Racisme aanpraten? Wij identificeren een institutioneel probleem

Body: 

Nog te vaak gebruiken studenten en medewerkers van de UU drogredenen om het probleem van institutioneel racisme te bagatelliseren. Dat zegt Louise Autar, docent Liberal Arts & Sciences, Taal- en Cultuurstudies en Genderstudies in een reactie op het opiniestuk van Job van den Broek ‘Ik laat me geen racisme aanpraten’. Dergelijke afleidingsmanoevres stellen de benodigde actie tegen institutioneel racisme wederom uit.

Read in English

Job van den Broek schreef een opinie onder de titel “Ik laat me geen racisme aanpraten”. Laat ik beginnen met de titel: wat zal het een ontzettende luxepositie zijn als racisme iets is wat je aangepraat kan worden. Als racisme iets is waar jij over moet horen in plaats van dat je dat ervaart, voelt, dat het je pijnigt.

Wat een luxepositie om direct in een slachtofferrol (ach, de witte man mag ook niks meer zeggen!) te kunnen kruipen zonder daar hard op afgestraft te worden. Zonder dat je het vervolgens eindeloos moet hebben over wat een slechte tactiek de slachtofferrol is, in plaats van het probleem wat je hebt aangekaart te bespreken.

In Nederland kan men, zo schreven Philomena Essed, Gloria Wekker, Isabel Hoving, en zovelen voor mij, niet praten over racisme: er is een onkunde om daadwerkelijk te luisteren en te verwerken. Dat blijkt maar weer.

Je schrijft over een gat dat vergroot wordt door uitspraken van studenten en medewerkers: dat gat is er al jaren, maar werd ontkend. Dat gat observeer jij misschien nu pas, omdat je wordt geconfronteerd met allerlei gevoelens die opkomen als er mensen moedig genoeg zijn om hun verhaal te doen. Maar dat gat voel ik constant, als vrouw van kleur die de UU inmiddels al acht jaar navigeert als student en inmiddels als docent. Dat gat heet institutioneel racisme. Ook ik vind kleur geen interessant criterium, maar toch heb ik er keer op keer maar mee te dealen dat ik, en velen met mij, word geracialiseerd in deze samenleving en in dit instituut.

Institutioneel archief
Ik kan mij mateloos ergeren aan de witte mensen die lijken te erkennen dat racisme en discriminatie oprecht problemen zijn in de maatschappij, om vervolgens met een “maar” hun erkenning compleet te ondermijnen. Er verandert wel degelijk iets als mensen van kleur, en met name zwarte mensen, naar buiten komen met hun ervaringen. Het draagt bij aan een institutioneel archief van verzet tegen racisme en aan de bewustwording omtrent racisme in de wetenschap.

Maar ook op individuele basis: het geeft mensen zoals ik de bevestiging dat ik niet alleen sta. Het geeft mensen zoals ik hoop dat er mensen zijn die moedig genoeg zijn om hiervoor te staan. Maar ook: het geeft mensen als jij een waardevol inzicht in de wereld van iemand die geracialiseerd wordt door de samenleving, door de politie, door het onderwijs.

Stereotypen en angstbeelden
De les hierin is om te leren luisteren en te voelen wat een dergelijk verhaal met je doet zonder direct in de verdediging te schieten en op te komen voor een instituut wat jou structureel bevoordeelt en mij benadeelt.

Als je namelijk echt luistert naar het artikel dat je aanhaalt, dan zie je een leven vol anticipatie op racisme. Dan zie je een constante moeite om je lichaam als zo ongevaarlijk mogelijk te presenteren, omdat je kennis hebt van wat de samenleving historisch gezien levert aan stereotypen en angstbeelden. Omdat je weet dat dit beïnvloedt hoe mensen met jou omgaan. In Nederland zijn wij aangeleerd om onszelf en “de Ander” op een bepaalde manier te zien: de oplossing hiervoor is niet het individueel overkomen van stereotypen of obstakels, want als individu kan je een systeem als institutioneel racisme niet alleen verslaan. Hier is een collectieve erkenning en institutionele wil tot verandering voor nodig.

ControlAltDelete
Uit het hele stuk blijkt dat je niet weet wat racisme, laat staan institutioneel racisme, is. En dat is verwijtbaar. Er zijn genoeg mensen in de media die hier hun stem over laten horen, er zijn genoeg wetenschappelijke werken die dit theoretiseren. Er zijn genoeg instanties (ControlAltDelete, Black Archives) die zwart verzet en instanties van politiegeweld en andere vormen van raciaal gestimuleerde onderdrukking op de kaart zetten.

Dat jij die niet kan vinden zegt iets over de kanalen die jij hanteert en de moeite die jij doet om daadwerkelijk meer te weten te komen over het onderwerp. Dat jij geen instantie kan vinden van politiegeweld in Nederland spreekt boekdelen over de moeite die jij hebt gedaan om het medialandschap te verkennen: anders had je geweten wie Tomy Holten is. Dat de informatie jouw bubbel niet bereikt en de mijne wel zegt veel over hoe wij zijn gevormd als individuen die worden voorbereid op de wereld. Deze vorming is een proces wat invloedrijk, maar niet onveranderlijk is.

Zelfs een “blanke witte man die het allemaal verkeerd heeft gedaan” kan zich dus verzetten tegen diens huidige vorming door zich daadwerkelijk in te lezen en te leren wat racisme nou werkelijk betekent. Tip: begin met White Innocence van professor Gloria Wekker.

Drogredenen
Hetgeen je omschrijft is namelijk kenmerkend voor wat professor Gloria Wekker Witte Onschuld noemt. De drogredenen en het denkbeeld dat je presenteert zijn kenmerken van een attitude waarbij we voorbijgaan aan de pijn van racisme en discriminatie om de aandacht maar te richten op toon, vorm en retoriek. Dergelijke afleidingsmanoeuvres stellen het werk dat gedaan moet worden echter alleen maar uit. Deze zijn op te maken in jouw artikel, maar ook in interviews, artikelen en beleidsstukken van mensen die ernaar streven de UU een betere plek te maken.

Mijn reden om dit te schrijven heeft dan minder te maken met het feit dat ik een specifieke student terecht wil wijzen, maar meer met het feit dat dergelijke drogredenen nog te vaak worden gereproduceerd door studenten en personeel in het bagatelliseren van het probleem. Hierdoor blijven wij maar aan de oppervlakte van het probleem en dit staat broodnodige, structurele verandering in de weg.

Vinkje op een checklist
Want ja, black lives matter als wij allemaal een zwart vierkantje posten, maar wat gebeurt er een week na die post? Wat gebeurt er twee weken na die post? Performatieve statements zijn makkelijk te delen en lijken een vinkje op een checklist, maar hoe vertaalt het eindeloze debatteren over racisme zich tot actie tegen racisme? Wat gebeurt er in september, als het nieuwe studiejaar begint? Hoe laten we dan onze commitment zien aan het feit dat zwarte levens er toe doen, dat zwarte studenten ertoe doen, dat zwarte medewerkers ertoe doen? Hoe laten we deze toewijding en zorg bovendien zien, als deze uitsluiting institutioneel is ingebouwd en telkens wordt gereproduceerd, als wij ons constant laten afleiden door enkel oppervlakkige vormen van diversiteit na te streven? Want: diverse instroom en quota zijn belangrijk, en mogelijk efficiënt, maar in welk klimaat komen deze mensen vervolgens terecht? In welk systeem moeten ze overleven?

Draagvlak
Als er echt, daadwerkelijk, behoefte is om de kloof tussen wit en zwart te verkleinen, dan brengen wij ervaringsdeskundigen niet tot zwijgen. We prikken dan door alle drogredenen om institutioneel racisme niet aan te kaarten heen en pakken het probleem bij de wortels aan. Ik gebruik sinds de vorige alinea doelbewust “wij”, want institutionele verandering vereist een groot draagvlak van studenten en universitair personeel. Uitingen van solidariteit en commitment zijn namelijk niet genoeg als de handelingen en het beleid van de UU deze tegenspreken en institutionele verandering uitblijft. Zoals ik mijn studenten vaak adviseer: show, don’t tell.
 

Facebook Twitter Whatsapp Mail