Kan een docent Keltisch ook een college bij Italiaans verzorgen? Foto uit 2013, DUB

Aantal faculteiten worstelt met vierjarige contracten tijdelijke docenten

Body: 

Docenten die vanaf 1 januari 2019 in dienst zijn gekomen en een kleiner contract hebben gekregen dan vier jaar en 3,5 werkdag, krijgen dat - indien mogelijk - alsnog. Dat heeft het universiteitsbestuur met de faculteiten afgesproken nadat bleek dat 80 procent van de nieuwe docenten een korter of kleiner contract heeft. Maar, zeggen decanen “niet alle docenten willen een robuust contract”.

Read in English

Eind 2018 maakten het College van Bestuur (CvB) en de decanen nieuwe afspraken over de contracten voor tijdelijke docenten. Van de tijdelijke docenten die vanaf 2019 in dienst zouden komen, moest 80 procent op termijn een arbeidsovereenkomst hebben voor minimaal vier jaar en van minimaal drie-en-een-halve dag (0,7 fte) in omvang. Met een dergelijk ‘robuust’ contract wil de universiteit zich een betere werkgever tonen; tijdelijke docenten krijgen vaak korter lopende en kleinere contracten wat zorgt voor onzekerheid over inkomen en carrière. Daarnaast hoopt het CvB de werkdruk voor de zittende staf te verlichten doordat er minder nieuwe collega’s ingewerkt hoeven te worden.

Maar dit voorjaar bleek dat slechts 20 procent van de nieuwe docenten die in 2019 zijn aangenomen, een robuust contract heeft gekregen. Bijna de helft van de nieuwe collega’s heeft een contract dat niet voldoet aan beide voorwaarden. De overige docenten hebben óf een te klein óf een te kort lopend contract gekregen. Het is een doorn in het oog van het universiteitsbestuur dat faculteiten zich niet aan de richtlijnen houden die ze wel hebben onderschreven. Het CvB is daarom voor de zomer opnieuw om tafel gaan zitten met de decanen.

Tekst loopt door onder grafiek

Afgesproken is dat alle faculteiten de contracten van de nieuwe docenten tegen het licht houden. Indien mogelijk worden contracten die niet voldoen aan de nieuwe UU-definitie van een tijdelijk contract, opengebroken. De docenten krijgen dan een verlenging tot 4 jaar en het contract wordt vergroot tot 0,7 fte. Verlenging kan volgens de Wet arbeidsmarkt in balans – de nieuwe ‘flexwet’ - alleen als het contract niet al een keer eerder is verlengd. “Dit is een stevige maatregel die we samen met de faculteiten nemen, omdat we zien dat het percentage nog te laag is”, zei Pijpers in de universiteitsraadscommissie Financiën, Personeel en ICT. “Vorig jaar dacht ik dat dit snel ingevoerd kon worden, daarin ben ik teleurgesteld.”

Docenten uit de praktijk willen niet altijd een robuust contract
Volgens de cijfers hebben vier faculteiten veel tijdelijke docenten in dienst (zie kader). De faculteiten Recht, Economie, Bestuur & Organisatie (Rebo), Sociale Wetenschappen en Geesteswetenschappen moeten met name een tandje bijzetten als het gaat om het vergroten van het aantal robuuste contracten. Het zijn de studentrijke faculteiten met een in grootte wisselende instroom. Hoewel de decanen achter het nieuwe beleid van de universiteit staan, zeggen ze in de praktijk tegen obstakels aan te lopen die het lastig maken om elke nieuwe, tijdelijke docent een robuust contract te geven.

Marcel van Aken, decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen noemt als één van de oorzaken dat sommige docenten geen contract van 0,7 fte willen: “Bij onze klinisch getinte opleidingen werken docenten die bijvoorbeeld een baan van drie of vier dagen bij een GGZ-instelling hebben en bij ons één dag in de week college geven. Zij willen niet eens een contract van 3,5 dag. Maar deze docenten willen we ook niet kwijt, want hun praktijkervaring heeft meerwaarde voor de opleiding.” Wel wil de faculteit met de opleidingen onderzoeken hoeveel van dit type docent wenselijk is. “Je moet er een evenwicht in vinden. Met te veel docenten met een klein contract, krijg je een fragmentarisch geheel.”

Ook bij Rebo en Geesteswetenschappen werken docenten die met één been in de praktijk staan en met één been verbonden zijn aan de universiteit. Daarbij, zegt Keimpe Algra van Geesteswetenschappen, kan een 0,7 aanstelling ook een probleem zijn voor wie er geen andere baan naast heeft. “Ook al hebben sommige docenten geen tweede baan, dan nog zijn er docenten die een contract van 0,7 fte te groot vinden.”

Een docent Duits kan niet bij Italiaans college geven
Bij Geesteswetenschappen en Rebo is er niet altijd passend werk om een contract van 3,5 dag te rechtvaardigen. Decaan Algra: “Het CvB kan wel willen dat nieuwe docenten breed inzetbaar zijn, maar dat is bij onze faculteit niet altijd mogelijk. Je kan in sommige gevallen een geschiedenisdocent misschien vragen een eerstejaarswerkgroep te leiden over een ander tijdvak of een wat ander onderwerp dan waarin hij is gespecialiseerd, maar ik kan moeilijk een docent bij Duits onderwijs bij Italiaans laten geven of een docent van Keltisch een vak bij kunstgeschiedenis. Bij kleine opleidingen is er vaak gewoon niet genoeg werk voor een 0,7 aanstelling.”

Ook Rebo-decaan Janneke Plantenga denkt dat niet elke docent breed inzetbaar is: “Sommigen van onze docenten geven onderwijs in een bepaald onderdeel van het recht en zijn niet goed inzetbaar voor een ander vak.” Als docenten al breed inzetbaar zijn, vergt dat een andere inrichting van de organisatie, zegt ze. “Nu worden tijdelijke docenten meestal gezocht en aangenomen op een vrij laag niveau binnen de organisatie. De ene afdeling kijkt dan niet of de andere afdeling wellicht ook een vacature heeft. Daarvoor zou er op een ander, hoger niveau zoals dat van de onderwijsdirecteur, naar de vacatures gekeken moeten worden. Dan kun je zien of voor verschillende vakken één docent aangenomen kan worden, iemand die meer een generalist is.” Deze verandering zijn ze bij Rebo nu aan het doorvoeren. “Maar dat kost tijd”, zegt Plantenga.

Geesteswetenschapper Algra heeft er een hard hoofd in dat docenten breed inzetbaar zullen zijn. “Het College van Bestuur denkt er misschien iets te gemakkelijk over. Wij bieden 21 bachelor- en 18 masteropleidingen aan. Ik wil studenten een professionele opleiding bieden, daar horen ook docenten bij die weten waar ze het over hebben.”

Financieel risico als studentaantallen teruglopen
De reden dat faculteiten soms ook terughoudend zijn met het aanbieden van robuuste contracten is van financiële aard. Voor een niet al te rijke faculteit als Geesteswetenschappen vormen robuuste contracten een financieel risico, zegt Algra. “Twee jaar geleden kregen we ineens heel veel meer studenten Kunstmatige Intelligentie. Daar neem je extra docenten voor aan. Je weet als opleiding niet of al deze studenten doorstromen naar het tweede jaar en de hele opleiding afmaken. Wij hebben opleidingen die groeien en krimpen en opleidingen die fluctueren. Je wilt niet iemand een vierjarig contract geven als er voor die docent  over twee jaar geen werk meer is.”

Ook bij de faculteit Rebo speelt het financiële risico een rol. “Bij Rechten zij er dit jaar 60 procent meer eerstejaars bijgekomen in de bacheloropleiding. We hadden er 650 en dat zijn er nu meer dan 1000. Op zichzelf mooi dat de opleiding het goed doet, maar de vraag is of al deze studenten de studie afmaken. Dit is natuurlijk een raar jaar met corona. Onder de eerstejaars zitten vast studenten die dit jaar liever hadden willen backpacken in Australië maar toch maar zijn gaan studeren. Zetten zij hun studie door of niet? Vanuit managementoptiek is het een risicovolle aangelegenheid om dan alle nieuwe docenten een contract voor vier jaar aan te bieden.”

Een ander punt wat voor koudwatervrees zorgt, is dat de proeftijd voor een tijdelijk contract maar twee maanden is. Plantenga: “Als je een docent voor een jaar aanneemt, kun je het contract vervolgens met twee jaar verlengen als de docent voldoet. Maar wat betekent het voor het onderwijs als de docent een vierjarig contract krijgt en na de proeftijd van twee maanden blijkt dat hij of zij niet geschikt is?”

Ook bij Sociale Wetenschappen spelen de mogelijk financiële gevolgen een rol: “Opleidingen zijn gewend om op korte termijn te begroten en zich te voegen naar de instroom van studenten. Opleidingen zijn bang in financiële problemen te komen als de instroom afneemt. Ze moeten wennen aan de nieuwe regels. Als faculteitsbestuur hebben we gezegd garant te staan voor eventuele financiële tegenvallers op opleidingsniveau.”

Faculteiten houden alle contracten tegen het licht
Ondertussen zijn de faculteiten aan het werk gegaan om alle contracten tegen het licht te houden. Waar mogelijk worden de contracten opengebroken en aangepast. Het percentage robuuste contracten loopt al op, zeggen de decanen. Over de contracten waarvoor dat niet mogelijk is, doen ze in november verslag aan het College van Bestuur.

Volgens decaan Van Aken zijn alle departementen en opleidingen van Sociale Wetenschappen er nu van doordrongen dat nieuwe docenten een robuust contract krijgen en wanneer dat niet lukt, moet dat worden voorgelegd aan het faculteitsbestuur. Van Aken ziet in zijn faculteit dat iedereen zijn best doet het percentage te laten stijgen. Ook wordt gezocht naar een “meer volledige docent” die breder inzetbaar is, maar “de behoefte aan docenten die ook in de praktijk werken, blijft.”

Ook Geesteswetenschappen ziet het percentage iets oplopen. “Waar het kan breken we contracten open. We zitten er bovenop”, zegt Algra. Ook wordt bij elke nieuwe vacature gekeken of de aangeboden baan robuust genoeg is. Maar of geesteswetenschappen de 80 procent dit jaar gaan halen? “We doen echt ons best,  maar dat halen we niet. Onze realiteit is anders, ik denk zelfs dat we niet eens op 70 procent uitkomen.”

Janneke Plantenga van de Rebo-faculteit vindt dat haar faculteit beter moet presteren: “Maar 80 procent is wel een uitdaging. Afgezien van de sterk wisselende studentenaantallen en de kwaliteitszorg, houd je ook altijd zoals wij het noemen de ‘piek en ziek’, dat zijn de momenten dat we docenten nodig hebben om bij te springen bij plotselinge drukte of ziekte van collega’s.”

En hoe zit het eigenlijk bij de faculteit Geowetenschappen?

In deze tabel is te zien dat niet alleen Geesteswetenschappen, Sociale Wetenschappen en Recht, Economie, Bestuur & Organisatie in het eerste kwartaal van 2020 een groot percentage tijdelijke docenten in dienst heeft. De faculteit Geowetenschappen heeft zelfs het hoogste percentage tijdelijke docenten. Waarom hoeft deze faculteit dan niet een tandje bij te zetten?

Decaan Wilco Hazeleger geeft toe dat het “op dit aspect bij Geo niet zo goed lijkt te gaan”. Maar de verklaring moet deels gezocht worden in de wijze van registreren. “Wij gaven tijdelijke docenten-4 in het verleden een aanstelling voor twee jaar, gevolgd door een contract van weer twee jaar. In 2019 hebben we alle zittende docenten meteen een verlenging tot vier jaar gegeven met tenminste een 0,7 fte omvang. Maar dit wordt door het personeelssysteem niet geregistreerd als een robuust vierjarig contract.” Hazeleger zegt dat vanaf eind 2019 alle nieuwe tijdelijke docenten-4 meteen een contract voor vier jaar krijgen.

Een tweede reden is dat in het percentage tijdelijke contracten ook de zogeheten tenure track docenten zitten die voorheen ook een contract kregen voor twee jaar met daarna een verlenging van twee jaar. Een ‘tenure tracker’ werkt toe naar een vaste baan als universitair docent, hoofddocent of hoogleraar. Zij worden in het personeelssysteem ook gezien als tijdelijk personeel. Sinds eind 2019 krijgt dit type docent bij Geowetenschappen direct een aanstelling van zes jaar, wat in de rapportages wel als een vast contract wordt gezien.

Facebook Twitter Whatsapp Mail