Hoe democratisch is de UU?

‘Studenten vragen om meer democratie, maar de meesten kennen de raden niet’

Uraad studenten-2024-002 foto Luca Salman/DUB
Teresa Pappalardo, Stan Janse, Matias Edelstein en Claire Bruls, Foto: Luca Salman/ DUB

“Jullie hebben geen echte inspraak”, zei een student tegen de studentleden van de Universiteitsraad in een debat die in februari werd gehouden tijdens de bezetting van de eetzaal van de UB Binnenstad. “Democratie is hier moeilijk te vinden en de structuren om deel te nemen zijn niet toegankelijk”, zegt Bobbie, woordvoerder van End Fossil: Occupy, een van de organisaties achter de bezetting. Hoewel studentenraadsleden geacht worden de belangen van de studentengemeenschap te behartigen, vinden sommige studenten dat dit niet kan in de bestaande structuur 

Studentleden van de Universiteitsraad Matias Edelstein en Teresa Pappalardo van Lijst Vuur waren aanwezig bij het protest. Voor Pappalardo is de frustratie logisch gezien het reactievermogen van de universiteit - of het gebrek daaraan. “Soms brengen studenten hun mening naar voren via petities, georganiseerde discussies of protesten, maar krijgen ze niet echt een reactie van de universiteit. Ook al kan het antwoord negatief zijn, het is super belangrijk om dat gesprek gaande te houden. Anders worden studenten niet gehoord, en dat voelen ze ook zo.”

Aan de andere kant zijn veel studenten slecht op de hoogte over de bestaande vertegenwoordigingsstucturen, zeggen de U-raadsleden. “Studenten vragen om meer democratie, maar de meesten weten niets van de faculteitsraden, de universiteitsraad en de commissies die studentenbelangen behartigen. Ik zou niet zeggen dat het de meest invloedrijke democratie is, maar democratie bestaat wel degelijk aan de UU”, betoogt Stan Janse  van de Partij voor de Utrechtse Student (PvdUS). 

“Er zijn 40.000 studenten aan de universiteit en die hebben verschillende meningen”, vervolgt hij. “Er is de activistische kant, bestaande uit studenten die sterk betrokken zijn en een uitgesproken mening hebben die gehoord moet worden. Maar er zijn ook veel studenten met minder sterke meningen en ook zij moeten gehoord worden. Hoe houd je hier het midden in? Hoe zorg je ervoor dat je iedereen vertegenwoordigt en niet alleen naar de luidste stemmen luistert?”

URaad Matias. Foto: DUB

Matias Edelstein tijdens een vergadering van de U-raad, foto DUB

Apathisch
Door de lage opkomst bij verkiezingen voor de medezeggenschapsraden, vragen studenten zich af hoe representatief de Universiteitsraad eigenlijk is. Hoewel de opkomst bij de verkiezingen is gestegen van 11 procent (2022) naar 14,1 procent (2023), komt deze niet in de buurt van eerdere jaren, met 26,8 procent in 2018 en 26,3 procent in 2017. Sinds 2022 kunnen studenten alleen nog maar kiezen tussen twee partijen, Vuur en PvdUS, omdat UUinActie en De Vrije Student geen kandidaten konden vinden en uit de verkiezingen stapten. En ook Vuur en de PvdUS worstelen elk jaar weer met het vinden van voldoende nieuwe kandidaten.

Hoe de betrokkenheid van studenten kan worden verbeterd is “de hamvraag”, zegt Edelstein. Zijn collega’s Pappalardo, Janse en Claire Bruls (Vuur) zijn het erover eens dat de meeste studenten praktisch apathisch zijn voor wat er op de universiteit gebeurt. Volgens hen wordt dit onder andere beïnvloed door het gebrek aan zichtbaarheid van de raad. Dat komt bijvoorbeeld omdat ze de verkiezingen niet mogen promoten in collegezalen. De raadsleden klagen er ook over dat ze niet mogen flyeren zonder toestemming vooraf. “Je eigen organisatie werkt je dus tegen, terwijl je die organisatie vertegenwoordigt”, zegt Janse.

