Waarom de samenwerking met Surinaamse universiteit van belang is

'Als de UU de samenwerking echt waardeert, moet ze die financieel ook blijven ondersteunen'

The AZP delivery ward. Foto: eigen foto
The AZP delivery ward. Photo: courtesy of the owner

In Suriname gebruiken ziekenhuizen textiel bij de bevalling, in Nederland papier. In Suriname gebruiken gynaecologen metalen specula totdat ze kapot gaan terwijl die hier van plastic zijn. “Wij gebruiken wegwerpartikelen omdat wij die veiliger en comfortabeler vinden voor patiënten, maar misschien is het tijd om ook rekening te houden met de impact op het milieu”, zegt Megan Milota, universitair hoofddocent Medical Humanities aan het UMC Utrecht. 

Milota werkt vijf weken in de hoofdstad van Suriname waar de Universiteit Anton de Kom en het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) zijn gevestigd. Ze is daar voor een onderzoeksproject naar circulair veilige ziekenhuizen waarbij de universiteiten en academische ziekenhuizen van Utrecht en Paramaribo betrokken zijn. Ze verzamelt er gegevens over de materialen die tijdens bevallingen worden gebruikt. Welke producten zijn het, waar komen ze vandaan en in hoeverre ze worden hergebruikt? Over het onderzoeksproject maakt ze ook een documentaire.

“Het is me tot nu toe opgevallen dat ze in het AZP veel bewuster met materialen omgaan en creatiever zijn als het gaat om hergebruik. Ze hebben geweldige protocollen en sterilisatiefaciliteiten. Ik heb ook hun wasserette bezocht en daar is een team bezig om kapotte lakens en jassen met beschadigde zakken te herstellen. Ze gooien ze niet weg alleen omdat ze een beetje liefde en zorg nodig hebben”, zegt ze.

In april komt een student Geneeskunde van het Anton de Kom naar Utrecht om de gebruikte materialen in het UMC Utrecht in kaart te brengen. De praktijken van beide ziekenhuizen worden dan met elkaar vergeleken en hopelijk helpen de resultaten beide landen om duurzamer te werken en kosten te besparen.

a nurse preparing a reusable partus set for sterilization Photo: courtesy of the owner

A nurse preparing a reusable partus set for sterilization. Photo: courtesy of the owner

Weinig obstakels
Dit project is slechts een van de initiatieven waarin de UU, UMCU, Anton de Kom en AZP samenwerken. Hoewel de samenwerking pas in 2021 werd geformaliseerd, werken de twee universiteiten al veel langer samen. “Soms is het moeilijk of gaat het traag om partnerschappen op te zetten met universiteiten in het buitenland, maar dit was met Suriname niet het geval”, zegt Margreet de Lange. Zij is beleidsadviseur voor Global Engagement en is lid van de commissie die de samenwerking ondersteunt. De commissie bestaat uit vier leden van de UU en vier leden van Anton de Kom. Haar Surinaamse tegenhanger Rosita Sobhie zegt hetzelfde: “Er waren heel weinig obstakels. Mensen vonden elkaar gewoon vanzelf en nu valt hun samenwerking onder het partnerschap.”

Dat de wetenschappers elkaar makkelijk weten te vinden, komt waarschijnlijk door de gedeelde geschiedenis. Van 1667 tot 1954 was Suriname een kolonie van Nederland. De twee landen delen een taal en veel families hebben zowel leden wonen in Suriname als Nederland. Ook komen Surinaamse jongeren vaak naar Nederland om te studeren en Nederlandse studenten volgen een stage of gaan een studieproject doen in Suriname. 

Megan Milota in the OR. Photo: courtesy of the owner

Megan Milota in the OR. Photo: courtesy of the owner

Directe weg naar impact
De Anton de Kom Universiteit is iets meer gericht op de praktijk en op bacheloropleidingen. Slechts 15 procent van het personeel is gepromoveerd en een van de doelstellingen van de samenwerking is om het aantal PhD’s in Paramaribo te vergroten. Inmiddels volgen 14 medewerkers van Anton de Kom een PhD-traject onder leiding van Utrechtse promotoren. Ze blijven in Suriname werken, maar reizen af en toe naar Utrecht.

Volgens Nikki Giron, programmaleider Internationale Betrekkingen bij het UMC Utrecht, verbetert het vergroten van het aantal gepromoveerde academici in Suriname het onderzoeksklimaat. Eenmaal gepromoveerd, zegt ze, komt de onderzoeker meestal terecht op een belangrijke positie binnen de universiteit of de overheid.

“Als de juiste mensen de juiste kennis hebben, zie je ineens een beleidsimplicatie”, zegt ook Joyce Browne die epidemioloog en universitair hoofddocent Global Health aan het UMC Utrecht. “De weg naar impact is vaak tastbaarder en directer voor Surinaamse promovendi, omdat er maar zo’n 650.000 mensen wonen. “ 

Zij zat in het team dat Lachmi Kodan begeleidde tijdens haar promotieonderzoek. Kodan is verloskundige en gynaecoloog en kreeg in 2017 een Global Health PhD-beurs van het UMC Utrecht om onderzoek te doen naar moedersterfte. Ze moest hiervoor een registratiesysteem opzetten en gegevens verzamelen om te onderzoeken waarom vrouwen voor, tijdens of na de bevalling sterven. “Vervolgens betrokken we alle belanghebbenden onder wie beleidsmakers om de kwaliteit van de zorg te verbeteren door nationale richtlijnen te ontwikkelen en te evalueren wat deze in de praktijk doen.”

