UCU studenten protesteren tegen structureel racisme. Foto: DUB

Woke: 'Een echte dialoog voeren, leert niemand' (Deel2)

Body: 

Woke is een beladen, gevoelige en vaak misbruikte term, toonde DUB aan in het eerste artikel over dit onderwerp. In dit tweede deel komen academici, studenten en de rector aan het woord over twee begrippen die centraal staan in dit debat: cancelcultuur en safe spaces. Is iemand uitsluiten een effectieve strategie? Op welke manieren moet de universiteit studenten een veilige omgeving bieden? En waarom lijkt het tegenwoordig steeds moeilijker voor partijen om met elkaar in dialoog te gaan?

Read in English

Cancelling lijkt onlosmakelijk verbonden met de woke-beweging. Het is een vorm van sociale uitsluiting waarbij mensen die discriminerende standpunten verkondigen of discriminerende dingen doen, geweerd worden. Dit gebeurt zichtbaar online en het is met name gericht op publieke figuren zoals beroemdheden, politici en influencers. Denk aan massale ontvolg-campagnes of petities die handtekeningen ophalen om bepaalde samenwerkingsverbanden te verbreken. Of deze strategie werkt, staat ter discussie: de Britse schrijfster J.K. Rowling, bekend van de boeken over Harry Potter, werd gecanceld vanwege uitspraken die als transfoob worden beschouwd, maar haar boekverkoop ging na de controverse door het dak in het Verenigd Koninkrijk.

Beroemdheden zijn echter niet de enigen die gecanceld worden: ook sociale media gebruikers met een beperkt aantal volgers cancellen elkaar. Daarom zeggen sommigen dat we nu in een cancelcultuur leven, waardoor veel mensen bang zijn om hun mening te geven. Ze zwijgen liever dan een fout te maken waarvoor ze op het internet kunnen worden aangevallen.

Uitnodigen of cancellen?
Maar wat als de cancelcultuur de Universiteit Utrecht bereikt? Volgens rector Henk Kummeling moet je mensen niet uitsluiten in academische discussies. "Je helpt mensen daarmee niet. Sommigen vinden dat we alle banden met bijvoorbeeld Israëlische universiteiten moeten verbreken. Maar zou samenwerken, terwijl we in nauw contact met Palestijnse academici blijven, juist niet kunnen bijdragen aan het aanwakkeren van het debat in de goede richting, ook in Israël?" De rector zegt dat de UU tijdens het apartheidstijdperk haar banden met Zuid-Afrikaanse universiteiten behield, wat volgens hem nuttig was in de overgangsperiode. "Ik zeg niet dat de situatie in Israël hetzelfde is, maar als academici moeten we nadenken over de gevolgen van wat we doen. Een eenvoudige boycot is in veel gevallen niet zo effectief."

Sommige linkse activisten discussiëren over de waarde en de grenzen van de cancel-cultuur. Hoe effectief is die en wat voor gevolgen kan die hebben? Sommigen stellen bijvoorbeeld voor om mensen eerst uit te nodigen voor een gesprek (“calling in”) voordat je ze cancelt (“calling out”). Candice Etemesi, een UCU-alumni die verbonden is aan Work in Progress en het African Caribbean Heritage Network, denkt dat boycotten soms noodzakelijk is. "Ja, sommige onschuldige mensen worden geraakt in het kruisvuur, maar door een boycot kun je een genuanceerd gesprek uitlokken en dat doe ik dan liever dan geen gesprek voeren."

Universitair docent Milieufilosofie Floris van den Berg denkt daar anders over: "Je kunt het oneens zijn met de andere kant, maar je moet ze niet de-platformen. We moeten de universiteit intellectueel open houden door van onze tegenstanders te leren en hen het woord te geven."

Chiara Robbiano, universitair hoofddocent Interculturele Filosofie aan University College Utrecht, zegt dat "als studenten boos zijn, dat misschien voortkomt uit de overtuiging dat een dialoog met mensen die macht hebben onmogelijk is. En dat is onze verantwoordelijkheid". Ze stelt dat academici nieuwsgierig moeten zijn in plaats van verdedigend: waarom gebeurt dit?

Ze vraagt zich ook af of studenten ooit is geleerd een dialoog te voeren. “Ik heb het als student nooit geleerd. Ik mocht wel vragen stellen, maar dat waren meer vragen om iets te verduidelijken, dat was met name in Italië zo, waar ik vandaan kom. Nederlandse collega's zijn misschien gewend aan debatten, maar een echte dialoog, waarin mensen openstaan om van elkaar te leren en hun kader aan te passen aan dat van een ander, dat leert niemand. Maar we moeten het proberen. En het zal de eerste keer misgaan, omdat we niet getraind zijn. Dus we moeten het blijven proberen."

pexels-nicholas-swatz-2769751.pngEerst praten met andersdenkenden voordat je ze cancelt. Foto: Pexels

Masterstudent Culturele Antropologie Ella Shields tevens betrokken bij Work in Progress betwijfelt of veel mensen cancellers zijn. "Ik heb studenten horen zeggen dat ze bang zijn om vragen te stellen die hun onwetendheid over een bepaald onderwerp blootleggen. Vooral Nederlandse studenten, die uit een schoolsysteem komen waarin ze bijvoorbeeld les hebben gekregen over de Gouden Eeuw van Nederland. Ze komen op UCU waar een aantal internationale studenten zitten voor wie dat absoluut geen gouden eeuw was. Ze zijn bang dat mensen tegen hen gaan schreeuwen of dat ze gecanceld worden als ze een vraag hierover stellen. Met een dergelijke angst je studie volgen moet verschrikkelijk zijn, maar ik denk dat, als iemand te goeder trouw een vraag stelt, dat mensen niet tegen hen zullen schreeuwen."

Docent Robbiano is het daarmee eens: "De meeste mensen zijn echt vergevingsgezind. Ik vroeg een keer aan studenten om iets te tekenen om te laten zien dat ze de les hadden begrepen. Iemand tekende twee stokfiguurtjes en ik zei 'deze jongen...'. Maar toen antwoordde de student: 'hé, dit heeft geen gender', en iedereen lachte. Ze weten dat iedereen constant fouten maakt. Waarom denk ik aan een man als ik een bal zie met twee ogen en een mond? Als ik me kwetsbaar opstel, dan escaleren dingen niet. Onze gekoesterde waarden hoeven niet te worden gecanceld of vervangen, maar moeten onderzocht en aangepast worden aan de veranderende tijd."

Volgens haar is de persoon die bang is voor de cancelcultuur meestal "iemand die zich comfortabel en ontspannen voelde in zijn eigen bubbel, waarvan hij dacht dat die heel kosmopolitisch was. Eigenlijk bevat die bubbel maar één soort mensen of één soort mensen wat betreft iets waar hij veel waarde aan hecht, zoals seculariteit".

Wat maakt een collegezaal veilig?
Een ander idee dat met woke wordt geassocieerd, is dat de universiteit ervoor moet zorgen dat de collegezaal een veilige omgeving moet zijn voor minderheden. Dat betekent niet alleen dat verbaal en fysiek geweld er verboden moet zijn, maar ook dat alle studenten zich er op hun gemak, welkom en gelijkwaardig moeten voelen. Dat betekent dat de aanwezigen op hun hoede moet zijn voor onderwerpen en uitingen die anderen van slag kunnen brengen.

Docent Floris van den Berg is een andere mening toegedaan. "Het is belangrijk dat studenten, zeker in de filosofie, het hele spectrum van ideeën en ideologieën begrijpen. Het kan voorkomen dat sommige studenten zich hier inderdaad ongemakkelijk bij voelen."

Ook Henk Kummeling is kritisch over de collegezaal als safe space. "De universiteit verbiedt expliciet discriminerend gedrag. We hebben een gedragscode en er is allerlei wetgeving, ook in het strafrecht herover. Maar dat is iets anders dan op voorhand een soort censuur instellen dat mensen verbiedt bepaalde dingen te zeggen.”

woke-censored-header-002.jpgFoto: Shutterstock, DUB.

De rector voegt daaraan toe: "In mijn ogen moet de universiteit veilig zijn om dat debat te voeren. Veilig in de zin dat je beschermd bent in het uiten van je mening. Maar ook veilig in de zin dat degene die zich beledigd voelt door de teksten of uitingen van de docent, zich veilig voelt om dat te zeggen en daarover een discussie aan te gaan. En dat de docent het niet wegwuift door te zeggen 'dat is niet relevant. Ik heb het hier voor het zeggen'".

Volgens masterstudent Ella bekritiseren sommige academici het woke-idee van een safe space omdat de academische wereld in haar huidige vorm hun safe space is. "Het stoort hen dat er mensen zijn die hun ideeën aanvechten op een plek waar ze vroeger heel veilig waren en de meeste mensen hun waarden deelden".

Ella vindt dat de rol van de docent er ook een van moderator er is en ervoor moet zorgen dat iedereen kalm en respectvol blijft, en in goed vertrouwen met elkaar omgaat. “Maar ik heb docenten tijdens stafvergaderingen horen zeggen 'deze studenten zijn woest, ik bemoei me er niet mee en laat ze gewoon hun gang gaan'. Ik vind dat onverantwoordelijk".

Work in Progress-collega Candice zegt dat ze begrijpt dat een universiteit een plek is waar je intense debatten voert over complexe kwesties, maar dat betekent niet dat je opruiend hoeft te zijn. Ze benadrukt ook dat het belangrijk is om dingen niet altijd persoonlijk op te vatten. "Als internationale student en zwarte vrouw, heb ik een ander perspectief dan de typische blanke, Nederlandse student. Mensen hebben ontelbare keren dingen gezegd die me beledigden. En dat was op een internationale universiteit! Maar ik heb ook geleerd dat het niet altijd persoonlijk is."

Voor Robbiano moet een collegezaal een safe space zijn in de zin dat daar naar elkaar geluisterd moet worden met als doel te leren van de collegestof en van elkaar. En dat is iets anders dan het louter tolereren van verschillende opvattingen. "Luisteren betekent dat je verschillende visies op het onderwerp leert waarderen, verschillende kaders en ervaringen hoort die ons begrip zullen verrijken. De collegezaal is veilig wanneer de studenten weten dat hun poging om zich tot het onderwerp te verhouden waardevol is voor iedereen."

Trigger warnings: is er ruimte voor emotie in een collegezaal?
Sommigen stellen dat de universiteit een safe space kan zijn door aan het begin van het college te waarschuwen als er een onderwerp aan bod komt dat mogelijk beangstigend of traumatisch kan zijn. Onder hen zijn weer mensen die zeggen dat dit soort onderwerpen niet thuishoren in een college.

pexels-andrea-piacquadio-3807738 (1).pngMoeten studenten wel of niet worden gewaarschuwd voorafgaand aan een college? Foto: Pexels

Docent Floris van den Berg denkt dat dat onmogelijk is: "Ik geef les in Ethiek, dus we bespreken veel gruwelijke voorbeelden zoals verkrachting of het ophangen van homoseksuelen. Helaas is de wereld soms gruwelijk. Mensen kunnen zich daardoor getriggerd voelen. Ik begrijp dat, maar ik ga niet stoppen met het bespreken van deze onderwerpen. Mensen worden tegenwoordig zo snel emotioneel. Het is moeilijk om op die manier een discussie te beginnen. Ik vind dat studenten moeten leren omgaan met onderwerpen die ze emotioneel verontrustend vinden. Ik geef alleen een trigger warning aan het begin van de cursus".

Voor collega Robbiano is het normaliseren van emoties in de collegezaal essentieel en een trigger warning dus op zijn plaats. "Als een onderwerp studenten emotioneel maakt, moeten we daar ruimte voor geven. We zijn mensen, geen nummers of robots”, zegt ze. “Toen ik student was, zei een gastdocent eens dat we een bepaalde film moesten kijken en ik herinner me dat ik me fysiek onwel voelde toen ik ernaar keek. En dat is oké. Als studenten het op een bepaald moment in hun leven niet kunnen, dan moeten ze niet gedwongen worden. Maar de deur moet voor hen openstaan om hun emoties te verwoorden als ze zich daar klaar voor voelen."

Als voorbeeld noemt ze iemand die gevlucht is voor een oorlog. "Misschien kan deze persoon een bepaalde les niet volgen. Maar als ze zich goed voelen om iets over hun ervaring te delen met de rest van ons, dan brengen ze onze leergemeenschap naar een ander niveau." Volgens de docent is het belangrijkste om "de waarde van wat diversiteit kan brengen" te erkennen.

De canon veranderen: is dat wat we onderwijzen relevant?
Oproepen voor een meer diverse universitaire gemeenschap en curriculum (met auteurs van verschillend gender, etniciteit, seksualiteit of afkomst vertegenwoordigen) worden vaak als woke beschouwd. Vooral door degenen die het niet helemaal eens zijn met het idee.

"Ik geef filosofie, dus de syllabus is voornamelijk gevuld met blanke mannen", zegt Floris van den Berg, die niet bereid is het curriculum te veranderen alleen om auteurs met een andere achtergrond op te nemen. "Ik selecteer literatuur die ik relevant vind en die geschikt is voor het vak. Ik kijk niet naar de achtergrond van de auteur", zegt de docent. Dat zou "het wetenschappelijk en academisch paradigma van zijn kernwaarden afbrengen", vindt hij. Van den Berg onderstreept ook dat academisch onderwijs niet alleen gaat om het bestuderen van de verplichte lectuur, maar dat je die als basis gebruikt om zelf het vakgebied te blijven verkennen.

Work in Progress-lid Candice verdedigt de studenten die oproepen tot een meer inclusieve canon. Ze willen alle verhalen horen en niet alleen de standaardverhalen. “Veel oudere academici hebben hun hele carrière besteed aan het onderzoeken en produceren van een bepaald soort werk, en ze hebben daar lofbetuigingen voor gekregen. Om hen nu te vragen om sommige van deze ideeën te veranderen... Dan begrijp ik dat het te veel is. Maar dat betekent niet dat het niet hoeft te veranderen".

Als docent Interculturele Filosofie wil Chiara Robbiano met haar werk juist aantonen dat filosofie niet alleen een blanke, mannelijke en westerse aangelegenheid is. Volgens haar hebben de studenten van vandaag niet altijd een duidelijk beeld van wat ze zouden willen leren. Ze weten gewoon niet zeker of wat ze onderwezen krijgen wel relevant voor hen is. "Laten we het daar dus over hebben. Aangezien de universiteit een plaats is om na te denken, zouden docenten moeten nadenken over het belang van wat zij onderwijzen."

Haar ervaring is dat, als de docent studenten kan laten zien waarom het lezen van een bepaalde auteur belangrijk is voor hun persoonlijke en intellectuele groei, doen studenten dat meestal wel. Zelfs als de auteur in kwestie slaven bezat of een bedenkelijk gedrag vertoonde.

Voor rector Kummeling moet diversificatie van het curriculum een van de topprioriteiten van de UU zijn. Hij noemt het werk van universitair hoofddocent Jeroen Janssen, die een toolkit heeft ontwikkeld om te beoordelen of een curriculum inclusief is. Kummeling wil graag dat deze toolkit vanaf september "op elk niveau" wordt overgenomen. "Laten we kijken of het werkt, of het behulpzaam is in de discussie en om te evalueren of er ruimte is voor meer inclusiviteit bij de UU".

BLM-demonstratie-UCU_4417.png

UCU studenten protesteren tegen structureel racisme op de UU, foto DUB

Waarom is deze dialoog zo moeilijk?
Eén ding valt op in alle gesprekken die DUB voerde over woke: iedereen zegt dat er meer dialoog moet zijn en dat mensen open moeten staan voor verschillende standpunten. Waarom is het dan zo moeilijk om dat te doen? Er zijn veel factoren die dit verklaren, maar onze ondervraagden zijn unaniem in hun mening dat social media hier deels schuldig aan is. Dit is de eerste generatie universiteitsstudenten die is opgegroeid met social media.

"Ik denk dat deze tijd steeds meer gericht is op identiteit. L'ère de l'individu tyran, zoals Éric Sadin het noemt. Je meer bewust worden van je identiteit is een belangrijk element, maar het gaat ook om het besef dat er veel moet veranderen", zegt Kummeling. "We zijn niet meer gewend om een genuanceerd debat te voeren omdat we gewend zijn geraakt aan het uiten van onze mening op social media, waar extremistische standpunten meer aandacht krijgen. De mensen die nuance in de discussie willen brengen, worden niet altijd toegejuicht door de omgeving. 'Ben je naar de vijand overgelopen? Waar ben je mee bezig?’"

Floris van den Berg: "Het lijkt mij dat woke mensen niet geconfronteerd willen worden met ideeën die ze niet aanstaan, dus vragen ze 'geef me alsjeblieft iets wat ik wel leuk vind', net zoals hun social media feeds dat doen. En ik denk niet dat zoiets goed is voor je intellectuele ontwikkeling".

"We blijven niet alleen in onze echo chambers op social media, maar we denken ook dat we super kosmopolitisch en open-minded zijn omdat onze echo chamber mensen van over de hele wereld bevat. Maar eigenlijk lijken al die mensen op elkaar. Als we bijvoorbeeld niet gelovig zijn, zijn al onze vrienden niet gelovig, dus is het oké om bepaalde dingen op bepaalde manieren te zeggen", merkt Chiara Robbiano op.

De rector voegt eraan toe dat de pandalarmemie ook niet geholpen heeft. "We waren niet in staat om elkaar in de ogen te kijken. Als we samen in dezelfde kamer zitten, is er geen ontkomen meer aan, we moeten dingen bespreken, je kunt niet zomaar uitschakelen".

Als laatste is er het feit dat verandering voor iedereen moeilijk is. Volgens Kummeling is het voor mensen moeilijk om verandering te accepteren omdat "het betekent dat je dingen anders moet doen, posities moet opgeven, met andere mensen moet omgaan dan voorheen. Uit onderzoek blijkt dat verandering een heel moeilijk begrip is".

"Hoe werk je samen met iemand met totaal andere uitgangspunten? Beiden moeten weten dat ze fouten zullen maken en de ander een beetje pijn zullen doen, maar het zal goede pijn zijn. Pijn die je doet groeien", concludeert Robbiano.

Over dit onderwerp heeft docent Media Studies Nina Köll voor DUB een opinie geschreven. Ze spreekt over de term cancelcultuur en hoe die gebruikt wordt; Floris van den Berg deelt een toespraak die hij hield over woke en academische vrijheid op het Copernicus Institute for Sustainable Development.
Facebook Twitter Whatsapp Mail