Meer dan 3500 mensen demonstreerden op het Jaarbeursplein tegen racisme.Foto: DUB

‘Racisme op de universiteit is niet een systeem, het is een klimaat’

Body: 

De politiemoord op de zwarte Amerikaan George Floyd laat het onderwerp institutioneel racisme opnieuw oplaaien. Onder meer in Utrecht kwamen er meer dan 3500 mensen op de been om te demonstreren tegen racisme. DUB besprak het thema met twee studenten en twee wetenschappers.

Read in English

Michaela Onuchukwu studeert Public International Law en mensenrechten. Onuchukwu is geboren en getogen in Londen maar kwam met een typisch Nederlandse vorm van racisme in aanraking toen ze in Utrecht ging studeren. “De Britse en de Nederlandse cultuur zijn in sommige opzichten hetzelfde. Een significant verschil is dat Nederlanders een ander begrip lijken te hebben van ras dan Engelsen en Amerikanen. Ik was behoorlijk verbaasd toen in december het Zwarte Piet-figuur tevoorschijn kwam. Dat is iets dat in het Verenigd Koninkrijk niet bestaat en hier werd het als iets normaals gezien. Voor mij is het verkeerd: het is black face.

Nederlanders lijken een ander begrip te hebben van ras dan Engelsen en Amerikanen

“Ik ben een internationale student en ik wil niet over iemand anders zijn tradities praten op een negatieve manier, maar het is moeilijk er een positieve draai aan te geven. Op een moment liep ik over straat op weg naar een college en liep er een groep mensen voorbij met zwarte schmink op hun gezicht en afro-pruiken. En ík heb een afro-kapsel – ik was bang dat mensen zouden denken dat ik bij hen hoorde.”

Witte mensen in uniform
Edward Hubbard, universitair docent Kunst en samenleving, had eveneens een nare ervaring. Eind januari werd Hubbard onverwachts geconfronteerd met de politie. “Ik zat in mijn appartement in Rotterdam maar ik was ziek. Te ziek om alleen te zijn. Dus een goede vriend van me, die ook zwart is, kwam me ophalen vanuit Amsterdam. En mijn scooter moest mee want ik had daar vervoer nodig. Dus rond elf uur ’s nachts reed hij voor mijn appartementencomplex. Hij had een soort trolley gehuurd om de scooter te verplaatsen. Terwijl we de scooter aan de trolley vastmaken komen er twee politieauto’s tevoorschijn, uit het niets. Opeens zijn we omsingeld door vijf politieagenten. Mijn vriend vertelt me dat mensen uit de buurt hadden gebeld om te zeggen dat twee zwarte mannen een scooter aan het stelen zijn.

Het verbaast me want ik woon er. Ik ga er vanuit dat mensen uit mijn eigen buurt me vaak genoeg op mijn scooter zien rijden, dus wie van mijn buren kijkt naar buiten en denkt dat ik mijn eigen scooter aan het stelen ben? We zijn een behoorlijke periode ondervraagd en de politie liet duidelijk weten dat het om twee zwarte mannen ging, het ging duidelijk om ras. Dus wat als er in zo’n situatie iets fout gaat en ik word neergeschoten? Ik heb geen geweer maar er worden vaak genoeg zwarte mannen neergeschoten zonder dat ze een geweer hebben, terwijl ze politieorders opvolgen.” 

Ik voelde woede en boosheid toen ik de video zag, maar ook droefheid – ik heb bijna een uur gehuild nadat ik het gezien had

Door deze ervaring en door eerdere gebeurtenissen waarbij zwarte mensen werden omgebracht, wilde Hubbard in het begin niet naar de video met de moord op George Floyd kijken. “De video heb ik pas vijf dagen geleden gezien”, zegt de hoogleraar. “Het verscheurde me, zoals ik verwachtte. Ik ben een zwarte man dus ik identificeer me met het slachtoffer. Ik voelde woede en boosheid toen ik de video zag, maar ook droefheid – ik heb bijna een uur gehuild nadat ik het gezien had. Wat me echt raakte was toen hij ‘mama’ schreeuwde. De gruwel, de wreedheid van dat aanblik. Het beeld zit nog steeds in mijn hoofd. Voor mij is dat het gezicht van witte suprematie, die politieagent.”

 

 

Geen systeem maar een klimaat
De maatschappelijke situatie doet zich in een andere vorm op eenzelfde manier voor op de universiteit. “Het probleem met institutioneel racisme is dat de manier waarop het zich manifesteert moeilijk aanwijsbaar is”, zegt Hubbard. “Racisme op straatniveau is makkelijker te doorgronden. De man die racistische dingen zegt kan je aanwijzen. Maar bewijs van institutioneel racisme is moeilijker te geven, het is niet een systeem, het is een klimaat. Dat kwam naar voren toen ik net begon met werken op de Universiteit Utrecht. Als persoon van kleur kwam ik op een nieuwe plek en ik was ik de enige persoon van kleur in de wijde omtrek. Na vier maanden kom je erachter dat een aantal collega’s achter je rug om over je hebben geklaagd. Ik denk: ik ben nieuw en nieuwe mensen maken fouten, dat is normaal. Maar daar was vanaf het moment dat ik hier kwam geen enkele sprake van. Ik voelde me extreem buitengesloten na dat eerste jaar. En tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk om sociaal te zijn met collega’s door de raciale afstand die er is. Maar het ding met institutioneel racisme is dat ik niemand erop kan aanwijzen dat ze iets fout hebben gedaan. Het is een klimaat, en klimaten komen niet met bewijs.”

Weinig bewustzijn
Hubbard is niet de enige die op een negatieve manier geconfronteerd wordt met de witheid van het instituut Universiteit Utrecht. Ook campuscolumnist Keerthi Sridharan en student bij het University College Utrecht, kan er genoeg over vertellen. “Op zichzelf is het probleem niet eens dat de universiteit heel wit is. Het probleem is eerder dat er vrij weinig zelfbewustzijn is onder witte, Nederlandse studenten over de manier waarop ze medeplichtig zijn in racisme. Ik moet hier letterlijk uit gaan leggen wat racisme is. In de Verenigde Staten was dat makkelijker. Ik zat op een heel vooruitstrevende universiteit en het was heel makkelijk om in kringen te verkeren waarin het algemeen bekend is, dat wanneer je wit bent, je racistisch bent.

 

"Je profiteert van een racistische maatschappij, je bent opgegroeid in een racistische maatschappij, al die dingen heb je geïnternaliseerd dus ben je racistisch. Het is heel vermoeiend om steeds je levenservaring aan mensen te moeten uitleggen en te hopen dat ze je serieus nemen.” 

Mensen zien racisme als een moreel falen, ze betrekken het op hun karakter terwijl het daar niet om gaat

Het heeft daardoor wel eens tot confrontaties geleid tussen haar en haar Nederlandse huisgenoten. “Mijn eerste jaar woonde ik samen met drie Nederlanders en een witte Zuid-Afrikaan. De Nederlanders waren totaal niet geïnteresseerd in het onderwerp racisme – het bestond niet. Er zijn gesprekken geweest waarin ik ze vertelde wat ze fout deden. Uiteindelijk komen ze er dan op uit dat het ze spijt wat ze gedaan hebben en dat ze het niet zo bedoeld hebben”, zegt Sridharan. “Het probleem is dat mensen racisme zien als een moreel falen. Wanneer ik ze een racist noem, dat betrekken ze het op hun karakter terwijl het daar niet om gaat.”

De oorsprong van internationaal recht is geworteld in kolonialisme

Institutioneel racisme heeft niet alleen effect op de onderlinge relaties tussen studenten “Het komt terug in het curriculum”, zegt Onuchukwu. “Het is heel wit, heel eurocentrisch. Ik studeer Publiek internationaal recht en de oorsprong van internationaal recht is geworteld in kolonialisme. Maar daar leren we eigenlijk niks over. We leren bijvoorbeeld wel over regionale Afrikaanse rechtssystemen maar het wordt gegeven als een toevoeging, het maakt geen integraal deel uit van de lesstof. En dat komt ook terug in de academische staf. De meerderheid van mijn docenten is wit. Mijn thesisbegeleider komt uit Argentinië, zij is een van de weinige die niet uit Europa stamt.”

Niet in de buurt van een 8
Die witheid beïnvloedt niet alleen wat zwarte studenten leren, maar ook hoe studenten een zwarte docent beoordelen. “Ik heb lesgegeven op verschillende universiteiten waaronder Harvard University en New York University”, zegt Edward Hubbard. “En dat ging goed, ik heb een onderscheiding gekregen voor mijn lesgeven op Harvard, mijn studentenevaluaties waren erg goed, gemiddeld een 8, laten we zeggen, bij beide universiteiten. Voor ik naar Nederland kwam, werd ik gevierd, zowel door mijn studenten als door mijn collega’s omdat ik een exceptioneel docent ben. Sinds ik in Utrecht ben, komen mijn evaluaties niet eens in de buurt van een 8. Terwijl ik dezelfde cursussen die ik gaf aan Harvard en NYU zelfs nog beter heb gemaakt. Tegelijk kijk ik naar de cursussen van collega’s en zie ik gewoon dat de mijne beter zijn. Maar zij krijgen betere beoordelingen, bijna elk jaar. Ik ben beoordeeld door universiteiten die – laten we eerlijk zijn – een stuk betere reputatie hebben. Maar opnieuw, wat is het bewijs? Zo werkt institutioneel racisme.”

Als alleen internationale studenten degenen zijn die ‘anders’ zijn, is dat niet voldoende om de barrière van bepaalde minderheden in Nederland te doorbreken

Sandra Ponzanesi, hoogleraar Gender en postkoloniale studies, herkent de uitdaging waar de universiteit voor staat. “Hoewel Utrecht helemaal geen witte stad is, is de universiteit te weinig in staat de drempel zo te verlagen dat etnische minderheden naar de universiteit willen gaan. Dat komt ook door een gebrek aan rolmodellen. Er zijn weinig docenten die eenzelfde etnische achtergrond hebben als zij. Maar dat is niet het enige. Het heeft ook te maken met samenstelling van de klas en de behoefte aan inclusievere curricula en kennisproductie. Als alleen internationale studenten degenen zijn die ‘anders’ zijn, is dat niet voldoende om de barrière van bepaalde minderheden in Nederland te doorbreken.”

 

 

Gelukkig zijn er manieren om het tekort aan diversiteit in de academische staf, op te lossen. “Je zou quota kunnen instellen voor het aandeel van vrouwen in verschillende lagen binnen de universiteit – daar is ook wel eens discussie over geweest. Hetzelfde zou je kunnen doen voor etniciteiten. Dat zou ook veel toevoegen aan het onderwijs dat we kunnen bieden. Dat erkennen en waarderen zou ook op een andere manier moeten gebeuren. Dus niet alleen kijken naar het aantal publicaties dat iemand achter zijn naam zet, maar ook wat het betekent om maatschappelijk betrokken te zijn. Dat zijn dingen die bespreekbaar moeten worden.”

(Foto Sandra Ponzanesi door Ed van Rijswijk, UU)

Facebook Twitter Whatsapp Mail