Brown vindt dit een geweldig voorbeeld van hoe iemand zijn wetenschappelijke kennis kan gebruiken om de wereld waarin hij leeft te verbeteren. Nu begeleidt Kodan andere promovendi en wordt hij elk jaar uitgenodigd om een lezing te geven op de Utrecht Summer School over de wereldwijde gezondheid van moeders, pasgeborenen en kinderen.

Een heel nieuwe wereld
“Als je promoveert, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open”, zegt Wanda Pherai, hoofd wetenschappelijk onderzoek van de rechtenfaculteit van het Anton de Kom. Ze promoveerde in 2019 in Utrecht op een proefschrift over het constitutionele stelsel van Suriname tijdens het militaire regime van 1980 tot 1987. Ze werd begeleid door Henk Kummeling, hoogleraar Vergelijkend Staatsrecht. Het eerste hoofdstuk van haar proefschrift ging over de democratische rechtsstaat waarvoor ze een paar keer naar Utrecht reisde om informatie te verzamelen.

Ze zegt dat ze in Utrecht leerde haar onderzoeksonderwerp objectiever te benaderen. Ze profiteerde ook van verschillende debatten in een internationale setting. Vandaag de dag draagt haar band met de UU bij aan het uitbreiden van haar netwerk. Via haar UU-contacten heeft ze andere juristen, onderzoekers en leden van de Tweede Kamer ontmoet, wat van pas kan komen bij het opstellen van het curriculum van een masteropleiding in Paramaribo.

Pherai legt uit dat het heel logisch is dat Nederland en Suriname hun krachten bundelen op het gebied van juridisch onderzoek. Vanwege het koloniale verleden heeft het Surinaamse rechtssysteem veel overeenkomsten met die in Nederland. “We hebben in principe dezelfde wetten. Als iemand hier een scriptie of onderzoek schrijft, vergelijken ze zaken altijd met de Nederlandse wet. Hebben we een probleem met de regels dan kunnen we altijd kijken naar hoe dingen in Nederland worden gedaan, omdat daar vaak al een overeenkomstige wet bestaat. Samenwerken op juridisch gebied is dus een must, en dit proces kan kennis opleveren voor zowel Suriname als Nederland.”

Anton de Kom Universiteit van Suriname. Photo: Anton de Kom Universiteit van Suriname

Anton de Kom Universiteit van Suriname. Photo: website Anton de Kom Universiteit van Suriname

Cultureel bewustzijn
Hoewel het gedeelde verleden samenwerken makkelijker maakt, is dat verleden er niet een van gelijkwaardigheid. Epidemioloog Browne: “Als je wilt dat de toekomst eerlijk is en misschien zelfs de schade uit het koloniale verleden wilt herstellen, moet je de geschiedenis erkennen waar we op staan.” 

Anton de Koms Sobhie, benadrukt dat het belangrijk is om bewust te zijn van de economische verschillen tussen de twee landen. “Middelen en menselijk kapitaal zijn hier beperkter. Onze universiteit is kleiner. Je bent vaak afhankelijk van één persoon, waardoor administratieve zaken langer duren.”

Volgens haar verwachten buitenlanders die geen ervaring hebben met het leven in een laag- of middeninkomensland soms dat de dienstverlening in Suriname hetzelfde is als in Nederland. “Maar je moet niet ongeduldig worden als de bus een paar minuten vertraging heeft.”

Studenten van de faculteit Geneeskunde die op stage willen naar een land in het Mondiale Zuiden moeten tegenwoordig een programma volgen die hen daarop beter moet voorbereiden. Browne: “We leren ze dat ze goed rekening moeten houden met culturele verschillen. Dat kan gaan over hoe mensen met tijd omgaan, over hiërarchie in een organisatie of over wat wordt beschouwd als professioneel gedrag. In Nederland worden geneeskundestudenten getraind om heel proactief en assertief te zijn bijvoorbeeld, maar dit zou in een andere context wel eens niet nuttig of zelfs onbeleefd kunnen overkomen.”

De voorbereidende lessen zijns opgezet met de ziekenhuizen waar geneeskundestudenten kunnen stagelopen, zegt universitair docent Judith van de Kamp, dus ook het AZP. “We trainen onze studenten bescheiden te blijven en niet alleen om medische en culturele verschillen beter te begrijpen, maar ook om hun vermogen te vergroten om die verschillen te waarderen en om ervan te leren,” zegt ze.

Gelijkheid
Studenten die naar het Anton de Kom gaan voor studie of stage moeten er ook rekening mee houden dat de Surinaamse universiteit in verhouding ook niet over dezelfde financiële middelen beschikt. “We hebben niet genoeg personeel dat ons kan helpen hoe we meer inkomsten kunnen genereren of succesvolle onderzoeksvoorstellen kunnen het schrijven. Dit is waar de UU kan helpen, omdat zij wel over meer werknemers beschikken”, zegt gynaecoloog Kodan.

