Foto: DUB

Meer avondcolleges door explosie studentenaantallen; UU wil rem op groei

Body: 

Studenten en docenten krijgen vanaf volgend collegejaar waarschijnlijk vaker te maken met colleges in de avonduren, mogelijk zelfs tot 22 uur. Het online onderwijs is bovendien een blijvertje. Dat zijn de consequenties van de enorme toename van het aantal studenten sinds het begin van de coronapandemie. Het UU-bestuur wil die groei stoppen. “Er is geen andere optie als we de kwaliteit van het onderwijs willen behouden.”

Read in English

Tot twee jaar terug groeide het aantal UU-studenten met enkele procenten per jaar, maar bij de start van het vorige collegejaar schoten de inschrijvingen omhoog. Vanwege de coronacrisis nam het aantal inschrijvingen voor UU-studies toe met bijna 15 procent tot circa 39.000. Er zijn dit jaar vijfduizend meer inschrijvingen dan in het collegejaar 2019-2020.

Aan de stijging van het aantal wo-studenten lijkt landelijk pas tegen 2030 een einde te komen, zo voorspelt het ministerie van OCW. De komende zes jaar wordt nog een toename van het aantal inschrijvingen aan Nederlandse universiteiten van 15 procent verwacht. De komst van steeds meer internationale studenten speelt daar een grote rol in.

De balans is zoek

De effecten van die explosieve toename zijn al merkbaar in het Utrechtse studentenleven en in het onderwijs, zegt het vierkoppige bestuur van de Universiteit Utrecht in een gesprek met DUB. Nieuwe UU-studenten hebben niet alleen te maken met de beperkingen door het coronavirus, maar kunnen soms ook geen lid worden van een studenten- of sportvereniging. Die zitten maar al te vaak vol. Het vinden van een kamer – altijd al een opgave  - is nu nog moeilijker. En ook rondom het onderwijs en de universitaire huisvesting groeien de problemen.

Collegevoorzitter Anton Pijpers ziet dat het door de vele studenten “op verschillende vlakken gaat knellen”. De huisvesting is te krap, de werkdruk van docenten te hoog en studenten krijgen soms niet de aandacht die ze verdienen. Daar zou volgens hem een mouw aan te passen zijn als het budget dat de universiteit van het Rijk krijgt, toereikend zou zijn. De universiteiten klagen al jaren over de afnemende financiering per student. “Verschillende onderzoeken bevestigen dat onze claim van 1,1 miljard erbij terecht is, en sindsdien zijn er nog veel meer studenten bijgekomen. De balans is zoek.”

Zicht op meer geld is er vooralsnog niet. Eerst moet er een nieuw kabinet worden gevormd en dan is de vraag of de nieuwe regering meer geld uittrekt voor het hoger onderwijs. De Universiteit Utrecht is voorlopig eerst zelf aan zet. Onlangs werd daarom besloten om 50 miljoen euro uit te trekken om meer docenten aan te stellen en meer vaste banen te creëren. Dit moet de werkdruk en -stress bij docenten gaan verlichten.

De bestuursleden zijn daarentegen niet van plan om extra in de buidel te tasten voor de bouw of aankoop van extra gebouwen. Vooral ook omdat al er al grootschalige investeringen in onderwijslocaties, met name in de binnenstad, gepland zijn. “Het is erg gemakkelijk gezegd: meer studenten dus meer ruimte”, zegt vicevoorzitter Margot van der Starre. “Maar al het geld dat naar huisvesting gaat, gaat af van onderwijs en onderzoek. Daarom houdt de UU vast aan de afspraak om maximaal 15 procent van het universitair budget aan huisvesting te besteden.”

We moeten onze gebouwen efficiënter gaan gebruiken

Om de ergste nood te ledigen gaat de UU op korte termijn extra ruimte huren, zo stelt de vicevoorzitter. Vorige week werd al bekend dat UU-studenten vanaf januari colleges en werkgroepen gaan volgen in een pand aan de Daltonlaan. “Maar op de iets langere termijn zoeken we de oplossing vooral in een efficiënter gebruik van de gebouwen die we hebben.”

Van der Starre verwacht dat UU-medewerkers ook in de toekomst vaker thuis zullen werken. Daardoor is minder kantoorruimte nodig. Die kan worden ingezet voor het onderwijs. Ook in de roostering van het onderwijs is efficiëntie te behalen, denkt Van der Starre. Om te beginnen door leegstand overdag te voorkomen, daarnaast door de avonduren meer te benutten. “Dit gaan we allemaal in overleg doen en zeker niet nu meteen met een big bang. Iedereen is door de coronacrisis al erg druk, dat zou ondoenlijk zijn.”

