Archieffoto DUB, fotograaf Anthony Donner

Docent volgt verplichte cursus lesgeven nog vaak in eigen tijd

Body: 

Universiteiten sturen hun docenten op didactische cursus, maar stellen daar dikwijls geen uren voor beschikbaar. In Utrecht kan dat verschillen per faculteit. De Utrechtse docent biomedische wetenschappen Marc van Mil:  “Eigenlijk zeg je als leidinggevende dan: ik vind dit niet belangrijk genoeg.”

Read in English

Wie werkgroepen of college geeft, moet beschikken over een lesbevoegdheid. Dat spraken de universiteiten in 2008 met elkaar af. Docenten zouden voortaan een training volgen die leidde tot de basiskwalificatie onderwijs (bko).

In het begin schoot het aandeel didactisch geschoolde docenten omhoog, maar de laatste jaren is de groei mondjesmaat, van 63 procent in 2018 naar 64 procent in 2019. Vooral onder docenten met een tijdelijke aanstelling valt nog veel winst te behalen.

Hoge werkdruk
Maar zo’n training is voor veel docenten niet iets wat ze er ‘zomaar even naast’ kunnen doen. Ter illustratie: aan de Erasmus Universiteit wordt de totale bko-studielast (inclusief zelfstudie) geschat op 80 uur. Bij de Vrije Universiteit is dat zelfs 150 uur; bijna het dubbele. En de werkdruk in het hoger onderwijs rijst nu al de pan uit.

Toch worden de tijdsinspanningen van docenten voor die cursussen lang niet altijd gecompenseerd, blijkt uit een rondgang langs de universiteiten. Aan onder meer de Open Universiteit, de TU Delft en de universiteiten van Twente, Leiden en Tilburg krijgen docenten geen urenvergoeding voor de bko.

De Universiteit Maastricht biedt alle docenten met een bko-plicht 40 onderwijsuren om de bijeenkomsten te compenseren. Het opdoen van praktijkervaring overlapt voor een groot deel immers met de uitvoering van reguliere onderwijstaken, aldus de universiteit.

Bij de Universiteit Utrecht verschilt het beleid per faculteit, of soms zelfs per departement, evenals bij de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Sommige docenten krijgen wel extra tijd, en andere niet. Zelfs in één ‘bko-klasje’ kan het gebeuren dat de compensatie per docent verschilt. De Universiteit Utrecht heeft wel toegezegd dat ze haar bko-programma’s vanaf volgend jaar “meer gelijk zullen trekken”, zodat de verschillen in studielast en compensatie kleiner worden.

Tijd van de baas
Hoe maken docenten er dan tijd voor vrij? Aan de UvA lukt het deelnemers doorgaans om het “in werktijd te doen”, meldt een woordvoerder. Datzelfde mogen docenten aan de Open Universiteit. Ook aan de TU Delft is het de bedoeling dat de bko “in de tijd van de baas” plaatsvindt.

De vraag is alleen wel wat “werktijd” of “de tijd van de baas” precies betekent. Het docentschap beperkt zich immers niet altijd netjes tot ‘werkdagen, tussen 9 en 5’. Wie de donderdagmiddag besteedt aan het bko-portfolio in plaats van aan nakijkwerk, zit ’s avonds of in het weekend nog steeds met een stapel ongelezen tentamens.

Extra tijd voor promovendi
“In de praktijk wordt het nu vaak bij docenten zelf neergelegd”, zegt de Utrechtse docent biomedische wetenschappen Marc van Mil, tevens bestuurslid van het ComeniusNetwerk van erkende onderwijsvernieuwers. “Maar je kunt zo’n traject er niet zomaar bij proppen, dat gaat alleen als je andere taken wegneemt of het contract uitbreidt.”

Van Mil is binnen zijn eigen afdeling bij het UMC Utrecht daarom een pilot gestart voor promovendi die graag hun bko willen behalen, maar er binnen hun aanstelling geen tijd voor hebben. Via de pilot kunnen zij daar nu een half jaar contractverlenging voor krijgen.

Serieus opleidingsplan
“Je kunt je afvragen of iemand zonder bko wel onderwijs zou moeten geven”, zegt Van Mil. “Zorg daarom dat junior docenten meteen in dat opleidingstraject zitten, zodat ze vroeg in hun carrière goed beslagen ten ijs komen. Met learning on the job is in principe niets mis, zolang je maar vanaf het begin een serieus opleidingsplan hebt en de ruimte krijgt om van en met elkaar te leren.”

Wie geen tijd voor de bko biedt, zegt als leidinggevende eigenlijk: ik vind dit niet belangrijk genoeg, stelt Van Mil. “Helaas wordt de bko nog te vaak gezien als een verplichting die afgevinkt moet worden, in plaats van een kans om iemands talenten tot bloei te laten komen.”

Ruimhartige compensatie
Geheel nieuw is de roep om een urencompensatie niet. In 2016 analyseerde de Werkgroep Universitaire Onderwijscentra van het Expertisenetwerk Hoger Onderwijs (EHON) alle bko-programma’s aan Nederlandse universiteiten. In dat rapport werd al aanbevolen om docenten te compenseren voor hun tijdsinvesteringen – aangezien dit “bij de meeste universiteiten” niet gebeurde. Een vergelijkbare oproep volgde in 2018, nadat de universiteiten met elkaar een ‘bko-peer review’ hadden uitgevoerd.

“Sommige instellingen en faculteiten zijn wel ruimhartiger geworden”, zegt EHON-voorzitter Jaap Mulder. “Dan hoop je dat anderen het goede voorbeeld volgen, en dat zij de onderwijstijd ook met zoveel uur verminderen.”

Onderwijscarrière
Daarnaast willen universiteiten en wetenschapsfinanciers op een andere manier gaan ‘erkennen en waarderen’, verkondigden ze vorig jaar. Niet alleen onderzoeksprestaties, maar ook goed onderwijs, sterk leiderschap, de impact van onderzoek en (voor artsen) goede patiëntenzorg gaan straks zwaarder meewegen in de beoordeling.

Dat ziet Mulder als stap in de goede richting. “Als de onderwijscarrière hoger gewaardeerd wordt, krijgen docenten hopelijk ook meer tijd en geld om zich te ontwikkelen.” Daar wordt op sommige plekken nu al aan gewerkt. Tilburg University bekijkt of een bko-compensatie kan worden meegenomen in het project erkennen en waarderen, meldt een woordvoerder.

Landelijke afspraken
Kan er geen landelijke compensatie-afspraak komen? In de cao universiteiten zal je er nu nog niets over terugvinden, zegt Jan Boersma van vakbond FNV. “De vraag om compensatie is ook nog niet eerder bij ons neergelegd.”

Hij vraagt zich af of je het op het niveau van toegekende uren moet regelen. “Er moet vooral voldoende ruimte zijn binnen het dienstverband om een bko-traject te doorlopen. Dat betekent dat je docenten dus niet volledig kunt volplempen met onderwijs, want dan moet het alsnog in hun vrije tijd.”

Het is volgens Boersma daarom vooral problematisch dat veel jonge docenten in het hoger onderwijs een tijdelijke aanstelling krijgen. “Zij blijven niet lang genoeg in dienst om de bko te behalen”, zegt hij.

Dat beaamt sectorbestuurder Donald Pechler van de Algemene Onderwijsbond. “Een bko-traject moet binnen de aanstellingsomvang passen. Bij een tijdelijk contract van een jaar bijvoorbeeld, wordt dat al snel lastig.” Ook volgens hem moet een werkgever de bko faciliteren met tijd.

Misschien is het nog een onderwerp voor de volgende cao-onderhandelingen, opperen beide vakbondsbestuurders. Die gaan binnenkort weer van start.

HOP, Evelien Flink

 

Hoe gaat het in het hbo?
In de cao hogescholen staan duidelijke afspraken over compensatie voor verplichte trainingen. Beginnend hbo-docenten kunnen in ieder geval de ‘basiskwalificatie didactische bekwaamheid’ behalen.
Toch kost het hogescholen de nodige moeite om nieuwe, hoogopgeleide docenten aan zich te binden. “Op papier is het allemaal prima geregeld”, meldt AOb-bestuurder Douwe van der Zweep. “De basiskwalificatie wordt in tijd en geld 100 procent vergoed, maar in de praktijk hebben jonge docenten het best lastig. De werkdruk is hoog en vaak moeten ze zich het lesgeven nog eigen maken. Ook is er veel uitstroom door het gebruik van onzekere contracten. Veel starters verlaten de sector alweer vrij snel.”
Facebook Twitter Whatsapp Mail