Volgens de UU klopt dit verhaal niet helemaal. Hoewel flyeren uit duurzaamheidsoogpunt verboden is, mogen de U-raad, de faculteitsraden en andere medezeggenschapsorganen dit wel. Volgens de universiteit is er vorig jaar één keer iemand aangesproken hierop omdat de beveiligingsmedewerker niet op de hoogte was van de uitzondering. Om te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt, krijgen raadsleden dit jaar een brief mee waarin staat dat ze toestemming hebben van het College van Bestuur om flyers uit te delen. Maar nog steeds niet in collegezalen. Wel mogen leden van de verschillende raden mondeling de verkiezingen promoten in de collegezaal

Commissie universiteitsraad foto DUB

Teresa Pappalardo, Stan Janse en Claire Bruls tijdens een vergadering van de U-raad, foto DUB

Lage opkomst
De raadsleden denken dat er ook bredere maatschappelijke factoren van invloed zijn op de lage opkomst. “We moeten ons afvragen waarom de afgelopen vijf jaar geen elke universiteit in het land er in is geslaagd om studenten te betrekken zoals ze dat vroeger deden. Waarom voelen de instellingen zich hier niet verantwoordelijk voor?”, vraagt Edelstein zich af. Hij denkt dat dit komt doordat universiteiten steeds meer het contact verliezen met de samenleving. “Als de universiteit voelt als een ‘aparte wereld’ in de samenleving, waarom zouden studenten er dan in investeren?” 

Ook het feit dat niet alle studenten in Utrecht kunnen wonen, is een oorzaak, zegt Pappalardo. Ook al voelen veel studenten zich volgens de Nationale Studenten Enquête uit 2023 hier grotendeels thuis, veel van hun vrije tijd brengen ze door buiten de campus. “Als studenten het gevoel hebben dat hun leven buiten het onderwijs los staat van de universiteit, is er weinig motivatie om betrokken te zijn bij veranderingen of op de hoogte te zijn over ontwikkelingen op de universiteit”, zegt ze. Janse beaamt dat. Hij merkt dat studenten tegenwoordig de neiging hebben om zich als klanten te gedragen. Ze komen alleen voor lessen en vertrekken na afloop direct. 

Ook de toenemende vraag naar online colleges na de pandemie kan de opkomst negatief hebben beïnvloed. In 2021 gaf maar liefst 50 procent van de UU-studenten aan online onderwijs als een positieve aanvulling op hun studie te zien. De “coronageneratie” (die net de bachelor heeft afgerond, of op het punt staat dat te doen) zou daardoor een verminderde band met de universiteit hebben.

Teresa Pappalardo Foto: U-RAAD

U-raadslid Teresa Pappalardo, privéfoto

Kandidaten zoeken
Hoe zijn Edelstein, Pappalardo, Bruls en Janse eigenlijk zelf geïnteresseerd geraakt in de Universiteitsraad? Edelstein hoorde over de raad toen hij hier twee andere studenten over hoorde praten en Janse ontmoette op een feestje een raadslid dat op zoek was naar een opvolger. Bruls en Pappalardo hoorden beiden van vrienden over de raad. Op basis van hun eigen ervaringen en observaties concluderen de vier studenten dat hun medestudenten zelden via de instelling zelf iets te weten komen over de U-raad.

Volgens Edelstein is de financiële compensatie een van de belangrijkste redenen die studenten ervan weerhoud zich kandidaat te stellen, vooral op het niveau van de faculteitsraad. Hoewel de vier raadsleden zelf vinden dat ze een goede vergoeding krijgen, merken ze op dat dit niet geldt voor andere studentenvertegenwoordigers in bijvoorbeeld faculteitsraden. Zo krijgen U-raadsleden vanaf het volgende collegejaar een hogere financiële vergoeding, maar leden van de faculteitsraad niet. “Als je studentenvertegenwoordiger wilt worden, kun je niet in een financieel precaire situatie zitten”, denkt Edelstein. 

Een andere reden dat het moeilijk zoeken is naar nieuwe kandidaten is dat studenten pas laat in de studie van de U-raad horen. Dan zijn ze niet meer zo flexibel om hun studie een jaar te pauzeren, want naast het werk als raadslid blijft er weinig tijd over om vakken te volgen, constateren de vier studenten.

