via de woordvoerder naar het standpunt van de VSNU. In het artikel worden de faculteiten Rebo en FSW ook aangesproken. De decanen van beide faculteiten reageren per mail.

Rebo-decaan Janneke Plantenga zegt in haar mail dat “internationale samenwerking vragen op kan roepen over de aard en wenselijkheid van die samenwerking”. De faculteit houdt zich volgens haar aan de richtlijn van het ministerie van Buitenlandse Zaken: “Samenwerking is in principe met alle landen mogelijk tenzij er sprake is van nationale of internationale restricties.”

De decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen Marcel van Aken geeft aan dat de kwestie in Israël gecompliceerd is en dat daar verschillende visies op zijn. Hij zegt het standpunt van de VSNU over internationale samenwerking te volgen. Ook Plantenga schrijft dat te doen. Beide decanen verwoorden dat standpunt in hun mail als volgt: “Universiteiten zijn een vrijplaats voor debat en onderzoek, en daarom zijn wij geen voorstander van boycots."

De VSNU laat desgevraagd weten dat internationale samenwerking in de academische wereld thuishoort. “Op die manier kunnen we samen onderzoek doen, met de beste mensen werken en van elkaars kennis gebruik maken,” aldus woordvoerder Ruben Puylaert.

“Academische vrijheid is daarbij van groot belang. We hebben daarom het kader kennisveiligheid opgesteld. Met dit kader hebben wetenschappers en universiteiten handvatten om internationale samenwerkingen aan te gaan en weten ze waar ze op moeten letten. De waarborging van academische vrijheid en wetenschappelijke integriteit zijn daarbij belangrijke punten."

Het is niet de eerste keer dat er vanuit de universiteit een oproep komt om samenwerkingsverbanden met het buitenland kritisch te bekijken. Vorig jaar vond de Universiteitsraad dat het bestuur de relaties met universiteiten in China en Hongarije tegen het licht moest houden wegens de mensenrechtensituatie in beide landen.
 

Facebook Twitter Whatsapp Mail