Universiteiten moeten zich profileren als ‘de Universiteit van Nederland’

Body: 

Zouden de Nederlandse universiteiten zich in het buitenland als Universiteit van Nederland moeten presenteren? Veel aanwezigen bij een KNAW-bijeenkomst zien het wel zitten, want samen kunnen de universiteiten de beste wetenschappers naar Nederland halen.

Nederland is nog altijd geliefd onder topwetenschappers, bleek onlangs uit onderzoek in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Met andere woorden, van een braindrain is vooralsnog geen sprake: het aantal onderzoekers dat Nederland verlaat is in balans met het aantal dat hierheen komt. Maar blijft dat zo?

Wel of geen kennisvlucht
Er waren niet veel bestuurders afgekomen op de bijeenkomst die de KNAW donderdag had georganiseerd. Vooral de technische universiteiten werden gemist, want zij hadden voor vuurwerk kunnen zorgen. Tim van der Hagen, collegevoorzitter en rector van de TU Delft, is kritisch over het KNAW-rapport. In universiteitsblad Delta zei hij dat zijn universiteit de grootste moeite heeft om toptalent aan te trekken. Hij verwees naar een onderzoek van de Raad voor Natuur- en Scheikunde, waarin staat dat de kennisvlucht juist toeneemt.

Maar de Utrechtse hoogleraar Tanja van der Lippe, voorzitter van de KNAW-commissie, verwerpt zulke bezwaren. “Iedereen kent wel voorbeelden van wetenschappers die zijn vertrokken uit Nederland, maar dat geeft geen compleet beeld.” Ze was op zoek gegaan naar harde cijfers.

Dat zou bèta’s toch moeten aanspreken, maar juist bij de technische universiteiten kon ze weinig cijfers vinden. Zelfs in dat onderzoek waar Van der Hagen naar verwijst staan geen precieze cijfers, zegt Van der Lippe. Gelukkig gaat de sector de ontwikkelingen voortaan beter volgen.

Nederland heeft zwakke punten
Maar goed, resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Van der Lippe weet ook wel dat haar commissie over gemiddelden praat. Zij is er niet gerust op dat het overal goed gaat, zei ze.

Veertig topwetenschappers zijn er voor het KNAW-rapport geïnterviewd en zij vinden dat Nederland ook zwakke punten heeft: vooral de gebrekkige ruimte voor nieuwsgierigheid gedreven onderzoek wordt genoemd, maar ook de geringe vaste financiering: bijna al het onderzoeksgeld gaat nu in landelijke competitie naar de beste wetenschappers en de kans op een beurs is klein.

Voorzitter Stan Gielen van onderzoeksfinancier NWO, die onder meer de Veni-, Vidi- en Vici-beurzen verdeelt, zei dat wel te herkennen. Gielen stelde zelf eerder dat NWO te veel goede wetenschappers teleurstelt en dat de slaagkans voor aanvragen omhoog moet van zo’n dertien naar 25 procent. Hij is bang dat het nieuwsgierigheid gedreven onderzoek in de knel komt als overheid en bedrijven niet meer gaan investeren. Want daar zijn alle aanwezigen het over eens: meer geld zou helpen om goede buitenlandse wetenschappers te werven.

Presenteren als Universiteit van Nederland
In het rapport stond ook de opvallende aanbeveling dat de Nederlandse universiteiten zich in het buitenland als Universiteit van Nederland zouden moeten presenteren. Dat viel in goede aarde op deze KNAW-middag. Het mag zelfs nog verder gaan, vindt collegevoorzitter Martin Paul van de Universiteit Maastricht. Hij zei te hopen dat Nederland zich laat inspireren door de Universiteit van Californië, een Amerikaans samenwerkingsverband van tien publiek gefinancierde instellingen.

En waarom ook niet? De afstanden zijn hier kleiner dan in Amerika. De universiteiten en academische ziekenhuizen liggen vlak bij elkaar in ons kleine landje. Ze moeten volgens Paul niet concurreren, maar samenwerken en investeren in een gemeenschappelijke wetenschappelijke infrastructuur. “Nederland heeft op dit gebied veel meer mogelijkheden dan Duitsland, waar het onderwijs een zaak van de deelstaten is.” En Paul kan het weten: hij komt uit Duitsland.

Slimmer Europa
VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg was er ook en hij onderschreef het belang van goede samenwerking. We doen dat ook steeds meer, legde hij uit, en hij wees onder meer op de sectorplannen en de Nationale Wetenschapsagenda.

Het kabinet is een paar maanden oud en heeft een dichtgetimmerd regeerakkoord, met vierhonderd miljoen extra voor de wetenschap. Denkt hij dat er toch nog meer geld bij kan komen? Het voormalige VVD-Kamerlid ziet wel mogelijkheden. “Binnenkort beginnen de discussies over het afschaffen van de dividendbelasting. We willen de politiek ervan overtuigen dat investeringen in onderzoek veel meer opleveren.”

Maar de grootste kans op meer geld ligt volgens hem in Europa. “We halen daar miljoenen meer vandaan dan NWO te besteden heeft. De Europese Commissie wil het onderzoeksbudget voor de periode 2021 tot 2027 verhogen met veertig tot tachtig miljard euro. Duitsland en Frankrijk steunen dit beleid. Het Nederlandse kabinet zet in op een kleinere EU-begroting, maar we hopen dat het zijn koers wijzigt en Nederland niet isoleert. Op naar een slimmer Europa!”

Facebook Twitter Whatsapp Mail