Daan Roovers, foto Angeliek de Jonge

‘Volwassen worden in studentenhuis moet voor elke student mogelijk zijn’

Body: 

Studentenhuisvesting is een groeiend probleem. De wachttijden nemen toe, de huren stijgen verder, doorstromen is steeds moeilijker. UU-student Daan Roovers begrijpt als voorzitter van de Bewonersoverleg Koepel SSH (BoKS) als geen ander wat er schort aan de kamermarkt. “Verplaatsbare woningen zouden een oplossing kunnen zijn.”

Read in English

Een jaar voor hij naar Utrecht kwam, schreef Daan zich bij de SSH in voor een studentenwoning. Na een jaar wachttijd kon hij hospiteren voor een kamer op de IBB. “Van tevoren dacht ik: ik wil geen huisgenoten. Maar toen ik er eenmaal woonde, heeft het me enorm gecharmeerd.”

In een studentenhuis wonen is een enorme ervaring, zegt hij. “Samenwonen met andere studenten is echt volwassen worden, is leren hoe dat is. Tegelijk is die ervaring onderdeel van mijn frustratie: ik gun iedereen een dergelijke woonervaring. Het draagt bij aan je persoonlijke ontwikkeling. Die mogelijkheid moet er voor iedereen zijn.”

Daarom werd hij actief voor BoKS die alle bewoners van een kamer of studio van studentenhuisvester SSH vertegenwoordigt in de zes steden waar de SSH actief is. Vorig jaar richtte Daan met nog een andere student het Landelijk Overleg Studentenhuurders (LOS) op. Met deze koepelorganisatie komt hij op voor de belangen van 93.000 studentenhuurders. Zijn inzet voor de studentenhuisvesting leverde hem de Studentenprijs 2021 op, in de categorie Bijzondere Bestuurlijke en Maatschappelijke Verdiensten, van de Universiteit Utrecht.

“Dat er nu meer aandacht voor is dankzij die prijs, vind ik toch te veel eer”, lacht Daan. “Dit onderwerp staat al lang in de aandacht. De crisis spreekt voor zich en heeft ook geen pleitbezorgers meer nodig: heel veel studenten, organisaties en de woningbouw zetten zich in voor studentenhuisvesting.”

Veel partijen hebben oplossingen die onvoldoende het hoofd bieden aan de omvang van het probleem

Daan is energiek, positief ingesteld en oplossingsgericht. Hij heeft een grote passie voor de studentenhuisvesting. De praktijk is echter weerbarstig en complex, het duurt lang voor dingen gerealiseerd zijn. Het verschil tussen dadendrang en de stroperige realiteit kan Daan frustreren. “Ik ben nu twee jaar voorzitter van BoKS. Als je langer bezig bent, zie je met de direct betrokken partijen dat veel problemen niet zijn op te lossen. We zijn het eens over de problemen en de mogelijkheden, maar er is meer nodig voor een oplossing: op landelijk niveau moet er meer bewustzijn komen in de politiek.”

Dit viel hem op toen hij ging stemmen. “Ik heb de verkiezingsprogramma’s doorgenomen. Veel partijen hebben oplossingen die onvoldoende het hoofd bieden aan de omvang van het probleem. Ik vertrouw erop dat politici het beste met ons voor hebben, maar ze lijken geen duidelijk zicht te hebben op de situatie.” Hoe dat volgens Daan komt? “De oplossing van een lokaal probleem als huisvesting ligt op landelijk niveau Maar onder premier Rutte zijn veel verantwoordelijkheden juist op de gemeentes afgeschoven, zonder financiële compensatie.”

Wat maakt de situatie in Utrecht nog schrijnender? “Het is de snelst groeiende stad van Nederland. Binnen vijftien jaar komen er 150.000 inwoners bij. Daar zitten ook vele duizenden studenten tussen. Toen ik hier kwam, was de wachttijd voor een kamer één à anderhalf jaar. Maar als je je nu inschrijft aan het begin van je studententijd, zijn de minst gewilde kamers pas beschikbaar als je al bijna je bachelordiploma hebt.”

Aan de woningcorporaties ligt het niet. “Zij staan aan de kant van de huurder, ook zij willen meer fysieke en financiële ruimte. De SSH doet wat het kan. Ze zetten alles op alles om meer huisvesting te organiseren. Ze hebben de laatste jaren de wachttijd wel omlaag weten te krijgen, maar in 2021 is die toch met tien maanden gestegen. Het is soms om moedeloos van te worden.”

Het tekort aan studentenkamers maakt jongeren kwetsbaar

De neoliberale wind uit Den Haag lijkt de situatie te verergeren. “Het probleem is veel breder. We hebben overal woningnood, we willen overal meer nieuwbouw, maar er wordt onvoldoende gebouwd. Hieruit ontstaan ook andere problemen: het tekort aan studentenkamers maakt jongeren kwetsbaar voor uitbuiting door kwaadwillenden, zoals huisjesmelkers en private partijen als Xior, Camelot en The Student Hotel. Zij hebben geen oog voor het welzijn van de student; zij hebben aandeelhouders en die willen zoveel mogelijk geld verdienen door zich op studio’s te concentreren met extreem hoge servicekosten. In een stad als Utrecht ontstaat zo het valse dilemma van ofwel private huisvesting, ofwel helemaal geen huisvesting. Zeker studenten uit het buitenland zijn daar heel kwetsbaar voor.”

Ook de lokale politiek speelt hierin een rol, zegt Daan. “Als ik met lokale politici spreek, merk ik dat de politiek zich vaak in dat valse dilemma gedrukt voelt: ze zien zich gedwongen om op een niet bepaald vriendelijke manier studentenhuisvesting te organiseren, omdat er anders helemaal niks is. De Utrechtse politiek zou veel strenger moeten zijn voor deze private partijen, harde eisen moeten stellen. Je kan niet maar flats bouwen met voor studenten dure studio’s om de maximale huurtoeslagen te ontvangen. Dat zorgt onvoldoende voor het welzijn van studenten, die de houvast van een studentenhuis verdienen. Het al lang bestaande woningtekort creëert het probleem met die private investeerders, want als er wél voldoende sociale huisvesting voor studenten is, dan gaat geen enkele student in zo’n privaat gefinancierd gebouw wonen.”

Ook andere politieke beslissingen uit het verleden werken door in het heden. “Vroeger kon iedere huurder tot een bepaald inkomen, huursubsidie aanvragen. Dat veranderde rond 2000 toen de huurtoeslag werd geïntroduceerd. Die kreeg je alleen nog als je een eigen adres had. Onzelfstandige huisvesting is het meest sociaal wenselijk, zeker voor studenten, maar dat werd financieel onaantrekkelijk gemaakt. De woningbouw heeft daarnaast de financiële prikkel dat er bijvoorbeeld 700 euro voor een studio gevraagd kan worden waarvoor de huurder 300 euro subsidie ontvangt. Dat is financieel dus interessanter dan een studentenkamer van 400 euro zonder subsidie. Dit toeslagenmodel is mij echt een doorn in het oog.”

Daan roept de beleidsmakers op om weer meer oog te krijgen voor de mensen voor wie het beleid van studentenhuisvesting bedoeld is: de studenten. Hij hoopt dat daarmee ook serieus werk gemaakt wordt van creatieve oplossingen die het kamertekort op korte termijn kan terugdringen. “Denk aan verplaatsbare woningen, waar nu al over wordt nagedacht. Niet alle plekken in de stad zijn bebouwd. Er zijn stukjes waar je tijdelijke huisvesting zoals containerwoningen kan realiseren op  plekken die niet geschikt zijn voor permanente huisvesting. Daar moeten de verschillende partijen dan wel beleidsmatig er met elkaar uitkomen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail