Foto: Ivar Pel, UU

Programma Duurzaamheid zet in op nauwere samenwerking wetenschap

Body: 

Als dit coronajaar ergens goed voor was, dan was het wel voor het beperken van de CO2-uitstoot van de Universiteit Utrecht. Dit is echter niet de manier waarop het programma Duurzaamheid het doel om in 2030 klimaatneutraal te zijn, wil bereiken. “Dit is wel een goed moment om stil te staan bij wat we willen vasthouden van deze periode om zo dichter bij ons doel te komen.”

Read in English

Aan het woord is Lysanne van der Lem, de nieuwe manager van het programma Duurzaamheid van de Universiteit Utrecht. Ze begon in juni en is slechts enkele keren op haar nieuwe werkplek geweest. Toch heeft ze al veel mensen leren kennen van de universiteit en weet daarom uit eigen ervaring dat elke dag op kantoor zitten niet nodig is om haar werk goed te kunnen doen. Als de coronarestricties zijn opgeheven zou zo nu en dan thuis werken, helpen om de CO2-uitstoot van het woon-werkverkeer van de UU’ers te beperken. “Maar het is niet aan ons om uitspraken te doen over dit type beleidszaken.”

De universiteit heeft in haar duurzame plannen wel opgenomen om het woon-werkverkeer zo duurzaam mogelijk te maken en medewerkers te stimuleren vaker de trein te nemen dan het vliegtuig naar wetenschappelijke congressen. Vorig jaar, zo blijkt uit de metingen van de universiteiten, is mobiliteit verantwoordelijk voor 26 procent van het broeikasgas kooldioxide dat de UU uitstoot. De grootste veroorzaker van de CO2-footprint was in 2019 nog altijd het aardgasgebruik voor het opwekken van elektriciteit en de verwarming van gebouwen. Dat gaat om 53 procent.

Opvallend is dat dit percentage ten opzichte van 2018 niet af-, maar juist is toegenomen. Dat had , zo zegt Van der Lem, te maken met een reparatie van één van de twee ketelhuizen in De Uithof waardoor er meer grijze stroom moest worden ingekocht. En hoewel de CO2-uitstoot sinds 2014 in totaliteit wel daalt, zorgde deze reparatie ervoor dat de voetafdruk van de UU in 2019 iets groeide: van 62.133 ton CO2 in 2018 naar 62.780 ton in 2019.

Klimaatneutraal
In het vorige Strategisch Plan van de Universiteit Utrecht staat dat zij in 2030 klimaatneutraal wil zijn.  In 2020 zou de CO2-uitstoot gereduceerd moeten zijn tot ruim 53.000 ton. Of die laatste ambitie dit jaar wordt gehaald, is nog maar de vraag. Dat lijkt geen goede binnenkomer voor de nieuwe programmamanager. Toch ziet Van der Lem dat niet zo, omdat, zo zegt ze, de groei van het afgelopen jaar goed te verklaren is.

De komende jaren hoopt ze de vruchten te plukken van de voorbereidingen die er in 2019 zijn gedaan voor investeringen in duurzaamheid. Van der Lem verwijst naar het nieuwe Strategisch Plan van 2021-2025 waarin staat dat de universiteit flink inzet op energietransitie door onder meer het aantal zonnepanelen uit te breiden, waar mogelijk gebouwen aan te sluiten op de warmte-koudeopslag en op duurzaam bouwen. Ze hoopt dat met deze plannen het doel wordt bereikt om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Toch zijn er wel een paar onzekere factoren die de komende jaren roet in het eten kunnen gooien. Ze wijst naar het  haalbaarheidsonderzoek om windmolens op het Utrecht Science Park te plaatsen. Hier is het Energieteam van Vastgoed & Campus mee bezig. Voordat er windmolens kunnen verrijzen, moet er voldoende draagvlak zijn en moeten er vergunningen worden aangevraagd.  

Voortbouwen op goede basis
In het nieuwe Strategisch Plan dat de ondertitel samen de wereld duurzaam verbeteren heeft meegekregen, staat dat meer dan nu het geval is een relatie gelegd moet worden tussen onderzoek, onderwijs en de duurzame ambities van de universiteit. En dat is waar Van der Lem zich het komende jaar op gaat storten.

“Het programma Duurzaamheid heeft al een goede basis gelegd in de afgelopen jaren. In de eerste fase lag het accent op bewustwording en het stellen van doelen op het gebied van verduurzaming van de bedrijfsvoering. Ik ben al veel mensen tegen gekomen die op vele manieren bezig zijn om bij te dragen aan de verduurzaming van de universiteit. Er zijn doelen geformuleerd, ambities uitgesproken en stappen gezet. Denk daarbij aan zero waste, CO2, biodiversiteit en mobiliteit. Daar kunnen we op verder bouwen.”

Zo krijgt biodiversiteit het komende jaar veel aandacht. De universiteit heeft zich aangesloten bij het Deltaplan biodiversiteitsherstel van Nederland waarvoor in Utrecht hoogleraar Plantenverspreidingsecologie & Natuurbescherming Merel Soons zich inzet. Zij wil hier niet alleen aandacht voor in het onderwijs en onderzoek, maar het belang van biodiversiteit ook laten zien in De Uithof. En daar komt het programma Duurzaamheid om de hoek kijken.

Living lab
“Wat we willen gaan doen is een living lab hiervoor maken op het Utrecht Science Park. Nu hebben we natuurlijk al een tiny forest  met veel inheemse planten en bomen. Een dergelijk klein bos is goed als veilige plek voor vogels en insecten, maar er kan veel meer. Zo zal er ook het een en ander veranderen in de vegetatie op het Science park. We willen samen met onderzoekers, studenten, Vastgoed & Campus en het Facilitair Service Centrum aan een integrale strategie werken voor de lange termijn.”

In een living lab-formule worden theorie en praktijk bij elkaar gebracht. Op het gebied van biodiversiteit is de eerste vraag wat is de stand van zaken op dit moment is. Daarna wat er moet veranderen om de biodiversiteit te vergroten. Gezocht moet worden naar onderzoekers en studenten om daarbij te helpen en in kaart te brengen wat die veranderingen met zich meebrengen? “De veranderingen zijn weer meetbaar, wat data oplevert voor de wetenschap. Het is mijn doel om biodiversiteit net zo tussen de oren te krijgen als de energietransitie.”

Een dergelijke samenwerking met de wetenschap die bedreven wordt aan de UU is niet nieuw. Zo doet hoogleraar Wilfried van Sark al jaren onderzoek naar zonnepanelen op het Utrecht Science Park, was er een living lab over voedsel en afval met de hub Future Food en buigen studenten zich over duurzame vraagstukken van beleidsmedewerkers in het living lab van de Green Office van de UU. Het zijn voorbeelden waar Van der Lem op wil voortborduren. “Zo wordt de universiteit een uithangbord van haar eigen onderzoek.”

De duurzame ambities moeten wat Van der Lem betreft nog meer zichtbaar worden binnen de universiteit en met name onder studenten. Dat draagt bij aan de bewustwording wat nog steeds onderdeel uitmaakt van het programma Duurzaamheid. “Het tiny forest is daar een goed voorbeeld van, maar je kan bijvoorbeeld ook aan studenten laten zien dat hun gebouw door middel van duurzame energie wordt verwarmd. Omdat er elk jaar nieuwe studenten binnenkomen, moeten zij er ook op worden gewezen dat het duurzaam is om het licht uit te doen als ze een ruimte verlaten en dat ze mee kunnen doen aan allerlei projecten die Green Office heeft en die bedacht zijn door medewerkers en studenten.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail