Wat gaat verloren door het afstandsonderwijs?

Presentatie tijdens een werkgroep van Rechtsgeleerdheid in 2006, foto DUB/Maarten Hartman

De initiatieven en ideeën buitelen over elkaar heen. Soms lijkt de coronacrisis haast een blessing in disguise die voor het hoger onderwijs iets moois teweegbrengt.

Hbo-docent
“Sommige mensen zijn echt euforisch”, zegt René van Kralingen, docent aan de Hogeschool Rotterdam en tevens trainer van hbo-docenten in het hele land. “Je ziet vooral veel managers die nu hun finest hour beleven. Ze nemen filmpjes op waarin ze het hele team toespreken. Dan denk ik: benieuwd hoe lang je dit volhoudt. En wat denk je dat het effect is van filmpje 38?”

We roeien met de riemen die we hebben, zegt hij, maar de crisis heeft echt consequenties. “Als jij trainingen aan studenten geeft, met rollenspellen en al, of als je practica met studenten doet, dan kom je er niet met Microsoft Teams, Zoom en Moodle. Of denk aan duale studenten die casussen inbrengen uit de beroepspraktijk. Op een gegeven moment houdt dit echt op.”

Ook onder studenten zul je merken dat het aanvankelijke enthousiasme gaat slijten. “Sommigen hebben de discipline toch al niet, die blijven gewoon in bed liggen. Ik heb er deze week acht opgebeld van wie ik nog helemaal niets had gehoord. Er zijn inderdaad ook studenten die het nu best leuk vinden, zo’n creatieve thuistoets die de docenten even snel hebben bedacht. Maar als ze zo’n toets een paar keer hebben gedaan, is het nieuwe er wel vanaf.”

Hoogleraar
“We hebben nog geen goed zicht op hoe zwaar dit voor docenten is, maar ik merk wel veel onderlinge solidariteit”, zegt UvA-hoogleraar Rens Bod, een van de gezichten van protestbeweging WOinActie. “Let goed op jezelf, wees niet te ambitieus, zeggen ze dan. Toch is het wel zwaar. Het is niet gek dat iedereen even de schouders eronder zet, maar op lange termijn is dit niet vol te houden. Het onderzoek komt ook in het gedrang, want iedereen laat nu het onderwijs even voorgaan.”

Universitaire onderzoekers en docenten hebben volgens de overheid een ‘vitaal beroep’, maar dat heeft volgens Bod ook zijn nadelen. “Daardoor moeten we dus doorwerken, en dat valt niet voor iedereen mee. Denk aan mensen met opgroeiende kinderen thuis. We moeten oppassen dat mensen niet te veel onder druk worden gezet.”

De euforie bij bestuurders en managers herkent hij wel. “Waarschijnlijk willen ze iedereen een hart onder de riem steken. Het wordt alleen wel tijd om te bekijken hoe het in september verder moet met het onderwijs. Stel dat we dan nog niet van het virus af zijn, of dat we nog steeds allerlei voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Kunnen we dan bijvoorbeeld de ruimtes zo gebruiken dat studenten en docenten op voldoende afstand van elkaar zitten?”

Net als Van Kralingen voorziet hij verlies aan onderwijskwaliteit. “Denk aan experimentele wetenschappen zoals biologie, of praktische studierichtingen als geneeskunde of tandheelkunde. Daar is geen goed online-alternatief voor het praktische onderwijs. Of denk aan het veldwerk van sociale wetenschappen. Het kan lastig worden als dit lang duurt.”

Vakbond
Het is geen wonder dat docenten nu zo hard werken, zegt Marijtje Jongsma, bestuurder van onderwijsvakbond AOb en universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze hebben hart voor de zaak en alle schade die je kunt voorkomen, is meegenomen. Alleen is het onderwijs op afstand voor docenten veel vermoeiender dan het gewone onderwijs. Dat blijkt ook uit recent onderzoek van de AOb.

“We doen wat redelijkerwijs kan en ik zie inderdaad veel begrip en waardering bij collega’s en studenten”, zegt Jongsma. “Maar mijn inschatting is dat we nog wel een poosje in deze situatie zitten. Op een gegeven moment hebben we toch even vakantie nodig. Doe wat kan, maar accepteer ook wat niet haalbaar is.”

Ook zij ziet problemen met het afstandsonderwijs. “Onderwijs is niet alleen maar lesgeven, het is ook sociale cohesie. We moeten bedenken hoe we die beter kunnen vormgeven in deze maanden.”

Als vakbondsvrouw vreest ze bovendien voor de docenten en onderzoekers die op tijdelijke contracten werken. “Daar moeten we echt scherp op zijn. Ze moeten allerlei projecten afronden, maar ze lopen uiteraard vertraging op: worden ze daarop afgerekend? Dat mogen we niet laten gebeuren.”

Advertentie