Ondertussen kijkt het bestuur al wel naar het volgende collegejaar, zegt rector Kummeling. Volgens hem is het onvermijdelijk dat de UU meer colleges gaat roosteren in de avonduren. In eerste instantie gaat het om tijdslot van vijf tot zeven uur, maar er zullen mogelijk ook colleges geroosterd worden op tijdstippen waarop nu alleen incidenteel tentamens plaatsvinden: tussen zeven en negen of acht en tien uur ‘s avonds. “Zeker niet elke docent elke avond. We denken aan maximaal een blok per jaar per docent en dan hooguit één avond.”

In de komende maanden wil de rector hierover in gesprek met studenten en medewerkers. Ook de medezeggenschap zal hierbij betrokken worden.

Online onderwijs is niet second best

Bovendien denkt de rector dat de universiteit gebruik moet maken van de lessen van de pandemie. Die heeft volgens hem duidelijk gemaakt dat online onderwijs niet altijd inferieur hoeft te zijn aan fysiek onderwijs. “We moeten scherper gaan nadenken welke onderwijsvormen op locatie kunnen en welke online of blended, dat wil zeggen deels fysiek en deels online. Waarvoor is fysieke ontmoeting nodig op de campus en waarvoor niet?”

De kwaliteit van het onderwijs hoeft daar niet onder te lijden, vindt hij. “We staan voor het Utrechtse onderwijsmodel dat kleinschalig en activerend is met voldoende contacturen.” De definitie van ‘contactuur’ wordt mogelijk wel aangepast. Met de U-raad is de rector daarover in discussie. “Wat mij betreft betekent een contactuur niet per se dat je met z’n allen samen in een ruimte zit. Er zijn online heel waardevolle activerende onderwijsvormen denkbaar, het is niet second best.

Eén avondcollege per week per blok is bespreekbaar

Het lijkt geen prettige boodschap voor studenten en docenten: vaker laat college en mogelijk ook nog eens minder college op locatie. Pijpers: “Het gaat er vooral om dat je maatwerk biedt en duidelijk communiceert. Sommige docenten zeggen bijvoorbeeld tegen mij: ik heb kleine kinderen dus tussen vijf en acht ’s avonds moet je niet op me rekenen. Maar als ik één blok per jaar een dag in de week ‘s avonds tussen acht en tien moet doceren en ik weet dat op tijd, dan is dat bespreekbaar. Het moet natuurlijk wél betekenen dat je op een ander moment dan ook écht vrij bent.”

Maar zou het niet zo kunnen zijn dat studenten avondcolleges links laten liggen? De praktijk moet het uitwijzen, zegt het UU-bestuur. Kummeling: “De keuze is bovendien eenvoudig: óf we gaan bijbouwen en de kwaliteit van het onderwijs gaat omlaag. óf we beperken de kosten voor extra huisvesting en houden de kwaliteit op peil. Veel meer opties zien we niet.”

Merel Dekker, studentassessor in het CvB, volgt de discussie kritisch. Zij vindt het cruciaal dat studenten goed en tijdig worden meegenomen in de plannen. Zij denkt ook dat één avondcollege per week per blok acceptabel is voor veel studenten. “Maar ik heb ook in de collegevergadering aangegeven, dat je goed moet bedenken dat studenten juist in de avonden elkaar opzoeken voor verenigingsactiviteiten en veel studenten een baantje hebben. Het moet dus beperkt zijn en studenten moeten het tijdig weten zodat ze er rekening mee kunnen houden.”

We moeten de ruimte die we hebben vooral anders gaan inzetten

Daarnaast ziet Dekker dat de druk op de huisvesting op sommige plekken zo groot dat plekken om elkaar te ontmoeten of voor activiteiten van studieverenigingen schaarser worden. “Studeren is meer dan college volgen, je wilt je ook sociaal ontwikkelen.”

Volgens Kummeling probeert de universiteit studieverenigingen te ontzien bij alle nieuwe strategieën om de huisvesting efficiënter in te zetten. Zo is recent besloten een tijdelijke nieuwe ontmoetingsplek te bouwen op de plek waar tot vier jaar geleden de populaire uitspanning De Vagant stond.

De rector meent dat de efficiencyslag in de huisvesting die het UU-bestuur wil doorvoeren samen kan gaan met de communityvorming die het UU-bestuur ook van groot belang vindt. “We moeten de ruimte die er is vooral anders inzetten. Voor personeel betekent dit: concentratiewerk doe je vaker thuis, overleg op kantoor. Voor studenten betekent het: een deel van het op instructie gerichte onderwijs vanaf huis, op de campus is er plek voor ontmoeting en discussie.”

Het gaat ons erom de boel te stabiliseren

Maar kan het UU-bestuur dan niets doen om de instroom van studenten te beperken? Volgens collegevoorzitter Anton Pijpers heeft de UU al jaren geen groeistrategie en is van ongebreidelde studentenwerving bewust geen sprake. “Tussen 2012 en 2019 ging dat goed. We groeiden wel, vooral dankzij de kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek, en de populariteit van Utrecht, maar we groeiden relatief veel minder hard dan andere universiteiten. Dat we daardoor marktaandeel inleverden, vonden we geen probleem. De afgelopen twee jaar zijn echt uitzonderlijk. En dat vraagt om maatregelen.”

Volgens rector Kummeling ligt een uniforme aanpak waarmee de groei van alle opleidingen wordt geremd, niet voor de hand. “Je ontkomt er niet aan om dit gedifferentieerd te bekijken. Sommige opleidingen hebben juist behoefte aan méér studenten en soms kan het minder. Daar kun je voorlichting, matching of selectie op afstemmen.” En soms moet je eenvoudigweg de instroom  wel begrenzen, zegt Kummeling. “De labruimte bij bèta- en geo-opleidingen is nu eenmaal beperkt bijvoorbeeld.”

De groei van de bacheloropleidingen afremmen, is moeilijk, weet Kummeling. Die moeten in principe alle studenten toelaten. “Maar we willen nu wel samen met andere universiteiten bekijken of we een numerus fixus bij een aantal opleidingen kunnen invoeren. Het gaat ons er in eerste instantie om de boel te stabiliseren en de kwaliteit van het onderwijs overeind te houden.”

Kom niet van over de grenzen als je geen kamer hebt in Utrecht

Behalve dat het aantal studenten uit Nederland toeneemt, groeit ook het aantal internationale studenten. In Utrecht komt nu 13 procent van de studenten uit het buitenland, bij andere universiteiten is dat aandeel gemiddeld het dubbele. Maar in absolute aantallen zijn het er inmiddels aardig wat; de UU heeft immers heel veel studenten. Voor de nabije toekomst wordt landelijk nog een groei van ruim 40 procent in de komende zes jaar verwacht. Ook de UU kan dus nog een fikse toestroom verwelkomen.

Dat brengt zorgen met zich mee, onder meer voor de kamermarkt die toch al krap is. Vicevoorzitter Van der Starre noemt de huisvestingsproblemen “uitermate schrijnend”. Volgens haar probeert de universiteit elke nieuwe internationale student te waarschuwen voor de huisvestingssituatie en ze zo goed mogelijk te ondersteunen. De universiteit probeert het aantal kamers voor internationals op te hogen, maar dat kan slechts mondjesmaat. Ze denkt dat de universiteit deze zomer letterlijk tegen studenten moet zeggen: Kom niet als je nog geen kamer hebt. “Maar een deel zal zelfs dan wellicht toch komen.”

Volgens de rector is de academische wereld per definitie internationaal en hoort daarbij dat studenten over de grenzen gaan studeren. Dat vindt ook de UU uiterst belangrijk. Maar er is volgens hem een punt bereikt dat ook de Utrechtse universiteit kritisch moet kijken waar ze wel meer internationale instroom wil en waar niet. “Voor welke opleiding is een internationaal classroom echt nodig en voor welke niet? En: hoe moet die international classroom eruitzien? Je wilt niet alleen maar studenten uit één land.”

De voorkeur gaat eerder uit naar meer internationale masterstudenten dan naar meer bachelors. De instroom van masterstudenten is door gerichte voorlichting en grondige selectie aardig te sturen. Universiteitsbesturen kunnen bovendien zelf bepalen hoeveel studenten ze toelaten tot een master. In de bachelorfase bestaan die mogelijkheden minder. Alle Europese studenten moeten sowieso worden toegelaten.

Toch ziet het UU-bestuur ook daar mogelijkheden. Daarvoor wordt ook met een schuin oog naar Den Haag gekeken. Zo komt er wellicht een optie voor opleidingen die zowel een Nederlandstalige als Engelstalige track hebben om alleen voor de Engelstalige track een numerus fixus in te voeren. Dat plan ligt nog bij de Eerste Kamer. Een ander instrument waar Den Haag voor zou kunnen zorgen is een maximum voor het aantal niet-EER-studenten zijn. Dat is wellicht mogelijk via de migratiewetgeving.

Daarnaast kan het taalbeleid worden aangewend. Op dit moment werkt een commissie aan de aanscherping van het UU-beleid vooruitlopend op de landelijke wetgeving die ook nog bij de Eerste Kamer ligt. Onder politieke druk wil de regering scherper gaan toezien op de taalkeuze van opleidingen. “Niet elke opleiding hoeft ook Engelstalig te zijn”, vindt Kummeling. De UU heeft als beleid dat de masteropleidingen vooral Engelstalig zijn en de bacheloropleidingen vooral Nederlandstalig. “Daar kun je strenger naar kijken.”

Het universiteitsbestuur wil nog niet zeggen of dat ook voor bestaande UU-opleidingen gevolgen kan hebben. “Dat willen we de komende maanden gaan bekijken.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail