Internationale student in de Universiteitsraad: hoe is dat?

Niet het type raadslid dat van ons werd verwacht

URaad Matias. Foto: DUB
Matias in een Engels gesproken commissievergadering van de UniversiteitsraadFoto DUB

Het was voor ons allebei heel speciaal om gekozen te worden voor de Universiteitsraad. Het zou ons de kans geven de stem van de internationale studenten te zijn en tegelijkertijd zouden we de kans krijgen om een hoop te leren, verandering teweeg te brengen en bij te dragen aan een vooraanstaand instituut als de Universiteit Utrecht. Helaas werd onze positie als internationale studenten in de medezeggenschap al snel ingewikkeld. We werden gekozen als gelijken, maar wat we ons toen niet realiseerden was, dat zolang we geen Nederlands zouden spreken we nooit gelijken konden zijn.

Vanaf het begin was het duidelijk dat onze aanwezigheid verstorend werkte. Om echt deel te kunnen nemen, zouden we echt een plek moeten veroveren. Dat had wel een emotioneel prijskaartje. Het waren de kleine dingen die het meest aan ons knaagden. Tijdens onze kennismaking met het College van Bestuur werd er, waar wij bij stonden, in het Nederlands besproken of er met ons Engels gesproken moest worden. We waren gekozen als vertegenwoordigers, dus het deed pijn om te zien dat ons belang vergeleken met dat van onze Nederlandstalige vrienden en collega’s, gezien werd als optioneel.

Ondertussen was het politieke klimaat met betrekking tot internationalisatie aan het veranderen. Demissionair minister Dijkgraaf kwam met een wetsvoorstel die een drastische verandering betekende voor de internationaal-vriendelijke cultuur die Nederland had gecultiveerd en die ons juist zo had aangetrokken. Terwijl de discussies over internationalisering steeds verhitter raakten, gebruikten de partijen de internationals als een pion in hun politieke spel – ongemakkelijk en surrealistisch vonden we dat. Nu, terwijl het wetsvoorstel Internationalisering in balans de mogelijkheden om in Nederland te studeren wil gaan beperken, bevinden we ons in een vreemde positie tussen gewaardeerd worden en een probleem zijn.

Dat voelen wij ook bij formele bijeenkomsten. Tijdens een bijeenkomst van de U-raad met het College van Bestuur over internationalisatie, werd ons verzekerd dat we welkom zijn en gewaardeerd worden. Toch werd de brainstormsessie in het Nederlands gehouden. 

URaad Foto: Universiteit Utrecht

De Universiteitsraad met op links Matias en linksvoor Teresa. Foto UU

Het leek misschien dat we niet echt meededen tijdens vergaderingen, maar het was gewoon te moeilijk om een bijdrage te leveren vanwege de taalbarrière. Onze collega's moesten voor ons spreken. Daardoor konden we niet het type vertegenwoordiger zijn dat onze kiezers van ons verwachten.

De taalbarrière werd in eerste instantie opgelost met cursussen Nederlands en schriftelijke simultaan- vertalingen tijdens vergaderingen. Maar deze wijze van vertalen zorgde ervoor dat we aan ons scherm gekluisterd zaten, omdat we moesten wachten op de vertaling die traag en onvolledig was. We konden daardoor niet deelnemen aan de discussie. De cursus Nederlands – hoewel leuk - zou er nooit voor kunnen zorgen dat we op tijd op niveau konden deelnemen. Deze dure middelen losten ons probleem dus niet op. 

Terwijl de discussie rondom het wetsvoorstel over internationalisering voortduurde, probeerden wij een weg te vinden tussen wat wel en niet geoorloofd was om de universiteit te vragen ons op taalgebied tegemoet te komen. Aan de ene kant vonden wij, dat mensen moesten weten hoe moeilijk we het hadden, aan de andere kant voelde het ondankbaar en beledigend tegenover degenen die probeerden ons te betrekken bij de discussies. Het voelde ook egoïstisch, omdat de UU tenslotte een Nederlandse universiteit is.

Ons schuldgevoel groeide ondertussen. Moesten we genoegen nemen met het feit dat we minder goed onze achterban konden vertegenwoordigen, zelfs met de steun van onze collega's?  We besloten nog eens goed na te denken over hetgeen ons te doen stond. Gefrustreerd en hoopvol zijn we de strijd aangegaan om een noodzakelijke en structurele verandering te bewerkstelligen en het probleem bij de wortels aan te pakken.

URaad Teresa. Foto: DUB

Teresa met oortjes in tijdens een commissievergadering van de Universiteitsraad Foto: DUB

We hebben nu simultane audiovertaling en nieuwe interne vergaderafspraken gemaakt, waarbij effectieve participatie voorrang krijgt. Eerder mochten Nederlandstalige leden alleen Nederlands praten, terwijl het Engels van de internationale studenten als storend werd gezien. Nu wordt iedereen die zich comfortabel voelt om in het Engels te spreken, aangemoedigd om precies dat te doen, terwijl degenen die zich daar niet fijn bij voelen, vrij zijn om Nederlands te spreken. Kleine veranderingen kunnen grote verschillen betekenen voor Engelstaligen: we voelen ons er niet alleen meer bij horen, maar voelen ons ook effectiever. Als studentengeleding zijn we trots dat we deze verandering in gang hebben gezet.

Ons werk is echter nog lang niet klaar. Sinds kort biedt de UU internationals in de medezeggenschap Nederlandse lessen aan op C1-niveau, een niveau dat niet zo snel te bereiken is voor de meeste internationale studenten. Het is daarom ook ‘placebo-beleid’. Als we echt willen samenwerken, hebben we een nieuwe definitie nodig wat we verstaan onder effectieve medezeggenschap en een realistisch beleid. Met dit in gedachten zijn we vastbesloten om samen met het College van Bestuur te blijven zoeken naar verandering.

De Universiteitsraad is er om ervoor te zorgen dat beslissingen over het beleid die gevolgen hebben voor duizenden studenten en medewerkers op een eerlijke manier worden genomen. Dat houdt dus ook in dat bij een universiteit die streeft naar een gezonde democratie, de 15 procent internationale studenten ook vertegenwoordigd moeten zijn. Want alleen dan kunnen ze deelnemen aan het debat over internationalisering en wat dat inhoudt. Gezien de obstakels die wij het afgelopen jaar zijn tegengekomen, zijn we echter bang dat er het komende jaar geen internationale vertegenwoordigers in de raad zullen zitten en de vooruitgang die we hebben geboekt, voor niks zal zijn geweest.

Maar we hopen natuurlijk op een andere uitkomst. Dat, wanneer onze termijn er deze zomer op zit, onze inspanningen ervoor hebben gezorgd dat nieuwe internationale raadsleden zich welkom en betrokken zullen voelen en in staat zijn echt te participeren.

Advertentie