Claire Bruls Foto Linkedin

U-raadslid Claire Bruls. Privéfoto

Democratisch gehalte
De Universiteitsraad heeft volgens de wet maar op twee punten instemmingsrecht: op een aantal financiële stukken en de Onderwijs- en Examenregeling (OER). De studenten die de eetzaal van de bibliotheek bezetten, vroegen om meer invloed op het besluitvormingsproces. Edelstein en Pappalardo zijn het erover eens dat dit positief zou zijn vanuit het perspectief van de student. “Vanuit juridisch oogpunt gaat medezeggenschap echter niet over het hebben van een democratisch parlement met beslissingsbevoegdheid, maar eerder over een adviserend vertegenwoordigend orgaan”, merkt Pappalardo op. Volgens Edelstein “zou de raad invloedrijker zijn als deze echt werd ondersteund en relevant was voor de studenten”.

Om ervoor te zorgen dat raadsleden de belangen van studenten behartigen, benadrukt Edelstein het belang van communicatie met studentengroepen. Hij woont regelmatig hun vergaderingen bij om zichzelf en de raad op de hoogte te houden. Omdat deze vergaderingen echter buiten kantooruren plaatsvinden, variëren zijn werkuren vaak tussen de 40 en 45 uur in plaats van de contractuele 28 uur. 

De vier studenten denken dat de studentengemeenschap onderschat dat snelle veranderingen door de omvang en structuur van de universiteit moeilijk te realiseren zijn. Edelstein en Janse benadrukken dat raadsleden er vooral zijn om de zorgen en problemen van studenten en medewerkers naar voren te brengen. “We zijn geen beleidsmakers.” 

Janse merkt op dat de studenten die in de raad komen en vervolgens teleurgesteld raken vaak het idee hadden dat ze de universiteit konden transformeren. In werkelijkheid worden de meeste veranderingen geopperd en begonnen door leden van een bepaald jaar, en vervolgens uitgevoerd door andere leden, in de jaren erna. “In plaats van te denken: wat kan ik over een jaar doen, zou je moeten nadenken over wat voor soort start je kunt maken om de toekomst voor je opvolger beter te maken”, zegt Janse. 

Alle vier de studenten zijn het erover eens dat een jaar zelden genoeg is om veranderingen door te voeren, maar ze zien geen andere optie: als raadsleden langer zouden moeten zitten, zouden nog minder studenten geïnteresseerd zijn in een zetel. 

Stan Janse universiteitsraad PvdUS foto DUB

U-raadslid Stan Janse van PvdUS foto DUB

Dus... Hoe maken we de UU democratischer?
Hoewel de vier raadsleden vinden dat er wel degelijk democratie bestaat aan de UU, is er zeker ruimte voor verbetering. Bruls stelt verplichte evenementen voor, zoals lezingen of workshops gekoppeld aan eerstejaarsvakken om studenten te informeren over het bestaan en de werking van de raad. Dit zou tegen het einde van het eerste blok kunnen worden gedaan, wanneer studenten al aan hun studie zijn begonnen en zich meer verbonden voelen met de universiteit dan de echt verse eerstejaars. 

Pappalardo merkt op dat docenten een grote rol spelen in de beslissingen van studenten. De steun van bekende gezagsdragers zou de interesse van studenten kunnen wekken om te stemmen of zelfs raadslid te worden. Docenten kunnen bijvoorbeeld aan het einde of het begin van hun colleges herinneringen opnemen om te stemmen. 

Edelstein voegt eraan toe dat ook het PR-aspect verbeterd moet worden. In 2022 kondigde het College van Bestuur aan dat één communicatiemedewerker zou helpen bij het verspreiden van nieuws van de raad. Hoewel dit is gebeurd, vinden de raadsleden dat ze meer gestructureerde communicatie-ondersteuning nodig hebben, zoals een afdeling die alleen verantwoordelijk is voor het promoten van de raad en de verkiezingen. “Er moet een zekere wil zijn vanuit de organisatie om de raad te erkennen en te waarderen, daar moet dus ook geld voor worden uitgetrokken”, zegt Edelstein. Pappalardo vult aan: “Er zijn zoveel tools die het verschil kunnen maken, zoals de MyUU-app, maar die zijn niet bereid om samen te werken.”

De verkiezingen vinden plaats van 13 tot en met 15 mei. Interesse om je kandidaat te stellen voor een zetel? Je hebt tot 11 april de tijd om je kandidaat te stellen

Advertentie