Momenteel gaan er meer studenten naar Suriname op uitwisseling of voor stages dan andersom. Dat heeft met name een financiële reden zegt  “Onze studenten kunnen dit zelf betalen, maar het is niet realistisch om hetzelfde te verwachten van een student uit Suriname,” zegt epidemioloog Browne van het UMC. Daarom kunnen buitenlandse studenten die bijvoorbeeld een cursus willen volgen aan de Utrecht Summer School een beurs krijgen die reis-, verblijfs- en voedingskosten dekt. “Dat is onderdeel van rechtvaardig denken.”

Ook voor de Surinaamse promovendi is reizen naar Utrecht duur. Voor hen heeft het UMC Utrecht een PhD fellowship waarmee promovendi uit lage- en middeninkomenslanden tot 39.000 euro kunnen krijgen voor de duur van hun promotie. Op centraal niveau had de UU vroeger een budget van 15.000 euro om buitenlandse promovendi te helpen met reis- of onderzoekskosten, maar deze fondsen zijn in 2025 geschrapt vanwege de bezuinigingsmaatregelen van de UU die volgden op de bezuinigingen op het hoger onderwijs van Nederlandse regering. Het is nu aan de faculteiten van de UU om hen te ondersteunen.

Margreet De Lange, voorzitter van de samenwerkingscommissie, vindt dit jammer: “Het kan niet zo zijn dat een universiteit in een heel rijk land tegen mensen die 500 euro per maand verdienen zegt: ‘We hebben geen geld.’” Browne is het daarmee eens: “Als onze universiteit waarde hecht aan deze wereldwijde engagementpartnerschappen, heeft ze ook de verantwoordelijkheid om deze financieel te ondersteunen. En dat staat nu onder druk met de aankomende bezuinigingen.”

Verantwoorde investeringen
Browne zegt dat ze begrijpt waarom mensen zich afvragen of de UU geld aan zou moeten uitgeven aan dit type samenwerkingsverbanden. “We worden betaald met belastinggeld, dus we moeten dingen kunnen verantwoorden.” Volgens haar moeten wetenschappers duidelijker zijn over de voordelen van dit soort samenwerkingsverbanden voor Nederland.

Rechtsgeleerde Pherai geeft als voorbeeld dat Nederland zou kunnen leren van de Surinaamse wetgeving over biodiversiteit, die anders is dan de Nederlandse. Sobhie vindt dat Nederland van haar land kan leren van de wijze waarop hun multi-etnische samenleving veel gelijkwaardiger is dan in Nederland. Browne zegt dat Nederland kan leren van de Surinaamse benadering van diversiteit: “Hier zeggen we dat diabetes type 2 vaker voorkomt bij 'mensen met een Surinaamse achtergrond', maar het is specifieker dan dat. De hoogste percentages komen voor onder Indo-Surinamers.” 

Ze zegt dat de Nederlandse gezondheidszorg vaker rekening moet houden met de etnische achtergrond van een patiënt om zo de zorg te verbeteren. , maar niet altijd in contexten waar dat relevant is. “Werken met het Mondiale Zuiden is niet alleen een manier om het Mondiale Zuiden te helpen, het komt onze opleiding en de gezondheid van onze patiënten ten goede. Als mensen dit begrijpen, zal de publieke steun toenemen”, aldus de medisch onderzoeker.

Toelichting gasthoofdredacteur Henk Kummeling
Deze week staat in het teken van het afscheid van rector Henk Kummeling. Vanwege zijn vertrek als rector is hij deze week gasthoofdredacteur van DUB. Hij heeft alle hoofdverhalen van deze week bedacht. De redactie van DUB is met zijn ideeën aan de slag gegaan. Waarom wilde Kummeling een verhaal over de samenwerking van de UU met het Mondiale Zuiden?

"Ik ben heel blij met dit artikel. Jarenlang keken onze universiteiten vooral naar universiteiten die vergelijkbaar waren met de onze en beoordeelden hen op basis van dingen waar wij nu ook vraagtekens bij zetten, zoals hun positie op een ranglijst. Gelukkig komen we nu tot andere conclusies. Als we echt willen bijdragen aan het oplossen van mondiale problemen, moeten we samenwerken met partners in landen waar deze problemen zich voordoen of waar ze het sterkst gevoeld worden. We hebben ook de kennis nodig die deze partners kunnen inbrengen, kennis die vaak op een andere manier wordt verzameld, bewaard en doorgegeven dan wij gewend zijn. 

"Daarom werken we steeds vaker samen met universiteiten in het Mondiale Zuiden. Een voorbeeld is onze samenwerking met de Anton de Kom Universiteit (AdekUS), de enige universiteit in Suriname, die in dit verhaal wordt beschreven. Zulke partnerschappen zijn om verschillende redenen heel belangrijk, onder andere om onze studenten voor te bereiden - en waar nodig te leren - om cultuurgevoeliger te zijn."

Advertentie