Het wetenschappelijke is politiek

Body: 

Afgelopen week dinsdag werd in de Aula van de Universiteit Utrecht weer een klein beetje geschiedenis geschreven bij het politieke debat over de toekomst van de energievoorziening in Nederland. "Hier wacht ik nu al jaren op", verzuchtte de cameraman van het CIM na een lange en inspirerende avond.

Afgelopen week dinsdag werd in de Aula van de Universiteit Utrecht weer een klein beetje geschiedenis geschreven bij het politieke debat over de toekomst van de energievoorziening in Nederland. "Hier wacht ik nu al jaren op", verzuchtte de cameraman van het CIM na een lange en inspirerende avond.

En inderdaad, het debat onder de noemer "Nederland krijgt nieuwe energie" deed zijn naam eer aan. Dit is de rol voor de universiteit in de 21ste eeuw. Gastheer en degene die de partijen bij elkaar bracht, was hoogleraar Klaas van Egmond, Geowetenschappen en Utrechts Centrum voor Klimaat en Aarde (UCAD). Het initiatief lag bij de basis van de politieke partijen die hun verschillen opzij hadden gezet om het grotere belang van een duurzame energievoorziening desnoods wettelijk af te dwingen. Duurzaam om mens en milieu te beschermen, maar ook omdat de fossiele brandstoffen opraken. De economie zoals die nu (nog) draait is in de toekomst niet meer mogelijk.

Ik weet vanuit mijn werk acht jaar lang in Den Haag hoe het komt dat thema's binnen het hijgerige Haagse debat geen plaats krijgen; te technisch voor de kiezers, te veel belangen bij hoe het is, en in dit geval te veel gas op voorraad om het echt urgent te maken. En dan nog eens een onderwerp dat een langere adem vergt dan de vier jaar zittingstermijn van bewindslieden. Geen degelijk kamerdebat dus over de toekomst van de energievoorziening en nauwelijks goede artikelen in de kranten. Maar wel een onderwerp dat bepaalt hoe we in de toekomst in Nederland als huishoudens consumeren en produceren, hoeveel invloed we nog hebben op onze eigen samenleving en de plaats van onze economie in de wereld ten opzichte van Europa en nieuwe grootmachten. Hoe agendeer je dat dan wel? Zoals we dat bij Studium Generale proberen, door jonge wetenschappers en bekende denkers te laten reflecteren op hun rol en werk als academicus. En bruggen te slaan tussen vakgebieden en maatschappelijke en menselijke thema's. Door juist gebruik te maken van de lange adem van de wetenschap en het gebrek aan urgentie en het feit dat je mensen iets mee geeft voor hun hele leven. Maar de universiteit als geheel wil nog meer en kan nog meer bijdragen.
 
De positie die het UCAD koos om de voorbereidingen en nu het publieksdebat naar de Universiteit Utrecht te halen zijn hier een mooi voorbeeld van. Van Egmond stelde zich op als makelaar tussen de partijen. Ook prof. Herman Wijffels verbond zijn naam aan het debat en bijhorende initiatief, dat begon bij de politieke partijen, maar nu ook een burgerinitiatief geworden is. Zoals hij zelf zei, omdat hij gelooft dat wat er nu nodig is vergelijkbaar is met het opbouwen van de welvaartsstaat. Hoe die er precies uit zou zien was en is onderwerp van discussie, maar alle partijen in de Tweede Kamer en in de maatschappij hebben vanaf de jaren 60 gewerkt aan dit stelsel in het belang van alle Nederlanders. "De fiches worden nu gedeeld voor de energievoorziening van de toekomst", zei Wijffels. Als we nu niet meedoen met het ontwikkelen van duurzame energie, staan we straks buiten spel.
 
De  rol van de Universiteit Utrecht was dus om expertise bij elkaar te brengen, zowel vanuit de bèta-wetenschappen als vanuit de mens- en maatschappijwetenschappen. Want hoe organiseer je een transitie? Maar ook om publiek te betrekken en politici en belangenorganisaties buiten Den Haag een podium te bieden. De universiteit kan als instituut kennis uit verschillende domeinen koppelen, waarbij veel kennis bij instituten zit en bij bedrijven of bij het middenveld - juist als het gaat om maatschappelijke verandering. Dat is iets anders dan dat de universiteit alle onderzoek direct te gelde moet maken. Het veronderstelt juist dat er ook heel fundamentele kennis wordt ontwikkeld. Door de kennis nog veel meer te koppelen kunnen we antwoorden formuleren op maatschappelijke vragen. Of, beter gezegd maatschappelijke vragen herformuleren tot zinnige onderzoeksvragen. Zo kwamen uit het debat over duurzame energie ook weer nieuwe vragen voor de wetenschap. Maatschappelijke actoren aansporen om oplossingen te ontwikkelen, ook dat vind ik iets wat vanuit de universiteit geïniteerd moet worden. De kennisvoorsprong maakt dat wetenschappers en studenten verantwoordelijkheid moeten nemen. Op die manier bijdragen aan de politiek is een prachtige rol voor de universiteit in de 21ste eeuw!
 
Kom en discussieer verder over duurzame energie op 10 of 17 mei met o.a. Eelco Brinkman en Jan Terlouw. Kijk de opname van dinsdag 27 april terug onder "Nederland krijgt nieuwe energie" op www.sg.uu.nl.

Facebook Twitter Whatsapp Mail