Fotos: DUB

Opnieuw een basisbeurs: wat is de verwachting?

Body: 

Op de VVD na willen alle partijen in de Tweede Kamer van het leenstelsel af, bleek vorige week. Er zou weer een basisbeurs komen, maar hoe gaat die eruit zien en wie gaat ervan profiteren?

Read in English

Het was “een heel mooie nacht voor studenten”, vond Onderwijsminister Van Engelshoven. Volgens studentenorganisatie ISO was het zelfs “groot feest voor studerend Nederland” toen de Tweede Kamer op 23 september tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in meerderheid stemde voor het herinvoeren van een basisbeurs.

Maar politiek is weerbarstig en ook al werden de twee moties over de basisbeurs aangenomen, daarmee is de basisbeurs nog lang niet terug. Sterker nog, voorlopig verandert er niets en echt een verrassing was het niet dat het huidige leenstelsel verfoeid werd. Het was namelijk al lang duidelijk dat een ruime meerderheid van dit stelsel af wil. Dat stond gewoon in de verkiezingsprogramma’s. Alleen de VVD vindt het leenstelsel nog altijd prima.

Het huidige demissionaire kabinet gaat ook niets met de aangenomen moties doen, maar schuift het door naar de volgende regering. En formatie loopt nu niet bepaald soepel. Als de nieuwe ministerploeg beëdigd is, zullen uiteindelijk diverse partijen met elkaar om tafel moeten om een compromis te sluiten. Wat rolt daaruit?

Moet de slager betalen voor de advocaat?
Laten we in gedachten houden waarom de basisbeurs ooit is afgeschaft door GroenLinks, PvdA, D66 en VVD. Hun idee was: hoogopgeleiden hebben veel kansen op de arbeidsmarkt en kunnen zo’n lening makkelijk terugbetalen. Bovendien: waarom moet de slager meebetalen aan de studie van de advocaat?

Dat bleek te simpel gedacht. Niet iedereen wordt immers advocaat; ook bijvoorbeeld jonge onderwijzers en verplegers, die heus niet bijzonder veel verdienen, hebben studieschulden. Een schuld van 40.000 euro na afstuderen is geen uitzondering. Bovendien zijn studerende kinderen behoorlijk duur voor ouders met een middeninkomen.

En wat critici al voorspelden kwam uit: sommige jongeren durven door de flinke studieschulden de sprong naar het hoger onderwijs niet meer te maken. Er gaan minder mbo’ers naar het hbo.

Ander soort basisbeurs
Dus keerden GroenLinks, PvdA en D66 op hun schreden terug. Maar aan hun idealen is weinig veranderd. Hun redenering gaat voor die advocaat nog steeds op, en ook studenten met rijke ouders hebben allicht niet zoveel te lijden onder het verdwijnen van de basisbeurs.

Voormalig PvdA-leider Lodewijk Asscher wilde de nieuwe studiebeurs niet voor iedereen herinvoeren, maar voor jongeren uit gezinnen met een “gewoon inkomen”. En daar kunnen andere partijen misschien ook wel mee leven. Het CDA wil bijvoorbeeld een ‘inkomensafhankelijke basisbeurs’. GroenLinks heeft ook zo’n inkomensgrens in gedachten.

Dan blijven er nog genoeg vragen over. Wat doet de politiek met de aanvullende beurs? En met studenten die de basisbeurs sinds 2015 zijn misgelopen? Het kost al snel miljarden euro’s en het compromis is vast niet meteen gevonden.

Bovendien is de VVD nog altijd de grootste partij en blijft Mark Rutte vermoedelijk minister-president, dus die partij moet er ook mee kunnen leven. De nieuwe studiefinanciering zal wel in het regeerakkoord komen en de liberalen zullen de bedragen zo laag mogelijk willen houden.

Compensatie voor leenstelselstudenten
Misschien komen ze er in de formatie nog niet uit. Een oude politieke truc is dan het optuigen van een adviescommissie. Die gaat nog eens rustig kijken wat er allemaal mogelijk is met de studiefinanciering. Daar reageert het kabinet dan op, waarna de Tweede Kamer erover gaat debatteren. Vervolgens komt er een wetsvoorstel. Voor je het weet ben je twee jaar verder.

Bovendien moet de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) de nieuwe studiefinanciering nog in de ict-systemen verwerken. Hoe simpeler de nieuwe beurs, hoe vlotter het lukt, maar er gaat al gauw een jaar overheen.

De conclusie? Het duurt nog wel even, en de basisbeurs-voor-iedereen komt vast niet meer terug. Er komt vermoedelijk een beurs voor studenten uit gezinnen tot een bepaald inkomen, bijvoorbeeld 100.000 euro. Hoe hoger dat inkomen, hoe lager de beurs.

Compensatie voor (oud-)studenten zonder basisbeurs is ook helemaal niet vanzelfsprekend. Moet je ook geld geven aan iemand zonder studieschulden? Of aan iemand die zorgeloos maximaal heeft geleend? En moet je studenten uit rijke gezinnen ook compenseren, of doe je dat niet en ga je achteraf van alle ouders het inkomen napluizen? Het wordt een heel karwei.

Kwestie van lange adem
En waar komt al dat geld vandaan? Dankzij de bezuiniging op de basisbeurs kon het kabinet extra geld aan het hoger onderwijs uitgeven. Deze zogeheten basisbeursmiljoenen of kwaliteitsgelden zijn inmiddels al deels uitgegeven aan bijvoorbeeld het verkleinen van groepsgroottes, het aannemen van extra docenten en studentenbegeleiding. Daar willen de partijen niet aan morrelen, maar misschien gebeurt dat toch via een ‘efficiencykorting’ of een andere bezuiniging op het onderwijs.

Of misschien gaat de politiek ergens anders in snijden. Het is afwachten wat er met de ov-studentenkaart gebeurt en wie weet gaan de collegegelden omhoog, desnoods alleen voor bepaalde opleidingen. Nog niet zo lang geleden vonden sommige partijen de langstudeerboete een goed idee: extra collegegeld voor trage studenten.

Kortom, laat de champagnekurk nog maar even niet knallen. De Tweede Kamer wil weliswaar een nieuwe basisbeurs, maar het zal nog lang duren voor hij er is, de prijs is onduidelijk, lang niet alle studenten zullen hem krijgen en compensatie voor de huidige studenten is ongewis.


 

Facebook Twitter Whatsapp Mail